- Locatie
Raadzaal
- Toelichting
-
Raadsbijeenkomst 11 maart 2014
Uitzending
Agendapunten
-
119.00 - 23.00 uur Besluitvormende raadsvergadering
-
2Opening
-
3Gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen (art. 37 RvO).
-
4
Bijlagen
-
5Mededelingen
-
6
Bijlagen
-
7
Bijlagen
-
8
Bijlagen
-
9
Bijlagen
-
10
Bijlagen
Besluiten
- de Verordening basisregistratie personen Lelystad 2014 vast te stellen;
- de op 5 januari 2010 vastgestelde Verordening basisregistratie personen Lelystad 2010 in te trekken met ingang van de datum waarop de Verordening basisregistratie personen 2014 in werking treedt.
Artikel 1: Verstrekkingen aan een orgaan van de gemeente
Het college van burgemeester en wethouders geeft, met inachtneming van het besluit als bedoel in artikel 3.2 van de Wet basisregistratie personen voor de gemeente Lelystad, middels een reglement BRP, nadere invulling aan de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie aan organen van de gemeente Lelystad;
Artikel 2: Verstrekkingen aan derden- Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van een derde over een ingeschrevene die ingezetene is van de gemeente Lelystad en over een overledene die op het moment van overlijden ingezetene van de gemeente Lelystad was, gegevens uit de basisregistratie verstrekken aan deze derde, als de verstrekking voldoet aan de door het college vastgestelde aanwijzing zoals bepaald in artikel 3.
- Het college van burgemeester en wethouders kan over een ingezetene van de gemeente Lelystad gegevens uit de basisregistratie verstrekken aan een derde, die voorafgaande schriftelijke toestemming heeft van de ingezetene wiens gegevens worden verstrekt.
- De verstrekking als bedoeld in lid 1 van dit artikel vindt slechts plaats voor zover deze noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de derde en het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de ingeschrevene niet aan de verstrekking in de weg staan;
- De verstrekking als bedoeld in dit artikel kan uitsluitend betrekking hebben op algemene gegevens over de naam, het geslacht, de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of eerdere geregistreerde partner, het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of eerdere geregistreerde partner, het adres, de bijhoudingsgemeente, de geboortedatum en de datum van overlijden.
Artikel 3: Aanwijzing gewichtige maatschappelijke belangen en categorieën derden
Het college van burgemeester en wethouders wijst aan: - de werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang voor de gemeente, ten behoeve waarvan gegevens uit de basisregistratie kunnen worden verstrekt; en
- de categorieën van derden die in aanmerking komen voor verstrekking van gegevens uit de basisregistratie.
Artikel 4 Inwerkingtreding en citeertitel - Deze Verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met 6 januari 2014, onder gelijktijdige intrekking van de op 5 januari 2010 vastgestelde Verordening basisregistratie personen Lelystad 2010.
- Deze Verordening kan worden aangehaald als: Verordening basisregistratie personen van de gemeente Lelystad (Verordening BRP 2014).
- Het functiefamilieboek, functiewaarderingsystematiek (OFS) en de conversietabel (beloningsverhoudingen) van gemeente Lelystad van toepassing te verklaren op de functies van de griffie (stukken vertrouwelijk en opvraagbaar bij griffie);
- De functieprofielen van alle griffiefuncties integraal vast te stellen als één functieboek griffie Gemeente Lelystad, welke als afzonderlijk hoofdstuk aan het huidige generieke functiefamilieboek van de ambtelijke organisatie wordt toegevoegd (5 bijlagen);
- De functies griffier en adjunct-griffier specifiek te laten waarderen (in de functiefamilie overig/specifiek) omdat deze qua aard, niveau en positie niet inpasbaar zijn in één van de bestaande functiefamilies. De overige functies te laten inpassen in één van de generieke functiefamilies van gemeente Lelystad;
- Aan te sluiten bij de interne bezwaarschriftencommissie functiewaarderingen van de gemeente Lelystad
- kennis te nemen van de nota “Eén Toegangspoort tot de Arbeidsmarkt”;
- de volgende in de nota “Eén Toegangspoort tot de Arbeidsmarkt” opgenomen kaderstellende uitgangspunten vast te stellen:
a. de kerntaak in het bestandsbeheer van de WWB verschuift van eenzijdig gericht op duurzame uitstroom naar tweezijdig gericht op uitstroom enerzijds en het benutten van arbeidsvolume anderzijds;
b. de arbeidscapaciteit van de burger is leidend bij de inzet van het re-integratie instrumentarium, waarbij de prioriteit vanuit de Participatiewet ligt bij de doelgroep met een arbeidscapaciteit van 50-80%;
c. voor de doelgroep met een arbeidscapaciteit van 50-80% vormt het Werkbedrijf Lelystad voor de gemeente Lelystad de primaire toegangspoort tot werk;
d. voor de doelgroep 80-100% geldt de kortste route naar betaald werk, indien nodig geleid via de methodische route van Workfast;
e. voor de doelgroep met een arbeidscapaciteit lager dan 50% is (arbeids-)participatie gericht op activering en dagbesteding, waarbij samenwerking gezocht moet worden op de domeinen Werk, Zorg en Welzijn;
f. werkgevers zijn een onmisbare schakel als het gaat om arbeidsmarktvraagstukken, derhalve vindt een verschuiving plaats van de vraag van de bijstandsgerechtigde naar de vraag van de werkgever, en dat vraagt om het verder uitbouwen van een duurzame vertrouwensrelatie met de werkgever;
g. een duurzame vertrouwensrelatie met werkgevers kan niet zonder een integrale, professionele dienstverlening van gemeente en/of Werkbedrijf, waarbij we de regionale arbeidsmarkt nog meer als speelveld benutten; - ten aanzien van de financiering de mogelijkheid te houden de middelen voor het sociaal deelfonds (werk, ondersteuning en jeugdzorg) ontschot in te zetten maar in de periode 2015 – 2018 zichtbaar op te nemen in de P&C cyclus.
-
11
Bijlagen
Besluit
- de volgende personen voor een eerste termijn van vier jaren te benoemen als lid van de commissie voor de bezwaarschriften:
a. de heer H. Bartelds;
b. mevrouw mr. C.Y.A. Blijdenstein- van der Does;
c. de heer E.S. Fijma;
d. mevrouw mr. H.G.M. Wammes; - de benoeming te laten ingaan op 1 april 2014.
- de volgende personen voor een eerste termijn van vier jaren te benoemen als lid van de commissie voor de bezwaarschriften:
-
12
Bijlagen
Besluit
- kennis te nemen van de “Kadernota transitie AWBZ/Wmo”;
- de volgende in de nota opgenomen kaderstellende uitspraken vast te stellen:
a. Uitgangspunt van de Wmo is dat de inwoners van Lelystad verzekerd zijn van de noodzakelijke hulp en, waar nodig, van ondersteuning;
b. het nieuwe Wmo stelsel erop te richten dat mensen zoveel mogelijk zelfstandig kunnen blijven participeren en functioneren. Daarbij uit te gaan van het “stepped care principe” waarbij de eigen verantwoordelijkheid van de burger en zijn netwerk centraal staat en het zwaartepunt wordt verschoven van zwaardere ondersteuning naar lichtere vormen van ondersteuning. Hierbij te werken op basis van het ‘wraparound care’ model, waarbij vraaggestuurd met en rondom een gezin wordt gewerkt;
c. het nieuwe stelsel voor de Wmo te baseren op de uitgangspunten dichtbij en integraal:
I te kiezen voor een vraaggerichte en gebiedsgerichte benadering waarbij uitgegaan wordt van drie lagen: de basis, de ondersteuning thuis en de specifieke voorzieningen;
II de basis te versterken zodat burgers zich zoveel mogelijk zelf kunnen redden en er minder (zware) ondersteuning nodig is. Het gebruik van de ondersteuning thuis en de specifieke voorzieningen hiermee zoveel mogelijk terug te brengen;
III de toegang tot de ondersteuning dicht bij de burgers en laagdrempelig in de wijk te organiseren. Daartoe sociale wijkteams in te zetten die voldoende deskundig zijn om in overleg met de cliënt (en diens mantelzorger) een passend ondersteuningsplan te maken;
IV integraal te werken op basis van “één gezin, één plan, één regisseur”;
d. voor de financiering de volgende uitgangspunten vast te stellen:
I de mogelijkheid te houden de middelen voor het sociaal deelfonds (ondersteuning, jeugd en werk) ontschot in te zetten maar in de periode 2015 t/m 2018 zichtbaar op te nemen in de P&C cyclus;
II het aantal open-eindregelingen zoveel mogelijk te beperken;
III ter verevening van de uitgaven voor de Jeugdzorg en Wmo bij de eerstvolgende begrotingscyclus een voorstel tegemoet te zien voor het instellen van een “budget materieel evenwicht”. - a. De gemeente zal de inkoop van zorg bestuurlijk aanbesteden waarbij alle organisatie die op dit moment zorg verlenen en nieuwkomers gelijkwaardige kansen hebben om mee te doen.
b. De uitgangspunten zijn kwaliteit leveren, kosten besparen en cliëntgericht werken. - De mogelijkheid om – een deel van – de Huishoudelijke Hulp door inzet van zogenaamde Alfahulpen in te vullen, niet op voorhand uit te sluiten.
• De raad in de 2e helft van 2014 een voorstel voor kwaliteitscriteria voor de invulling van de sociale wijkteams te doen en aan te geven op welke wijze het voorkomen van bureaucratie is geborgd.
• Hierbij de vraag te betrekken hoe de samenwerking van de gezinscoaches in het kader van de jeugdzorg en de sociale wijkteams moet plaatsvinden.
• Juist ter voorkoming van onnodige bureaucratie te verkennen of ‘instrumenten’ zoals bekend vanuit Buurtzorg daarvoor kunnen worden ingezet. -
13
Bijlagen
Besluit
- Kennis te nemen van de kadernota Jeugdhulp.
- Als ambitie voor de gedecentraliseerde jeugdzorg vast te stellen:
a. Kinderen en jongeren optimale kansen bieden om gezond en veilig op te groeien
b. Kinderen zo zelfstandig mogelijk deel laten nemen aan het maatschappelijk leven waarbij rekening gehouden wordt met zijn of haar ontwikkelingsniveau.
c. Het optimaal ontwikkelen van de eigen kracht
d. Evenals het bieden van passende ondersteuning waar nodig. - Voor de transformatie van de jeugdhulp als kaders vast te stellen:
a. De ondersteuningsbehoefte van kind en gezin is leidend, in plaats van het ondersteuningsaanbod van instellingen. Aan professionals de ruimte te geven om cliënten hulp en ondersteuning te bieden passend bij de ondersteuningsbehoefte.
b. Tijdig en nabij de benodigde ondersteuning te bieden aan kind en gezin, zo zwaar als nodig, en lichter zodra het kan. De beweging te maken naar minder gebruik van duurdere vormen van zorg en eerder terug naar lichtere vormen van zorg. - Voor de inrichting van een nieuw Lelystads jeugdstelsel als uitgangspunten vast te stellen:
a. Basisvoorzieningen zijn het fundament en dienen krachtig te blijven vanwege hun socialiserende functie, openbare toegankelijkheid en grote bereik, en preventieve werking.
b. Pedagogische gemeenschap als onderdeel van de samenleving is het domein dat versterkt moet worden om zo de zelfredzaamheid te vergroten en het netwerk rondom jeugdigen en gezinnen te verstevigen.
c. Jeugd&Gezinsteams bieden en arrangeren passende ondersteuning waar eigen kracht en zelfredzaamheid niet voldoende zijn en bewerkstelligen door maatwerk een geringer beroep op specialistische zorg. De Jeugd&Gezinsteams werken gebiedsgericht en vervullen een spilfunctie in het functioneren van het hele jeugdstelsel.
d. (Zeer) specialistische zorg en gedwongen maatregelen worden ingezet als voorliggende ondersteuning niet voldoende is. De aansluiting bij het Jeugd&Gezinsteam blijft behouden voor het arrangeren van samenhangende ondersteuning en afschalen naar lichtere zorgvormen zodra mogelijk. - Het Regionaal Transitie Plan (RTP) voor de bovenlokale samenwerking te hanteren als onderdeel van het nieuwe Lelystadse jeugdstelsel, waarbij lokale kaders en ambities het uitgangspunt zijn en waarbij in de uitwerking de lokale politieke controle gewaarborgd is.
- Voor de financiering de volgende uitgangspunten vast te stellen:
a. De middelen voor het sociaal deelfonds (ondersteuning, jeugd en werk) kunnen ontschot worden ingezet maar worden in de periode 2015 t/m 2018 zichtbaar opgenomen in de P&C cyclus.
b. Het aantal open-eindregelingen zoveel mogelijk te beperken waarbij op het moment dat veiligheid van het kind in geding is, hulp altijd geboden moet worden.
c. Ter verevening van de uitgaven voor de Jeugdzorg en Wmo bij de eerstvolgende begrotingscyclus een voorstel tegemoet te zien voor het instellen van een “budget materieel evenwicht”.
-
14
Bijlagen
Besluit
. als belangrijke selectiecriteria voor de te selecteren marktpartij vast te stellen:
• de mate waarin de opdrachtnemer de inbreng van de samenleving verwerkt in het ontwerp
• het enthousiasme van de bevolking weet vast te houden en
• weet te komen tot een ontwerp dat aantoonbaar draagvlak heeft onder de inwoners van Lelystad.
2. de volgende functionele uitgangspunten voor het stadhuisplein vast te stellen:
2.1 Het plein heeft een voor bezoekers van het stadshart aantrekkelijke verblijfsfunctie met een daartoe uitnodigende inrichting.
2.2 Het stadhuisplein biedt ruimte aan evenementen zoals het jaarlijkse pleinfestival, de kerst-, bloemen- en boekenmarkt, sport evenementen en de start van de avondvierdaagse.
2.3 Het plein heeft een uitstraling, met een eigen identiteit, die de kwaliteit en de belevingswaarde van het Stadshart een impuls geeft.
2.4 Het plein draagt bij aan een versterking van de aanwezige horeca en stimuleert de vestiging van nieuwe horeca.
2.5 Het stadhuisplein draagt bij aan een goede circulatie van het winkelend publiek welke aansluit op de winkelroutes.
2.6 Het plein biedt ruimte voor minimaal twee vaste kramen op de huidige of vergelijkbare locatie.
2.7 Een trouwauto en trouwstoet kan bij de entree van het stadhuis komen.
2.8 Alle panden rondom het plein zijn voor minder validen bereikbaar via goed begaanbare verharding.
2.9 Ten behoeve van het fietsen, is het raadsbesluit van 14 januari 2014 leidend;
3. het sfeerboek, dat een resultante is van het doorlopen participatietraject, als esthetisch uitgangspunt voor het ontwerp voor de herinrichting van het stadhuisplein vast te stellen;
4. In de zogenaamde pre-awardfase (tussen voorlopige gunning en definitieve gunning) het beoogd traject te bespreken met ondernemers, omwonenden en bewoners van Lelystad. Binnen de grenzen van de uitvraag kan de beoogd opdrachtnemer dan zijn plan van aanpak aanscherpen.
5. het benodigde budget voor ontwerp en uitvoering (inclusief planvorming en V&T, exclusief btw), volgens bijgevoegde projectgrens in bijlage 3, van
€ 960.000,= ,
• voor € 610.000,- beschikbaar te stellen uit de grondexploitatie Stadshart 2012 en
• voor € 350.000 ten laste te brengen van de voorziening GO Bovengronds;
6. de door het college ingevolge artikel 25, lid 2 van de Gemeentewet opgelegde geheimhouding op de bijlage Grondbedrijf op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet te bekrachtigen.
7. alvorens de opdracht tot uitvoering door het college wordt gegeven, wordt de raad geïnformeerd over het definitieve ontwerp.
8. het college bewaakt het gehele proces en evalueert na afloop de doorlopen processtappen waarbij het accent ligt op de wijze waarop aan de participatie uitwerking is gegeven en legt het rapport hiervan ter informatie aan de raad voor.