Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Raadsvergadering archief

dinsdag 1 december 2015

18:45
Locatie

Raadzaal

Toelichting

gemeenteraad 1 december 2015

Uitzending

Agendapunten

  1. 1
    Verklaring der letters: (B) = beeldvormende vergadering (O) = oordeelvormende vergadering
  2. 2
    18.45 - 19.00 uur Ontvangst met koffie (Burgerzaal)
  3. 10
    20.45 - 21.00 uur Pauze
  4. 11
    21.00 - 23.00 uur Besluitvormende raadsvergadering
  5. 12

  6. 13
    Opening
  7. 14

  8. 15
    Mededelingen
  9. 16

  10. 17

    Bijlagen

  11. 18

    Besluiten

    1. de herziene grondexploitatie Noordersluis Zuid – Oost 2015 vast te stellen;
    2. het college te machtigen tot het doen van de benodigde uitgaven en investeringen tot het bedrag van de in de onderscheidene hoofdstukken van de grondexploitatie begrote bedragen, en met inachtneming van de daarin opgenomen globale uitvoeringsfasering;
    3. de door het college ingevolge artikel 55, lid 1 van de Gemeentewet opgelegde voorlopige geheimhouding op de herziene grondexploitatie Noordersluis Zuid – Oost 2015 op grond van artikel 25, lid 1 van de Gemeentewet te bekrachtigen.
    1. De startnotitie dierenwelzijnsbeleid vast te stellen.
    2. Kennis te nemen van bijlage 1 bij de startnotitie.

    Artikel 1 - Begripsbepalingen

    1. In dit besluit wordt verstaan onder:
      a. vertegenwoordiging:
      Groep bestaande uit burgers die opkomen voor de belangen van kinderen in de Lelystadse samenleving op het gebied van Jeugdhulp;
      b. cliëntenparticipatie Jeugdhulp
      De gestructureerde wijze waarop de gemeente Lelystad de vertegenwoordiging betrekt in de beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van de Jeugdhulp;
      c. cliëntenraad Jeugdhulp
      De door het college als zodanig aangewezen en in deze gemeente actief zijnde afgevaardigden van de vertegenwoordiging.
      d. het college
      het college van de gemeente Lelystad.
    2. Voor zover niet anders is bepaald, hebben de begrippen in deze verordening dezelfde betekenis als in de Jeugdwet.

    Artikel 2 - Doelstellingen


    De cliëntenparticipatie Jeugdhulp heeft de volgende doelstellingen:

    1. het bewerkstelligen dat belanghebbenden bij de
      jeugdhulp door middel van de vertegenwoordiging, vanuit een onafhankelijke positie, optimaal betrokken zijn bij de voorbereiding, vaststelling, aanpassing, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk Jeugdhulpbeleid en algemene gemeentelijke Jeugdhulp publicaties;
    2. het positief bijdragen aan de totstandkoming of
      verbetering van gemeentelijk Jeugdhulpbeleid
      en algemene gemeentelijke Jeugdhulp publicaties.

    Artikel 3 - Beleidsterreinen


    De cliëntenraad Jeugdhulp wordt betrokken bij de voorbereiding, vaststelling, aanpassing, uitvoering, en evaluatie van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de Jeugdhulp en de algemene publicaties hiervan.


    Artikel 4 - Werkwijze

    1. In het kader van de cliëntenparticipatie Jeugdhulp vraagt het college de cliëntenraad om advies over de onderwerpen als bedoeld in artikel 3. Zij doet dat op een zodanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
    2. De cliëntenraad Jeugdhulp brengt binnen 6 weken na de adviesaanvraag advies uit aan het
      college. Indien noodzakelijk kan de cliëntenraad Jeugdhulp gevraagd worden haar advies op kortere termijn uit te brengen, deze termijn zal in overleg met de cliëntenraad Jeugdhulp worden afgesproken
    3. De cliëntenraad Jeugdhulp is gerechtigd uit eigen beweging schriftelijk advies uit te brengen aan het college over de onderwerpen als bedoeld in artikel 3.
    4. Het college geeft binnen 6 weken nadat het advies is ontvangen een reactie op het uitgebrachte advies of informeert de cliëntenraad Jeugdhulp over de te verwachte datum waarop deze reactie wordt gegeven.
    5. Het advies van de cliëntenraad Jeugdhulp wordt bij de besluitvorming waarop het advies betrekking heeft betrokken. In het geval het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van het advies van de cliëntenraad, wordt dit bij het voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden van het advies is afgeweken.
    6. Het college voorziet de cliëntenraad Jeugdhulp van
      begrijpelijke informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de cliëntenraad Jeugdhulp. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om te kunnen reageren op plannen voor ontwikkelingen en wijzigingen.
    7. Het college maakt jaarlijks afspraken met de
      cliëntenraad Jeugdhulp over:
      a. de onderwerpen waarover de cliëntenraad
      Jeugdhulp om advies wordt gevraagd;
      b. de wijze en het moment waarop de cliëntenraad Jeugdhulp in het beleidsvormingsproces wordt betrokken;
      c. het jaarlijks beschikbare budget voor de cliëntenraad Jeugdhulp.
    8. Het college wijst een coördinerend ambtenaar aan als aanspreekpunt voor de communicatie met de cliëntenraad Jeugdhulp. De coördinerend ambtenaar heeft regelmatig overleg met (een afvaardiging van) de cliëntenraad Jeugdhulp.
    9. De cliëntenraad Jeugdhulp komt minimaal 8 keer per jaar bijeen in een regulier overleg dat wordt voorgezeten door de onafhankelijke voorzitter, zoals genoemd in artikel 6 lid 4. Deze vergaderingen zijn openbaar, tenzij er sprake is van een stemming over personen.
      10.Er vindt 2 keer per jaar een overleg plaats tussen de verantwoordelijke portefeuillehouder en de cliëntenraad Jeugdhulp. Dit kan gecombineerd worden met een reguliere vergadering van de cliëntenraad Jeugdhulp. Agendapunten voor dit overleg kunnen door zowel de cliëntenraad Jeugdhulp als de gemeente worden aangeleverd. Op verzoek van één van beide partijen kan desgewenst een extra overleg plaatsvinden.
      11.De samenwerking tussen de gemeente en de
      cliëntenraad Jeugdhulp wordt jaarlijks
      geëvalueerd.
      12.De cliëntenraad Jeugdhulp werkt volgens een door de cliëntenraad Jeugdhulp opgesteld en vastgesteld huishoudelijk reglement waarin onder meer de volgende zaken zijn geregeld: werkwijze, terugkoppeling achterban, taakverdeling, besluitvorming, rooster van aftreden, beëindiging lidmaatschap, schorsing, verdeling forfaitaire onkostenvergoeding over vaste en vervangende leden. Het huishoudelijk reglement wordt voor vaststelling ter goedkeuring aan het college voorgelegd.

    Artikel 5 – Faciliteiten

    1. Het college zorgt voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad Jeugdhulp, hiertoe:
      a. stelt het college een vergaderruimte ter beschikking;
      b. geeft het college de leden van de cliëntenraad Jeugdhulp toegang tot kantoormiddelen zoals een kopieermachine en een printer;
      c. stelt het college een ambtenaar van de gemeente aan als ambtelijk secretaris voor het verzorgen van de notulen van de vergaderingen van de cliëntenraad Jeugdhulp.
      d. zorgt het college ervoor dat adviesaanvragen en conceptbeleid de secretaris tijdig bereiken;
      e. stelt het college ambtenaren van de gemeente beschikbaar om een vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting of uitleg, als daarom door de cliëntenraad Jeugdhulp is verzocht;
      f. stelt het college een forfaitaire onkostenvergoeding beschikbaar voor de deelnemers aan de cliëntenraad Jeugdhulp. Zij kunnen voor hun werk in de cliëntenraad Jeugdhulp aanspraak maken op een bedrag van € 25,- per vergadering. Voor de voorzitter is dit bedrag € 50,- per vergadering. Voor overige kosten kan de cliëntenraad Jeugdhulp bij het college schriftelijk een tegemoetkoming aanvragen, waarop het college een besluit zal nemen.
    2. Jaarlijks voor 1 april brengt de cliëntenraad Jeugdhulp aan het college verslag uit van haar activiteiten in en haar bevindingen over het voorgaande jaar.

    Artikel 6 – Deelnemende organisaties

    1. De cliëntenraad Jeugdhulp is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering van de Jeugdwet betrokken personen, waarin de volgende doelgroepen vertegenwoordigd zijn:
      a. jeugd met een lichamelijke beperking
      b. jeugd met een verstandelijke beperking
      c. opvoed- en opgroeiproblematiek
      d. GGZ Jeugd
      e. gedwongen kader
      f. pleegzorg
      g. algemene ontwikkeling
      h. overige (dit kunnen ouders zijn van kinderen, die geen hulpverlening ontvangen)
      De cliëntenraad Jeugdhulp telt minimaal 6 leden en een voorzitter. Per lid kunnen maximaal 2 doelgroepen vertegenwoordigd worden.
    2. De cliëntenraad Jeugdhulp dient te waarborgen dat de leden als vertegenwoordiger van de achterban deze voldoende raadplegen en informeren.
    3. De leden en plaatsvervangend leden worden benoemd door het college.
    4. De cliëntenraad beschikt over een door de cliëntenraad voorgedragen en door het college benoemde onafhankelijk voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, beide zonder stemrecht – voor de plaatsvervangend voorzitter geldt dit alleen wanneer hij/zij als voorzitter deelneemt. Uitzondering hierop vindt plaats bij een gelijke stemming. In dit geval heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.
    5. De zittingsduur van de leden bedraagt – behoudens tussentijdse aftreding – 3 jaar. Deze termijn kan eenmalig met nogmaals 3 jaar worden verlengd. Wanneer de continuïteit van de cliëntenraad Jeugdhulp in het geding komt, kan door het college hierop een uitzondering worden gemaakt. Een tussentijds aftredend lid blijft aan totdat er een nieuw lid is benoemd.

    Artikel 7 – Slotbepalingen

    1. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college na consultatie van de cliëntenraad Jeugdhulp.
    2. Deze verordening kan worden aangehaald als
      Verordening cliëntenparticipatie Jeugdhulp Lelystad 2015.
    3. Deze verordening treedt op de dag na de datum van
      bekendmaking, met terugwerkende kracht tot 1
      januari 2015, in werking.

    De nota beantwoording zienswijzen Ontwerp- Welstandsnota 2015 vast te stellen, zoals opgenomen in bijlage 2.
    2. Welstandsnota 2015 ‘Lelystad geeft ruimte kwaliteit’ vast te stellen.
    3. Welstandsnota 2007 in te trekken.
    4. De volgende beeldkwaliteitplannen in te trekken:
    I. Buitenplaatsen de Noordzoom,
    II. Parkeiland (Jol),
    III. Vrije kavels Galjoen Zuid,
    IV. Volkstuinen Galjoen,
    V. Galjoen Zuid,
    VI. Hanzepark,
    VII. Landerijen,
    VIII. Flevopoort cluster 4,
    IX. Flevopoort cluster 5
    5. Kleine en middelgrote veranderingen aan een bouwwerk alsmede kleine nieuwbouwplannen voortaan te beoordelen op basis van een ambtelijke welstandstoets, zoals opgenomen in ‘Matrix rolverdeling welstandstoetsing’ op pagina 17 van de welstandsnota.

  12. 19

    Besluit

    1. De rioolheffing vanaf 2016 geleidelijk kostendekkend te maken door de heffing jaarlijks te verhogen met een vast percentage, zodat deze in 2021 kostendekkend is
    2. Het tariefstelsel rioolheffing woningen te wijzigen door het invoeren van een tarief bestaande voor 40% uit een vaste component gelijk voor elk huishouden en voor 60% uit een variabele component op basis van het aantal personen in het huishouden, met een maximum categorie van “vier of meer”-personen.
      Hierbij een tarief te hanteren welke een gelijke opbrengst realiseert zoals berekend in het voorstel onder “Opbrengst rioolheffing woningen”;
      Deze tarieven (zowel het vaste als het variabele deel) geleidelijk laten stijgen zodat de begrote opbrengst gelijk zal zijn zoals berekend in het voorstel onder “Opbrengst rioolheffing woningen”
    3. De effecten van dit besluit budgetneutraal te verwerken in de meerjarenbegroting
    4. De toerekenbare kosten die als extra baten ten gunste van de algemene dienst komen, tot nadere besluitvorming in de voorziening te storten.
    5. De heffing van de kosten voor het riool zo als die wordt berekend aan eigenaren en gebruikers van niet woningen middels een opslag in de OZB, wordt van af 2017 vervangen door een afzonderlijke rioolheffing. Deze heffing dient recht te doen aan de verhouding tussen de berekende heffing en de veroorzaakte kosten.
    6. De rioolheffing wordt met ingang van 2017 niet geheven van eigenaren en gebruikers van woningen en niet woningen die in overleg met de gemeente en/of de provincie een eigen IBA of soortgelijke installatie hebben en niet zijn aangesloten op het rioleringsstelsel.
  13. 21