- Locatie
Raadzaal
- Toelichting
-
Gemeenteraad 05-07-2016
Uitzending
Agendapunten
-
1Verklaring der letters: (B) = beeldvormende vergadering (O) = oordeelvormende vergadering
-
218.45 - 19.00 uur Ontvangst met koffie (Burgerzaal)
-
3
Bijlagen
-
4
Bijlagen
-
519:50 - 20:00 uur Pauze
-
620:00 - 23.00 uur Besluitvormende raadsvergadering
-
7Gelegenheid tot inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen
-
8Opening
-
9
Bijlagen
-
10Mededelingen
-
11
Bijlagen
-
12
Bijlagen
-
13
Bijlagen
-
14
Bijlagen
-
15
Bijlagen
-
16Vaststellen A-stukken
-
17
Bijlagen
Besluit
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE LELYSTAD (ASVL)
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
- Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht.
- In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 187/1), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
b. de-minimisverordening: verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L352/1), verordening (EU) Nr. 360/2012 van de Commissie van 25 april 2012 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L114/8), verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU L352/9) en verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
c. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
d. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
e. het Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie PbEU C326 van 26 oktober 2012;
f. kalenderjaar: een periode beginnende op 1 januari en eindigend op 31 december;
g. boekjaar: een aaneengesloten periode van 12 maanden niet zijnde een kalenderjaar en zoals gehanteerd in de financiële administratie van de aanvrager;
h. WNT: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;
i. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad;
j. raad: de raad van de gemeente Lelystad;
k. subsidieregeling: een nadere regeling zoals opgenomen in artikel 3 van deze verordening;
l. Awb: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Reikwijdte
- Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.
- Deze verordening geldt niet voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, zoals omschreven in artikel 4:23, derde lid, van de Awb.
- Voor subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. De toepassing van dit lid wordt in de subsidiebeschikking vermeld.
Artikel 3. Subsidieregelingen
Het college stelt bij nadere regeling vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt hierin ook bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 4. Europees steunkader
- Voor zover dat voor het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.
- Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke Europese steunkader.
- Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de subsidiebeschikking of, in geval de subsidie direct wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12 de vaststellingsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het Europese steunkader.
- Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke Europese steunkader.
- Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen voor subsidies in aanmerking die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Artikel 5. Onderzoek
- Het college heeft de bevoegdheid om naar zijn oordeel een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens op te vragen. De VOG mag op het moment van overleggen niet ouder zijn dan drie maanden.
- De subsidieontvanger dient medewerking te verlenen aan onderzoeken die door de raad, het college of de rekenkamercommissie nodig worden geacht. Hij verleent daartoe inzage in zijn administratie en verstrekt de informatie die voor de beoordeling van de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de besteding van de subsidie, dan wel anderszins van belang kunnen zijn.
Artikel 6. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
- Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepaalt hij bij het subsidieplafond of bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.
- Het college kan een subsidieplafond verlagen:
a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken kalenderjaar is vastgesteld of goedgekeurd; of
b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken kalenderjaar is vastgesteld of goedgekeurd. - Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.
- Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking of, in het geval de subsidie direct wordt vastgesteld bij vaststellingsbeschikking, wordt daarop gewezen.
Artikel 7. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen
- Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidiebeschikking voorgeschreven berekeningswijze.
- Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidiebeschikking voorgeschreven definities.
- Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
Hoofdstuk 2 De subsidieaanvraag
Artikel 8. De aanvraag
- Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college en ondertekend door een daartoe bevoegde persoon/personen.
- Het college kan formulieren vaststellen voor het indienen van aanvragen en de daarbij te overleggen gegevens.
- Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
b. de doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
c. het tijdsbestek waarbinnen de activiteiten worden uitgevoerd;
d. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen of bij het college aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
e. de stand van de eventuele egalisatiereserve op het moment van de aanvraag;
f. als de aanvrager een onderneming is:
- een opgave van subsidies, vergoedingen en/of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening.
- Een verklaring van de aanvrager waarin opgenomen is of hij een meldingsplicht heeft voor uit te keren loon en andersoortige beloningen, inclusief vergoedingen voor eventueel extern ingehuurd personeel, in het kader van de inkomensgrens zoals opgenomen in de WNT.
- Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.
- Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 9. Aanvraagtermijnen - Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, kan worden ingediend vanaf 1 augustus tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
- Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend.
- Andere aanvragen om subsidie worden ingediend minimaal 8 weken voor de start van de activiteit.
- Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Hoofdstuk 3 Beslissing op de aanvraag
Artikel 10. Beslistermijn
- Het college beslist op een complete aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
- Het college beslist op een complete aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, tweede lid binnen 13 weken nadat de aanvraag is ingediend.
- Het college beslist op een complete aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, derde lid binnen 8 weken nadat de aanvraag is ingediend.
- Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen dan genoemd in de voorgaande leden worden gesteld.
- Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Artikel 11. Algemene weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
- Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college de subsidie in ieder geval:
a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;
b. als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat volgens een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. - Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:
a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;
c. als de activiteiten niet bijdragen aan de realisering van gemeentelijk beleid;
d. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
e. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;
f. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;
h. als het aannemelijk is dat de aanvrager onvoldoende financiële middelen heeft, met inbegrip van subsidie, om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;
i. als de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
j. als de activiteiten van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard zijn;
k. voor het loondeel waarop de WNT van toepassing is dat boven het bezoldigingsmaximum uit komt voor zover deze loonkosten subsidiabel zijn. - Voor zover de aanvrager beschikt over reserves en voorzieningen, kan het college de aanvraag weigeren ter hoogte van maximaal deze reserves en voorzieningen.
- Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Hoofdstuk 4 Wijze van subsidieverstrekking en betaling
Artikel 12. Verlenen en vaststellen
- Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college direct vastgesteld.
- Het college kan afwijken van het eerste lid door een subsidie eerst te verlenen en achteraf vast te stellen.
- Subsidies van meer dan € 5.000 worden verleend en achteraf vastgesteld.
Artikel 13. Bevoorschotting en betaling
- Indien een vaststellingsbeschikking als bedoeld in artikel 12, eerste lid wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats.
- Het college kan bij subsidiebeschikking besluiten om de subsidie in termijnen betaalbaar te stellen. In deze beschikking wordt de hoogte en termijnen van de voorschotten vermeld.
Hoofdstuk 5 Subsidieverplichtingen, reserves en vermogensvorming
Artikel 14. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger- De subsidieontvanger is verplicht de volgende omstandigheden te melden aan het college:
a. het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
b. het wijzigen van de statuten;
c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;
e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
g. het vormen van fondsen en reserveringen;
h. het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
i. het ontbinden van de rechtspersoon;
j. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling. - De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen blijken, alsmede de betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.
- Als de subsidieontvanger een rechtspersoon is, dient hij zijn administratie en de daartoe behorende bescheiden minimaal 7 jaar te bewaren.
- Als de subsidieontvanger een natuurlijk persoon is, dient hij zijn administratie en de daartoe behorende bescheiden minimaal 5 jaar te bewaren.
- Bij subsidies, hoger dan € 200.000 legt het college de verplichting op tot het indienen van een tussentijdse rapportage omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden resultaten, uitgaven en inkomsten. De termijn voor indiening van de rapportage wordt bij verleningsbeschikking bepaald.
- Bij subsidies hoger dan € 500.000 kan in afwijking van het vijfde lid, ten hoogste vier maal per jaar een dergelijke rapportage worden verlangd. De termijnen voor indiening en het aantal rapportages wordt bij verleningsbeschikking bepaald.
- Een subsidieontvanger informeert het college in ieder geval onverwijld schriftelijk:
a. over beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend;
b. over beslissingen of procedures die zijn gericht op ontbinding van de rechtspersoon alsmede indien (voorlopig) surseance van betaling is verleend of faillissement door de subsidieontvanger dan wel een ander is aangevraagd;
c. zodra aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet geheel of niet tijdig zullen worden verricht of dat niet, niet geheel of niet tijdig aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
Artikel 15. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
- Het college kan bij subsidiebeschikking of subsidieregeling doelgebonden verplichtingen als bedoeld in 4:38 van de Awb en/of niet doelgebonden verplichtingen als bedoeld in 4:39 van de Awb opleggen.
- Aan een subsidiebeschikking kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen wat met de subsidie tot stand is gebracht.
- De subsidieontvanger moet aan de onderstaande bepalingen voor het zorgvuldig beheer en de verzekeringsplicht voldoen, tenzij in de verleningsbeschikking anders is bepaald:
a. de subsidieontvanger beheert de tot zijn beschikking staande middelen zorgvuldig en treft maatregelen om vermogensschade te voorkomen;
b. de subsidieontvanger sluit in ieder geval een adequate verzekering af tegen de risico's van wettelijke aansprakelijkheid en van brandschade.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
- De subsidieontvanger, voor zover deze zijn inkomsten in overwegende mate ontleend aan gemeentelijke subsidie, kan bij subsidiebeschikking door het college toestemming worden verleend om een egalisatiereserve te vormen.
- Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
- De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd.
- De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
- In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onder c, d en e, is de subsidieontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen.
Artikel 17. Vergoeding vermogensvorming
- In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, is de subsidieontvanger, voor zover de verstrekking van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, aan het college een vergoeding verschuldigd .
- De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee de subsidiëring door het college heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.
- Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is, wordt of zou kunnen worden ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.
- Indien de activiteiten van de subsidieontvanger door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en passiva tegen boekwaarde aan de ander in eigendom worden overgedragen, is de subsidieontvanger ter zake, in afwijking van het eerste lid, geen vergoeding verschuldigd.
Hoofdstuk 6 Verantwoording en vaststelling
Artikel 18. Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000
- Bij een subsidiebeschikking als bedoeld in artikel 12, kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen
- Bij subsidieregeling kunnen andere verplichtingen worden gesteld.
Artikel 19. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 100.000
- Bij subsidies tussen € 5.000 en € 100.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.
- De aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval:
a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; en
b. een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en resultaten, inclusief toelichting op eventuele verschillen; en
c. een financieel verslag waarin een vergelijking wordt gemaakt tussen de begrote en werkelijke kosten van de activiteiten en wordt een toelichting gegeven op de eventuele verschillen; en
d. voor rechtspersonen zonder winstoogmerk een verklaring van een onafhankelijke kascommissie.
e. het college kan bij verleningsbeschikking bepalen dat het gestelde in artikel 20 lid 2 en 3 geheel dan wel gedeeltelijk van toepassing is op een subsidie zoals bedoeld in het eerste lid. - Bij subsidieregeling kan het college:
a. aanvullende of andere regels dan genoemd in het tweede lid, stellen aan de eindverantwoording; en/of
b. afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn.
Artikel 20. Eindverantwoording subsidies vanaf € 100.000
- Bij subsidies vanaf € 100.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar;
c. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. - De aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval:
a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; en
b. een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en resultaten, inclusief toelichting op eventuele verschillen; en
c. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten zijnde een financieel verslag met balans en de jaarrekening. De financiële verantwoording sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend. Verschillen tussen begroting en realisatie worden toegelicht, tenzij deze van geringe betekenis zijn; en
d. de balans met toelichting als onderdeel van de jaarrekening waarbij inzichtelijk moet zijn welk gedeelte van de reserves, inclusief eigen vermogen en bestemmingsreserves, zijn gevormd met subsidiegelden van de gemeente Lelystad. Dit gedeelte van de reserves wordt geacht de egalisatiereserve te vormen als bedoeld in artikel 16; en
e. een accountantsverklaring. De financiële verantwoording wordt voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit de getrouwheid van deze verantwoording blijkt en tevens tot uitdrukking komt dat aan de subsidievoorwaarden is voldaan. - Indien bij verleningsbeschikking bepaald bevat de aanvraag tot vaststelling subsidie ook een Assurance Verklaring.
- Bij verleningsbeschikking of subsidieregeling kan het college:
a. aanvullende of andere regels dan genoemd in het tweede lid, stellen aan de eindverantwoording; en/of
b. afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn.
Artikel 21. Subsidievaststelling
- Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een complete aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.
- Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 19, eerste lid en 20, eerste lid, onder a, b of c, of de in een subsidieregeling opgenomen termijn, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Hoofdstuk 7 Overige en Slotbepalingen
Artikel 22. Hardheidsclausule
- Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 4, 5 en 6 buiten toepassing laten, indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel uit deze verordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
- Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in de subsidiebeschikking.
Artikel 23. Slotbepalingen
- De Algemene subsidieverordening Lelystad zoals laatstelijk gewijzigd op 20 september 2012 wordt ingetrokken met ingang van de dag zoals opgenomen in het tweede lid van dit artikel.
- Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
- Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening, zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Lelystad zoals laatstelijk gewijzigd op 20 september 2012 van toepassing.
- Subsidies die worden aangevraagd na de datum van inwerkingtreding van deze verordening maar betrekking hebben op de uitvoering van activiteiten die geheel plaatsvinden in 2016, worden behandeld overeenkomstig de Algemene subsidieverordening Lelystad zoals laatstelijk gewijzigd op 20 september 2012.
- Subsidieregelingen die door het college vóór de dag, zoals opgenomen in het tweede lid, zijn vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Lelystad zoals laatstelijk gewijzigd op 20 september 2012, behouden hun rechtskracht onder deze verordening. Voor zover bepalingen in die subsidieregelingen in strijd zijn met deze verordening prevaleert het gestelde in deze verordening tenzij de subsidieontvanger hierdoor ernstig financieel benadeeld wordt.
- Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Lelystad.
-
18
Bijlagen
Besluit
- De “Nota van beantwoording zienswijzen, overlegreacties en wensen & bedenkingen ontwerp regioplan windenergie zuidelijk en oostelijk Flevoland” vast te stellen.
- De structuurvisie “Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland”, bestaande uit regels, verbeelding en financiële onderbouwing vast te stellen met in acht neming van mogelijke verdere optimalisatie van de windplannen in de projectfase in relatie tot de huidige onduidelijkheid vanuit de luchthaven beperkingen.
- Kennis te nemen van de “Partiële herziening Omgevingsplan Flevoland voor windenergie” bestaande uit regels en kaartbeeld en de “Nota van beantwoording zienswijzen, overlegreacties en wensen & bedenkingen ontwerp partiële herziening Omgevingsplan Flevoland voor wind”.
-
19
Bijlagen
Besluit
Accountantskantoor Deloitte (te Utrecht) te benoemen als accountant van de gemeente Lelystad die is belast met de controle van de jaarrekening zoals bedoeld in artikel 197 van de gemeentewet, voor een periode van vier jaar, ingaande met de controle van de jaarrekening over het jaar 2016.
-
20
Bijlagen
Besluit
Geen wensen en bedenkingen te hebben bij de eventuele verlenging van de noodopvang aan de locaties Schepenen 7 en Zuiderwagenplein 1 onder dezelfde voorwaarden, inclusief die in relatie tot een migrantenhotel, voor de duur van een jaar.
-
21
Bijlagen
Besluit
Gaat, door indienen amendement verder als B-stuk .in de besluitvorming.
- het verzoek van Provinciale Staten om een reactie op het ontwerp inpassingsplan Verbindingsweg en halve aansluiting A6 te beantwoorden met de brief “Horen Raad inzake het Ontwerp-inpassingsplan Verbindingsweg en halve aansluiting op de A6 Lelystad Airport”.
- in de brief aan de staten de oproep op te nemen dat een voorziening wordt getroffen om direct geschadenen (nabije omwonenden en ondernemingen) te kunnen compenseren op een wijze die zo nodig uitgaat boven het minimaal wettelijk voorgeschrevene en met een meerjarige werkingsduur.
-
22
Bijlagen
Besluit
- de beheersverordening Stadshart vast te stellen, bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0995.BHV03-VG01. Hierbij is gebruik gemaakt van een ondergrond (o_NL.IMRO.0995.BHV03-VG01) welke is ontleend aan de Grootschalige Basiskaart Nederland d.d. 01-12-2014;
- geen exploitatieplan vast te stellen;
- te bepalen dat de verordening in werking treedt de eerste dag na bekendmaking.
-
23
Bijlagen
Besluit
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
betrokken wetten: de wet en de wetten, bedoeld in artikel 5.1 van de wet, voor zover bij of krachtens de genoemde wetten is bepaald dat hoofdstuk 5 van de wet van toepassing is;
kwaliteitscriteria: de door burgemeester en wethouders vastgestelde kwaliteitscriteria gegrond op de in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkelde en beschikbaar gestelde kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast;
wet: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 2. Reikwijdte
Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders.
Paragraaf 2. Kwaliteit
Artikel 3. Betrokkenheid van de raad
De gemeenteraad ziet toe op de hoofdlijnen van het beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van de voor de gemeente vastgestelde beleidskaders voor de fysieke leefomgeving.
Artikel 4. Kwaliteitsdoelen
Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen krachtens artikel 7.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht gestelde doelen.
Artikel 5. Kwaliteitsborging
- Burgemeester en wethouders stellen de kwaliteitscriteria vast bij nadere regels.
- Op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2 zijn de kwaliteitscriteria van toepassing.
- Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de gemeenteraad.
- Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of niet konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel
- Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2016.
- Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Lelystad].
-
24
Bijlagen
Besluit
- Mevrouw Ing Yoe Tan met terugwerkende kracht eervol ontslag als lid van de Rekenkamer van Lelystad te verlenen per 1 maart 2016.
- Tot plaatsvervangend lid van de Rekenkamer van Lelystad met terugwerkende kracht te benoemen mevrouw Corrie Hartholt per 1 september 2015, voor een termijn van zes jaar
-
25
Bijlagen
Besluit
- de heer mr. P.C. de Goede te benoemen als voorzitter van de commissie bezwaarschriften voor een periode van 4 jaren;
- de volgende personen te benoemen als lid van de commissie bezwaarschriften voor een periode van 4 jaren:
• de heer D.P. Claasen;
• mevrouw mr. S.M de Jonge-Meijers; - de benoemingen te laten ingaan op 1 januari 2017.
-
26
Bijlagen
Besluit
het college op te dragen:
a. de inzet van een duurzaamheids-, stimulerings- en/of asbestlening voor asbestdaken nader te onderzoeken en uit te werken tot een begrotingsvoorstel;
b. de inzet van andere vormen van lening voor asbestdaken nader te onderzoeken en uit te werken tot een begrotingsvoorstel;
c. de beschikbaarstelling van een vergoeding voor asbestgerelateerde kostenposten nader te onderzoeken en uit te werken tot een begrotingsvoorstel;
d. te onderzoeken welke uren en kosten gemoeid zijn met subsidiëring van externe ondersteuning van de gezamenlijke bewonerscollectieven bij de selectie van procesbegeleiders of projectleiders en deze middelen op te nemen in een begrotingsvoorstel;
e. te onderzoeken hoe de gemeente bewoners kan laten ondersteunen bij procesbegeleiding en/of projectleiding tijdens het gehele proces, op zodanige wijze dat de gemeente voor deze zaken noch feitelijk noch in perceptie inhoudelijke verantwoordelijkheid gaat dragen.
f. bij de verdere uitwerking zo veel mogelijk uit te gaan van het principe ‘Richt gemeentelijke inzet op collectiviteit’.
g. bij de verdere uitwerking zo veel mogelijk uit te gaan van het principe ‘Samen zelf doen heeft de voorkeur’.
h. bij de verdere uitwerking duurzaamheid zoveel mogelijk te stimuleren, door middel van (onder andere) het aanbieden van bestaande en mogelijk nieuwe leningsfaciliteiten. -
27
Bijlagen
Besluit
de grondexploitatie Stadshart per 31-12-2015 te herrubriceren als A-staat;
2. alle A-staten, inclusief Stadshart, per 31-12-2015 over te brengen naar de Materiële Vaste Activa op de balans tegen de huidige boekwaarde. -
28
Bijlagen
Besluit
- De jaarstukken 2015 in concept vast te stellen en aan de provinciale toezichthouder aan te bieden;
- Op basis van dit concept de SiSa-jaarstukken en de IV3-jaargegevens aan de rijksoverheid te verstrekken;
- De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen zodra deze worden ontvangen na te sturen aan de toezichthouder en de rijksoverheid;
- De eerstvolgende openbare raadsvergadering na ontvangst van de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen de jaarstukken 2015 vast te stellen.
- De bij de behandeling van de Kadernota 2017 vastgestelde bestemming van het rekeningresultaat te bekrachtigen en uit te voeren.
Draagt het college op :
Na te gaan hoeveel ozb er extra is binnengekomen via deze 270 eigenaren
door de overheveling van het belastingpercentage van het gebruikers
naar het eigenarendeel.
Een voorstel uit te werken of deze groep gecompenseerd kan worden en
mee te nemen als voorstel bij de voorbereiding van de programmabegroting.
-
29
Bijlagen
Besluit
- Voor de programmabegroting 2017 een herzien voorstel aan de raad aan te bieden dat :
a. De opbrengsten van Lelykracht nadrukkelijk koppelt aan burgerparticipatie en co-creatie en gevoeld eigenaarschap bij de inwoners laat
b. Zichtbaar maakt welke bijdrage Lelykracht levert aan het verminderen van de gevolgen van de structurele bezuiniging van bijna 1.7 miljoen in het sociaal domein en hiervoor samenwerkt met het sociale wijkteam en de jeugd-gezinsteams, onderwijs, ideeënmakelaar, en participatiecoaches
c. Aandacht besteedt aan het voorkomen van een tweedeling in Lelystad (jong/oud, arm/rijk), eenzaamheid bij ouderen en het bevorderen jongerenparticipatie in vrije tijd, cultuur en sport
d. Beschrijft hoe geëvalueerd wordt over proces en effecten
e. Voorafgaand aan de begrotingsbehandeling te rapporteren over het proces van totstandkoming van het herziene plan (dat dan met bewoners is gemaakt). - Uit de ROS 125.000 euro toe te kennen voor de activiteiten in het kader van Lelykracht.
- Voor de programmabegroting 2017 een herzien voorstel aan de raad aan te bieden dat :
-
30
Bijlagen
Besluit
In te stemmen met het voornemen van het college om het convenant Metropoolregio Amsterdam te ondertekenen.
-
31Gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen (art. 38 RvO)
-
32
Bijlagen
-
33
Bijlagen