- Locatie
Raadzaal
- Toelichting
-
Gemeenteraad 23-02-2016
Uitzending
Agendapunten
-
1Verklaring der letters: (B) = beeldvormende vergadering (O) = oordeelvormende vergadering
-
218.45 - 19.00 uur Ontvangst met koffie (Burgerzaal)
-
3
Bijlagen
-
419.00 - 19.50 uur (-) Sessie 1 Geen onderwerp
-
5
Bijlagen
-
6
Bijlagen
-
7
Bijlagen
-
8
Bijlagen
-
9
Bijlagen
-
1020.45 - 21.00 uur Pauze
-
1121.00 - 23.00 uur Besluitvormende raadsvergadering
-
12Gelegenheid tot inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen.
-
13Opening
-
14
Bijlagen
-
15Mededelingen
-
16
Bijlagen
-
17
Bijlagen
-
18
Bijlagen
Besluiten
- De meerjarenbegroting Groot Onderhoud vanaf 2016 voor de gemeentelijke gebouwen conform bijlage 1 vast te stellen en de bijbehorende onttrekkingen uit de voorziening gemeentelijke gebouwen en stadhuis meerjarig in de begroting te verwerken;
- De benodigde storting in de voorzieningen op basis van de meerjarenbegroting Groot Onderhoud vast te stellen en te verwerken in de begroting;
- De nieuwe indeling van de gebouwen over de programma’s vast te stellen en de begrotingswijziging conform bijlage 2 budgetneutraal door te laten voeren.
- Het bestemmingsplan Lelystad - Larserknoop (reparatie), bestaande uit regels, verbeelding en toelichting met de daarbij behorende regels en bijlagen partieel her vast te stellen;
- Het vaststellingsbesluit conform de tussenuitspraak van de Raad van State van 14 oktober 2015 mede te delen aan de Rijksdienst voor het wegverkeer (appellant) en Raad van State.
1a. De door Provincie Flevoland ingediende deelzienswijze inzake EHS-tekst te honoreren, overeenkomstig het “Gemeentelijk standpunt inzake ingediende zienswijze”;
1b. De door Provincie Flevoland ingediende deelzienswijze inzake artikel 3.5.4, tweede lid onder c (wijzigingsbevoegdheid) van de planregels niet te honoreren, overeenkomstig het “Gemeentelijk standpunt inzake ingediende zienswijze;
2a. Het Bestemmingsplan Hollandsehout met GML-identificatie NL.IMRO.0995.BP00041-VG01 gewijzigd vast te stellen;
2b. Het onder 2a. bepaalde overeenkomstig de bijlage "Wijzigingen ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp d.d. 19-02-15" vast te stellen;
2c.Gebruik te maken van ondergrond GBK 05-02-15;
3. Geen exploitatieplan vast te stellen. -
19
Bijlagen
Besluit
De heer P. Klukhuhn uit Lelystad en mevrouw C.J. Japenga uit Zuidhorn met ingang van 1 januari 2016 te benoemen tot leden van de Raad van Toezicht van de Stichting SchOOl.
-
20
Bijlagen
Besluit
Kennis te nemen van de kadernota Duurzaamheid en de volgende daarin opgenomen kader stellende uitgangspunten vast te stellen:
- In het duurzaamheidsbeleid te focussen op de volgende speerpunten en ambities c.q. doelen:
1.1 Energie:
Evenwicht tussen het lokale energieverbruik en duurzaam opgewekte energie (energieneutraal, excl. mobiliteit in 2025 met een maximale compensatieopgave van 4,4 PJ) door in te zetten op:
• vermindering van het energieverbruik in met name de bestaande bouw en lokale industrie
• opwekken van duurzame energie door met name windenergie, zonne-energie en biomassa
• slimme technische concepten
1.2 Afval en circulaire economie:
Een zeer geringe hoeveelheid restafval (100 kg per inwoner in 2020) door in te zetten op:
• meer bewuste consumptie
• verantwoorde productie
• meer scheiden (75% in 2020)
• circulair maken van afvalstromen (samenwerking provinciebreed en in MRA-verband)
1.3 Voedsel:
In te zetten op:
• hogere consumptie van gezonde lokale producten
• meer lokale verwerking en afzet
• een bundeling van de distributie
• minder verspilling in elk onderdeel van de voedselketen.
• een sterkere relatie met gezondheidsbeleid en parkenbeleid
1.4 Fysieke leefomgeving:
Een goede en aangename fysieke leefomgeving, rekening houdend met toekomstige behoeften zonder afwenteling van problemen naar elders en later, door in te zetten op:
• duurzame gebiedsontwikkeling (duurzaamheid is vertrekpunt voor gebiedsontwikkeling en omgevingsvisie)
• milieuvriendelijker beheer (meer duurzame materialen, meer hergebruik, minder reparaties)
• bewonersparticipatie (tenminste twee succesvolle participatie experimenten per jaar, inwoners met camera’s in minimaal 200 tuinen betrokken bij het ecologisch programma, 1% van de bevolking heeft meegedaan met een participatie-activiteit in natuurlijk groen)
• vergroening van de stad (handhaven biodiversiteit, alle beheeropzichters hebben kennis van beschermde soorten en biodiversiteit, 50% van de lagere scholen hebben meegedaan aan groene schoolpleinen in 2025)
• energiearm en waar mogelijk energieneutraal bouwen (bij nieuw te bouwen woningen in te zetten op energiearme en waar mogelijk energieneutrale woningen)
1.5 Mobiliteit:
Een verantwoorde mobiliteit (in 2025 20% minder CO2 uitstoot dan in 1990) door in te zetten op:
• minder mobiliteit (10% minder autoverkeer in 2025)
• schonere mobiliteit (in 2025 is het aandeel fietsen en e-fietsen 35%, rijdt het stadsvervoer volledig elektrisch en wordt het stadshart emissievrij beleverd)
1.6 Onderwijzen en ondernemen:
Versterking en verduurzaming van het onderwijs en het bedrijfsleven door in te zetten op:
• duurzame bedrijfsvoering (het onderwijs is MVO-gecertificeerd, de onderwijshuisvestingsspecialisten hebben kennis over verduurzaming van de onderwijshuisvesting, 100% ‘duurzame bedrijven’ in 2025)
• versterking van de basis en het duurzaamheidscurriculum in het onderwijs (jeugdwerkloosheid en voortijdig schoolverlaten ligt op landelijk gemiddelde, over 4 jaar is het thema duurzaamheid een vast onderdeel van het curriculum)
• samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven bij duurzame innovatie (binnen 4 innovatieve bedrijven worden innovatiewerkplaatsen voor en met het onderwijsveld ingericht)
• bevordering van de duurzame bedrijfssector. - Het uitvoerings(plan)proces in te gaan vanuit de volgende vertrekpunten:
2.1 Een benadering die zich kenmerkt door integraliteit, gebiedsgericht, innovatief, co-creatief, optrekken met koplopers en flexibel samenwerken.
2.2 Interne verankering door gemaakte heldere bestuurlijke afspraken over de portefeuille-opgaven, uitvoeren van MVO-beleid (maatschappelijke verantwoord ondernemen), brede kennisontwikkeling over duurzaamheid, spreken van een gemeenschappelijke taal en werken vanuit duurzame principes.
2.3 Samen met maatschappelijke partners aan de uitvoering van deze duurzaamheidsagenda werken en hiervoor ook verantwoordelijkheid laten nemen.
2.4.1 Actiepunten, waaonder die welke genoemd zijn in de Kadernota Duurzaamheid, niet eerder uit te voeren dan nadat de Raad hiermee als onderdeel van het Uitvoeringsplan Duurzaamheid, met de daarbij bijbehorende budgetten, heeft ingestemd.
2.4.2Dat voor zover geen (aanvullende) budgetten benodigd zijn, wel kunnen worden voortgezet:
a. lopende acties waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden;
b. de onder bijlage 6 van de Kadernota Duurzaamheid genoemde projecten;
c. (voorbereiding op) uitvoering van nieuwe actiepunten.
2.5 Het uitvoeringsplan Duurzaamheid in mei 2016 ter besluitvorming in de Raad tegemoet te zien.
2.6 In het Uitvoeringsplan de te verwachten financiële consequenties per activiteit op te nemen. - Duurzame landbouw c.a.
Ten aanzien van het gestelde in de kadernota Duurzaamheid wordt het volgende besloten:
a. onder duurzaam voedsel wordt verstaan voedsel waarbij tijdens de productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn en/of sociale aspecten dan wettelijk verplicht is(*);
b. duurzame landbouw betekent voldoen aan de noden van de huidige generatie zonder daarbij de noden van toekomstige generaties, om aan hun behoeften te voldoen, te schenden (**). Ofwel het streven naar een evenwicht tussen sociale rechtvaardigheid, economische vooruitgang en ecologische belangen People, Profit en Planet;
c. de stelling dat van duurzame levensmiddelen alleen sprake kan zijn als bij de productie geen kunstmest en/of een chemisch bestrijdingsmiddel wordt gebruikt te laten vervallen;
d. onderzoek naar de haalbaarheid van een permanente lokale biologische markt, te wijzigen in: ‘een onderzoek naar de haalbaarheid van een permanente markt voor lokaal geproduceerde voedingsproducten (waaronder biologische)’;
e. bovenstaande besluiten integraal deel te laten uitmaken van de kadernota Duurzaamheid, waarbij in het geval van een conflict met het elders in de kadernota Duurzaamheid gestelde, het in dit besluit gestelde leidend is.
Voetnoten:
- Duurzaam voedsel volgens de ‘Monitor Duurzaam Voedsel’ van de rijksoverheid: ‘voedsel waarbij tijdens de productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn en/of sociale aspecten dan wettelijk verplicht is. In feite is het beter te spreken over duurzamer voedsel, feitelijk is verduurzaming een continu proces.‘
** naar Brundtland 1987: ‘development that meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs.’
- In het duurzaamheidsbeleid te focussen op de volgende speerpunten en ambities c.q. doelen:
-
21
Bijlagen
Besluit
A. Kennis te nemen van evaluatie Werkagenda LEA 2015 en
B1 Kennis te nemen van de LEA-werkagenda en kennis te nemen van de speerpunten voor 2016, zoals opgenomen in bijlage 1;
B2 In samenwerking met de gezamenlijke (onderwijs)partners te komen tot smart geformuleerde einddoelen van deze LEA periode (2019) en een bijbehorende meerjarenplanning;
B3 De LEA-werkagenda 2016 te herzien in relatie tot de meerjarenplanning per programmalijn en de te bereiken doelen in 2019;
B4 De geconcretiseerde doelen van deze planperiode in de werkagenda 2017, of zoveel eerder als mogelijk, ter vaststelling te ontvangen.
C. Een bedrag van € 20.000,- aan de ROS te onttrekken en de begroting hiervoor overeenkomstig te wijzigen.
-
22
Bijlagen
-
23
Bijlagen
Besluit
Kennis te nemen van het rapport ‘Lelystad: op weg naar een levendig Stadshart’;
2a.De retailfunctie buiten het stadshart niet te benadelen ten opzichte van de retailfunctie in het stadshart;
2b.De structuurvisie locatiebeleid 2013-2025 op dit onderdeel waar nodig te herzien;
3. Het masterplan 3.0 als volgt aan te passen:
a. Het compacte winkelcircuit: een kerngebied wordt aangeduid. Dit is het compact winkelcircuit en betreft de straten De Promesse, Kroonpassage, Stadhuisplein, Neringpassage-Zuid en de Wissel.
b. Het programma in het Stadshart in overeenstemming te brengen met de huidige situatie Stadshart. Daarbij:
1. De ontwikkeling van Parkwijk niet specifiek in de fasering naar voren te halen, maar daarnaast tevens prioriteit te geven aan ontwikkeling van woningen in de bestaande gebouwen en overige nog te bebouwen lege locaties binnen het bestaande Stadscentrum;
2. Bij de voorbereiding van de ontwikkeling van Parkwijk flexibiliteit in te bouwen.
3. Niet bij voorbaat zaken onmogelijk te maken, maar ruimte te laten voor verdere ontwikkeling en inrichting van het gebied met daarvoor mogelijk in aanmerking komende alternatieve functies, w.o. de huisvesting van het Voortgezet Onderwijs;
4. Nadrukkelijk aandacht te geven aan de uiterlijke kwaliteit van woningen en openbare ruimte; woningen moeten zich onderscheiden door hun architectonische uitstraling.
c. De planvorming rond de Waag en het versterken van het Agorahof door de wijze waarop de bioscoopfunctie vorm krijgt uit te werken in een integraal deelplan Agoragebied en ter besluitvorming voor te leggen aan de raad;
d. De planvorming rond het ABC complex uit te werken in een integraal deelplan ABC en ter besluitvorming voor te leggen aan de raad;
4. Vervallen en vervangen door punt 8.
5. In te stemmen met het besluit van het college om:
5.1 De ‘Bedrijven investeringszone Stadshart Lelystad’ in overleg met het SOSL te reactiveren om in 2016 te komen tot een nieuwe BIZ Stadshart;
5.2. Het experiment tariefvrije periode van 30 minuten parkeren in nauwe samenwerking met de marktpartijen uit te werken en de gemeenteraad in het 1e kwartaal van 2016 een voorstel voor te leggen. Randvoorwaarde voor dat voorstel is, dat het voor de gemeentelijke parkeerexploitatie per saldo geen opbrengstvermindering tot gevolg heeft. Daartoe kunnen ook andere opties worden uitgewerkt;
5.3.
-1. In te stemmen met de volgende procesarchitectuur voor het Stadshart: een stuurgroep waarin in ieder geval de gemeente, ondernemers en eigenaren zijn vertegenwoordigd en de centrummanager verantwoordelijk is voor de realisatie van de uitvoeringsagenda;
-2. Deze procesarchitectuur (incl. de stuurgroep) werkt vanuit de vaststelling dat in de vernieuwing van het DNA van het Stadshart andere functies dan detailhandel (zoals bv. Wonen, zorg, cultuur en onderwijs) een verhoudingsgewijs belangrijker rol zullen gaan spelen en voldoet aan de volgende randvoorwaarden:
* Brede programmatische overeenstemming
* Gelijkwaardige deelname van de partners
* Helder is gedefinieerd wie welke verantwoordelijkheid draagt
* Overlegvormen waarin de partners elkaar regelmatig ontmoeten
* Gezamenlijke inzet van menskracht en middelen
5.4. vanuit deze stuurgroep strategische allianties aan te gaan met derde partijen;
5.5. in nauwe samenwerking met de eigenaren een actieplan vergroening uit te werken en in het 1ste kwartaal 2016 met een voorstel te komen;
5.6. In 2016 uit het budget Stadshart een bedrag van € 30.000,- in te zetten voor het centrummanagement en het uitwerken van het initiatief regelluwe zone binnenstad en € 76.000,- uit dit budget in te zetten voor cultuur, marketing en promotie, bewonersinitiatieven en vergroeningsinitiatieven;
5.7. In nauwe samenwerking met de eigenaren, ondernemers en CML/ ECL een actieplan promotie Stadhart uit te werken en in het 1ste kwartaal 2016 met een voorstel te komen;
5.8. In nauwe samenwerking met De Nieuwe Winkelstraat het online bewustzijn bij de ondernemers te versterken;
5.9. De in het rapport ‘Lelystad: op weg naar een levendig Stadshart genoemde vier tactische thema’s, uit te werken:-
compact maken van het winkelcircuit en leegstand bestrijden; -
versterken van de kwaliteit van het openbaar gebied; -
de samenwerking naar een hoger plan tillen en tenslotte; -
5.10 De verdere uitwerking van het plan van aanpak en samenwerking met de eigenaren en ondernemers door middel van een convenant vast te leggen en dit convenant na goedkeuring van de drie partijen door het college te laten vaststellen;de marketing en promotie versterken;
- kennis te nemen van het besluit van de burgemeester om:
6.1 het initiatief regelluwe zone binnenstad uit te werken. - de toekomstige ontwikkeling van het stadshart te beschrijven in een beknopte visienotitie met als belangrijkste uitgangspunt dat het Lelystadse Stadshart het sociaal en cultureel- ontmoetingspunt voor de inwoners wordt, met een passende winkelfunctie en een kwalitatieve en kwantitatieve groei van andere functies, waaronder m.n. de woonfunctie en deze notitie ter vaststelling aan de raad voor te leggen.
8a De stand van zaken in de grondexploitatie aan de raad voor te leggen waarin wordt aangegeven:
* de tot op heden gemaakte kosten;
* de geprognosticeerde kosten;
* de tot op heden gerealiseerde inkomsten; * de nog te verwachten inkomsten;
8b Aan de hand van een met de raad besproken actuele grondexploitatie in het verlengde van de visienotitie een strategisch handelingsperspectief voor te leggen;
8c De uitwerking van de deelplannen Stadshart te laten aansluiten op de visienotitie;
8d De financiële consequenties van de deelplannen in relatie tot het strategisch handelingsperspectief vast te leggen en te verwerken in de jaarlijkse actualisatie van de mpg. -
-
24Gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen (art. 38 RvO).