Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Raadsvergadering

dinsdag 19 december 2017

21:00 - 23:00
Locatie

Raadzaal

Voorzitter
burgemeester Adema

Uitzending

Agendapunten

  1. 0
    Gelegenheid tot inspreken over niet-geagendeerde onderwerpen
  2. 1
    Opening
  3. 2

  4. 3
    Mededelingen
  5. 4

  6. 6

  7. 7
    Vaststellen A-stukken
  8. 7.a

    Besluit

    1. Kennis te nemen van de nota “Beleidskader Peuteropvang Lelystad”
    2. te besluiten:
      a. de beleidsnota in te laten gaan voor 1 oktober 2018 en 2018 te beschouwen als een overgangsjaar, waarin de subsidieverlening plaats zal vinden op basis van de subsidieregeling peuterspeelzalen van 2016
      b. ouders van kinderen die geen beroep kunnen doen op de Kinderopvangtoeslag een subsidie te verlenen voor een kindplaats van twee dagdelen per week van ieder 2,75 uur en voor 40 weken per jaar;
      c. geen bijdrage te verlenen voor de exploitatie van kinderopvangorganisaties;
      d. bij de kostprijsbepaling aan te sluiten op de landelijke normbedragen van het ministerie van OCW en de VNG;
      e. de ouderbijdrage zoveel mogelijk gelijk te houden aan de huidige bedragen, uitgaande van de landelijke normbedragen;
      f. de dagdelen 3 en 4 bij een VVEkinderopvanginstelling volledig te subsidiëren voor ouders met een kind dat een VVE-indicatie heeft gekregen
      g. de bekostiging te laten verlopen via de kinderopvanginstelling;
      h. de afrekening achteraf met de kinderopvanginstelling te laten plaatsvinden op basis van het daadwerkelijke aantal kinderen dat de kinderopvang heeft bezocht en die recht had op subsidie;
      i. de controle op de kinderopvanginstellingen te laten verrichten door de GGD
    3. het te verwachten tekort in 2018 van ca. € 80.000,- bekostigd wordt uit het overschot uit 2017 van de budgetten voor peuterspeelzaalwerk (de extra Asschermiddelen die in 2017 ontvangen zijn)
  9. 7.b

    Besluit

    1. Kennis te nemen van de Bouwsteen Oostvaardersplassen (als bijdrage voor het Masterplan Nieuw Land) en de Ontwikkelvisie Poort Lelystad.
    2. Voor de ontwikkeling van Poort Lelystad de volgende richtinggevende kaders vast te stellen:
      a. de locatie van de Poort in het Hollandse Hout nabij de Buizerdweg,
      b. een opzet en inrichting te kiezen waarbij voor de bezoeker de spanning wordt opgebouwd naar de Poort Lelystad en het kerngebied van de Oostvaardersplassen,
      c. de groene, rode en paarse belevingswereld waarvoor primair de Poort wordt ingericht,
      d. een aanpak door middel van een organische ontwikkeling.
    3. Een concreet programmaplan, inclusief financiering, tegemoet te zien voor het einde 2017.
  10. 7.c

  11. 7.e

    Besluit

    De in de decembernotitie 2017 voorgestelde wijzigingen op de begroting vast te stellen.
    Volumewijziging van de begroting 2017:

    1. BIZ Larserpoort: (budget neutrale wijziging van +€106.000 in 2017)
    2. Secretaris fysieke pijler G32 (budget neutrale wijziging van +€73.000 in 2017)
    3. Schades openbare verlichting (budget neutrale wijziging van +€30.000 in 2017)
    4. Voorziening pensioen wethouders (budget neutrale wijziging van +€81.500 structureel)
    5. Versnellen circulaire economie (budget neutrale wijziging +€30.000 in 2017 en +€70.000 in 2018)
      Actualisatie van budgetten tussen jaarschijven
    6. Parkeerterrein supermarkt Deen (budget neutrale wijziging van +€126.000 in 2017)
    7. Exploitatie Stadsvervoer (budget neutrale wijziging van +€ 68.000 in 2017)
    8. Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten(RMC) (-€ 32.000 in 2017)
    9. Statushouders Maatschappelijke Begeleiding (budget neutrale wijziging van +€195.000 in 2017)
    10. Verhoogde asielinstroom (DU's) (budget neutrale wijziging van -€ 425.256 in 2017)
    11. Pilot Nederlandse kernwaarden (DU) (budget neutrale wijziging van +€12.000 in 2017)
    12. Sociale acceptatie van LHBT (DU) (budget neutrale wijziging van +€10.000 in 2017)
    13. Wmo 2007 (IU) (budget neutrale wijziging van +€ 144.000 in 2017)
    14. Wmo 2015 (IU SD) (budget neutrale wijziging van +€303.708 in 2017)
    15. Jeugdhulp (IU SD) (budget neutrale wijziging van +€ 645.138 in 2017)
    16. Participatiewet (IU SD) (budget neutrale wijziging van +€331.958 in 2017)
    17. Frictie en Hervormingsbudgetten (€560.000 in 2017)
    18. Breedband (legesopbrengst) (-€ 60.000 in 2017 en +€60.000 in 2018)
    19. Plan van Aanpak Statushouders €505.000)
    20. Onderwijs achterstandenbeleid (€97.000 van 2017 naar 2018)
    21. Armoede bestrijding kinderen €300.000
    22. Versnellingsopgave woningbouw (€70.000 van 2017 naar 2018)
    23. Sociale Veiligheid / persoonsgerichte aanpak (€50.000 van 2017 naar 2018)
    24. Inrichting acquisitiefonds (€50.000 van 2017 naar 2018)
    25. Mensen maken de buurt (€80.000 van 2017 naar 2018)
    26. Stedelijke Vernieuwing op Uitnodiging (€63.000 van 2017 naar 2018)
    27. Skaeve Huse (€85.000 van 2017 naar 2018)
    28. Implementatie Omgevingswet (€ 193.000 van 2017 naar 2018)
    29. Uitvoeringsprogramma vrijetijdseconomie (€90.000 van 2017 naar 2018)
    30. Regionale versterking vrijetijdseconomie kust (€180.000 van 2017 naar 2018)
    31. Beschut Werken (€400.000 van 2017 naar 2018)
    32. Uitvoeringsprogramma duurzaamheid (€100.000 van 2017 naar 2018)
    33. Jongerenbudget (€75.000 van 2017 naar 2018)
    34. Zorg in en om school (€75.000 van 2017 naar 2018)
    35. Infoborden werkeiland (€17.500 van 2017 naar 2018)
      Verschuiving van budget tussen taakvelden
    36. SLA ECL 2016-2018 (verschuiving van €85.000 tussen taakvelden)
    37. Talentmanager BLD (verschuiving van €25.000 tussen taakvelden)
    38. Aansluiten begroting bij vastgesteld Uitvoeringsplan WMO 2017 (verschuiving van €950.000)
    39. Aansluiten Re-integratie budgetten met uitvoeringstaken Participatiewet
      Voldoen aan verslagleggingsregels (BBV)
    40. Herhuisvesting JGT’s in MFA’s
    41. Herrubricering Gebouw Voorraad naar Materieel Vast actief
  12. 8

    Besluit

    1. het college op te dragen om uiterlijk december 2017 een leningsfaciliteit te ontwikkelen waardoor het voor iedere woningeigenaar met een asbestdak op de woning mogelijk wordt om deel te nemen aan collectieve saneringsprojecten, waarbij het uitgangspunt is dat de kosten zoveel als mogelijk door de huiseigenaren worden gedragen;
    2. een voorziening van € 700.000 te treffen voor de risico’s verbonden aan de maatwerk voorziening asbestleningen ten laste van de Reserve Nuon (vrij besteedbaar).
    3. De NUON reserve (vrij besteedbaar) via de zogenaamde watervalsystematiek aan te vullen met € 700.000 als het jaarrekeningresultaat over 2017 dat toestaat voor zover dat resultaat hoger is dan € 2.900.000. Mocht het rekeningresultaat 2017 onvoldoende ruimte bieden de gehele € 700.000 in een keer aan te zuiveren dan wordt het restant tekort indien mogelijk uit het jaarrekeningresultaat 2018 of volgend aangezuiverd.
  13. 8.a

    Besluit

    1. de Verordening Asbestlening Gemeente Lelystad 2018 vast te stellen waarin
      A. het college de mogelijkheid geboden wordt naast Stimuleringsleningen Asbestverwijdering ook Maatwerkleningen asbestverwijdering via SVn mogelijk te maken;
      B. enkele wijzigingen ten opzichte van de Verordening Stimuleringslening Asbestverwijdering Gemeente Lelystad 2017 doorgevoerd zijn;
    2. de Verordening Asbestlening Gemeente Lelystad 2018 van kracht te laten worden op de dag na publicatie, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Stimuleringslening Asbestverwijdering Gemeente Lelystad 2017;

    Verordening Asbestlening Gemeente Lelystad 2018


    Artikel 1 Begrippen
    Deze verordening verstaat onder:
    a. woning: woonruimte, die geschikt en bestemd is voor permanente bewoning en een eventueel bij deze woonruimte behorend bijgebouw of aanbouw, mits dit bijgebouw of deze aanbouw op niet bedrijfsmatige wijze in gebruik is;
    b. Asbestlening: een (afhankelijk van de situatie) Stimulerings-, Maatwerk- of Verzilverlening van SVn ten behoeve van Asbestverwijdering;
    c. aanvrager: een particuliere woningeigenaar, die een aanvraag voor een Asbestlening doet, die
    o tevens bewoner is, of
    o een particuliere eigenaar die binnen een door het college bij nadere regel aangewezen categorie valt;
    Bij twee of meer eigenaren gelden de gezamenlijke eigenaren als aanvrager;
    d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad;
    e. stimuleringsmaatregelen: onderhoudsmaatregelen bestaande uit het verwijderen of vervangen van een asbestdak;
    f. duurzaamheidsmaatregelen: door het college bij nadere regel aangewezen energiebesparende en duurzame maatregelen en voorzieningen.
    g. werkelijke kosten: de kosten van materialen en werkzaamheden voor zover noodzakelijk voor het treffen van stimuleringsmaatregelen en duurzaamheidsmaatregelen, eventueel vermeerderd met de kosten van een bouwkundig advies, de kosten van een energieprestatiecertificaat, legeskosten, bijkomende kosten voor het verkrijgen van de Asbestlening en de kosten van door een deskundig vakbedrijf terzake van deze stimuleringsmaatregelen in rekening gebrachte arbeidsuren en verminderd met de van derden ontvangen of nog te ontvangen tegemoetkomingen (subsidies) in deze kosten;
    h. SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder AFM–vergunningnummer 12013647.


    Artikel 2 Beleidsdoel
    Het beschikbaar stellen van Asbestleningen heeft als doel

    1. het voor de aanvrager mogelijk te maken tijdig te voldoen aan het verbod “asbesthoudend materiaal voorhanden te hebben toegepast als dakbedekking” (Artikel 10, ontwerpbesluit houdende wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005) dat naar verwachting op 1 januari 2024 ingaat;
    2. Het stimuleren van het treffen van duurzaamheidsmaatregelen gelijktijdig met het vervangen van asbesthoudende dakbedekking.

    Artikel 3 Toepassingsbereik
    Deze verordening is uitsluitend van toepassing op woningen, gelegen in de gemeente Lelystad.


    Artikel 4 Budget

    1. Het college van de gemeente Lelystad stelt het budget vast dat beschikbaar is voor Asbestleningen.
    2. Asbestleningen zijn alleen beschikbaar voor zover het vastgesteld budget hiervoor toereikend is.
    3. Indien het vastgestelde budget niet meer toereikend is, worden de aanvragen door het college afgewezen.

    Artikel 5 Bevoegdheid college
    Het college is bevoegd om, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, een aanvrager naar SVn te verwijzen voor het aanvragen van een Asbestlening. Het college kan aan een toewijzingsbesluit nadere voorwaarden verbinden.


    Artikel 6 Aanvraag
    Een aanvraag voor een Asbestlening wordt schriftelijk bij het college ingediend


    Artikel 7 Afwijzen aanvraag
    Het college wijst een aanvraag af, indien:
    a. het budget niet toereikend is om de aanvraag te honoreren;
    b. de werkelijke kosten naar zijn oordeel niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
    c. de aanvraag wordt ingediend ná het treffen van de stimuleringsmaatregelen;
    d. naar zijn oordeel gegronde redenen bestaan aan te nemen dan wel vastgesteld wordt, dat niet aan de voorwaarden en bepalingen van deze verordening wordt of zal worden voldaan.


    Artikel 8 Te financieren maatregelen

    1. De verbetering van de woning omvat minimaal de verwijdering of vervanging van een asbestdak waarbij de werkelijke kosten van de verwijdering of vervanging van het asbestdak ten minste 80% van de leensom bedragen.
    2. Onder verwijdering of vervanging van het asbestdak valt tevens de eventuele vervanging van het dakbeschot en de daarbij behorende constructie en isolatie, en eventuele verwijdering van asbesttoepassingen elders aan de buitenkant van de woning inclusief de hieruit voortvloeiende vervang- en herstelwerkzaamheden.
    3. Indien tenminste 20% van de leensom geïnvesteerd wordt in duurzaamheidsmaatregelen bedraagt het in lid 1 opgenomen percentage 67%.
    4. Bij overschrijding van de Loan to Value norm en bij aanvraag van een Maatwerklening kunnen alleen noodzakelijke werkzaamheden worden gefinancierd, vermeerderd met de kosten voor het verkrijgen van de Asbestlening.

    Artikel 9 Beschikking op de aanvraag
    Na toetsing van de aanvraag voor de Asbestlening aan het gestelde in deze verordening en de bijbehorende nadere regels besluit het college of de aanvraag voor de Asbestlening mag worden ingediend bij de SVn. In de beschikking vermeldt het college de maximale leensom van de aan te vragen Asbestlening en, zo nodig, eventuele andere kenmerken van de betreffende asbestlening.


    Artikel 10 Financiële toets, verstrekken en beheer Asbestlening door SVn

    1. De toewijzing door het college betreft een reservering voor een Asbestlening uit het gemeentelijke budget. De toewijzing voor het aanvragen van een Asbestlening vormt het startpunt voor een autonome financiële toetsing door SVn.
    2. SVn stelt de definitieve hoogte van de Asbestlening vast en bij een positieve financiële toets brengt SVn een offerte uit. Bij een negatieve financiële toets, wijst SVn de lening af en brengt de aanvrager en gemeente hiervan op de hoogte.
    3. SVn verstrekt en beheert een Asbestlening.
    4. Indien de aanvrager het niet eens is met de financiële toets van SVn, kan er een klachtenprocedure worden gestart bij SVn en vervolgens eventueel bij het KIFID of zich wenden tot de bevoegde burgerlijke rechter.

    Artikel 11 Kenmerken en voorwaarden Stimuleringslening Asbestverwijdering

    1. De leensom van de Stimuleringslening Asbestverwijdering zal nooit hoger zijn dan het bedrag dat door het college is aanvaard als werkelijke kosten.
    2. De leensom van de Stimuleringslening Asbestverwijdering bedraagt minimaal € 2.500 en kan nooit meer bedragen dan € 40.000.
    3. Indien de leensom van de Stimuleringslening Asbestverwijdering € 15.000 of minder bedraagt wordt een onderhandse akte opgemaakt. Indien het sluiten van een onderhandse akte niet mogelijk is wordt een hypothecaire akte opgemaakt.
    4. Indien de leensom van de Stimuleringslening Asbestverwijdering meer dan € 15.000 bedraagt wordt een hypothecaire akte opgemaakt.
    5. Indien de leensom van de Stimuleringslening Asbestverwijdering € 7.500 of minder bedraagt is de looptijd van deze lening maximaal 10 jaar.
    6. Indien de leensom van de Stimuleringslening Asbestverwijdering meer dan € 7.500 bedraagt is de looptijd van deze lening maximaal 15 jaar.
    7. De hoogte van het rentepercentage van de Stimuleringslening Asbestverwijdering wordt vastgesteld aan de hand van de SVn rentetarieven, te raadplegen op de website van de SVn.
    8. In aanvulling op het gestelde in lid 7 kan het college nadere regels vaststellen op basis waarvan een korting op het rentepercentage kan worden toegekend indien meer dan 10% van de leensom geïnvesteerd wordt in duurzaamheidsmaatregelen uit door het college aan te wijzen categorieën.
    9. Indien door bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van lid 5 of 6 van dit artikel naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college hiervan afwijken, met dien verstande dat de looptijd van de Stimuleringslening Asbestverwijdering nimmer langer zal zijn dan 30 jaar.

    Artikel 12 Kenmerken en voorwaarden Maatwerklening Asbestverwijdering

    1. De leensom van de Maatwerklening Asbestverwijdering zal nooit hoger zijn dan het bedrag dat door het college is aanvaard als werkelijke kosten, met dien verstande dat slechts het strikt noodzakelijke meegefinancierd kan worden .
    2. De leensom van de Maatwerklening Asbestverwijdering bedraagt minimaal € 2.500 en kan nooit meer bedragen dan € 40.000.
    3. Voor de Maatwerklening Asbestverwijdering wordt een hypothecaire akte opgemaakt.
    4. De looptijd van de Maatwerklening Asbestverwijdering wordt vastgesteld op 30 jaar.
    5. De hoogte van het rentepercentage van de Maatwerklening Asbestverwijdering wordt vastgesteld aan de hand van het SVn rentetarief voor 15 jaar, te raadplegen op de website van de SVn.
    6. In aanvulling op het gestelde in lid 5 kan het college nadere regels vaststellen op basis waarvan een korting op het rentepercentage kan worden toegekend indien meer dan 10% van de leensom geïnvesteerd wordt in duurzaamheidsmaatregelen uit door het college aan te wijzen categorieën.

    Artikel 13 Kenmerken en voorwaarden Verzilverlening Asbestverwijdering
    Gereserveerd


    Artikel 14 Bouwdepot
    Een Asbestlening komt via een Bouwdepot van SVn tot uitbetaling op basis van door het college goedgekeurde facturen, die verband houden met de door het college toegekende werkelijke kosten.


    Artikel 15 Nadere regels
    Naast de reeds eerder in deze verordening opgenomen mogelijkheden voor het college om nadere regels te stellen, kan het college tevens nadere regels stellen ten aanzien van:
    a. de uitvoering van deze verordening;
    b. de wijze van indienen, het bijvoegen van gegevens en de wijze van afhandelen van de aanvraag;
    c. welke categorieën particuliere eigenaren er zijn, alsmede wanneer een particuliere eigenaar valt onder een aangewezen categorie.
    d. de wijze van correctie indien op basis van de daadwerkelijk uitgevoerde duurzaamheidswerkzaamheden de bij de aanvraag toegekende korting op het rentepercentage onterecht of te hoog is toegekend.


    Artikel 16 Hardheidsclausule

    1. Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening.
    2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in de toewijzingsbeschikking.

    Artikel 17 Inwerkingtreding

    1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop deze op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.
    2. Met de inwerkingtreding van deze verordening, treedt de Verordening Stimuleringslening Asbestverwijdering Gemeente Lelystad 2017 buiten werking.

    Artikel 18 Citeertitel
    Deze verordening wordt aangehaald als “Asbestverordening 2018”.

  14. 9

    Besluit

    1. De volgende hoofdlijnen vast te stellen ten aanzien van het wegverkeer (auto, vrachtverkeer):
      a. Voor een goede stedelijke bereikbaarheid, op termijn het doorgaande interregionale verkeer om de stedelijke kern te leiden.
      b. Daartoe in te zetten op realisering van de A23.
      c. De huidige maximum snelheid (70 km/u) op de dreven van de buitenring en op de radialen Visarenddreef en Kustendreef ongewijzigd te handhaven.
      d. De vlotte doorgankelijkheid en doorstroming op de Binnenring rondom het Stadshart te handhaven en zo mogelijk te verbeteren.
    2. De volgende hoofdlijnen vast te stellen ten aanzien van het openbaar vervoer:
      a. Het OV is een integraal onderdeel van het totale mobiliteitsmodaliteiten en moet op efficiënte en effectieve wijze aansluiten bij de maatschappelijke behoefte.
      b. We zetten in op hoogwaardige openbaar vervoerverbindingen vanuit Lelystad met de regio en belangrijke steden met Station Lelystad Centrum als lokaal en regionaal knooppunt.
      c. We willen het OV beter te laten inspelen op verschillende reizigersbehoeften in de stad door:
      i. snelle verbindingen vanuit de verder weg gelegen wijken naar het centrum;
      ii. Optimaal gebruiksgemak en bereikbaarheid voor bewoners in de verschillende wijken via een volwaardige vervoersvoorziening;
      iii. snelle verbinding tussen station Lelystad Centrum en Lelystad Airport
      iv. maatwerk voor toeristische attracties
      v. vormen die mede worden gedragen door onder andere burgerparticipatie waar geen geschikte oplossing is met regulier openbaar vervoer.
      d. Het openbaar vervoer moet betrouwbaar, laagdrempelig en toegankelijk zijn.
      e. Voor de volgende OV concessie zet Lelystad in op toekomstbestendig en innovatief (openbaar) vervoer op maat, waar mogelijk van deur tot deur, vraag gestuurd en passend binnen de financiële mogelijkheden.
    3. De volgende hoofdlijnen vast te stellen ten aanzien van langzaam verkeer:
      a. Ons hoofdfietsnetwerk moet bestaan uit directe comfortabele verbindingen tussen de regionale kernen, de woonwijken, het Stadshart, de bedrijventerreinen, Bataviastad, Lelystad Airport, de toeristische knooppunten en parels, de onderwijsvoorzieningen en het MC Zuiderzee.
      b. Het recreatief-toeristische fietsnetwerk moet aantrekkelijke verbindingen bieden naar en tussen de natuurgebieden, de toeristische knooppunten, bezienswaardigheden in en rond de stad en verbindt de recreatieve knooppunten onderling.
      c. Voor de fietser moet omrijden en verliestijd door wachten en zoeken worden voorkomen. Voor de bromfietsers wordt ingezet op goede, duidelijke en veilige routes.
      d. Fietsgebruik wordt gestimuleerd door middel van gebruikersvriendelijke stallingsvoor-zieningen bij OV-haltes en stations, in het Stadshart, bij publiekstrekkers en natuur-gebieden.
      e. Wandelen wordt gestimuleerd door middel van toegankelijke, veilige en vindbare wandelroutes. Er bestaat een aantrekkelijk wandelnetwerk tussen stadshart, woonwijken, natuur en toeristische trekpleisters
    4. Gastvrijheid voor onze weggebruikers bieden wij door:
      a. Aantrekkelijke fietsroutes.
      b. Oriëntatiemogelijkheden en herkenbaarheid voor automobilisten en fietsers.
      c. Uitnodigende service voor recreanten en toeristen.
      d. Klantvriendelijk parkeren (betalingsgemak, informatie, tarievenstructuur).
      e. Toegankelijkheid voor personen met een beperking
    5. De volgende hoofdlijnen vast te stellen ten aanzien van het thema Leefbaarheid:
      a. Het doorgaand autoverkeer zoveel mogelijk te bundelen op de Buitenring, zodat de verblijfsgebieden zo min mogelijk worden belast door het gemotoriseerde verkeer. Op de Buitenring staat de doorstroming centraal maar verkeersveiligheid en oversteekbaarheid zijn eveneens voorwaarden.
      b. Het Stadshart en het stationsgebied, alleen binnen de Binnenring, te beschouwen als verblijfsgebieden.
      c. De verblijfsgebieden zijn het domein van het langzame verkeer en het bestemmingsverkeer. Het gemotoriseerde verkeer schikt zich naar de omgeving en de overige verkeersdeelnemers.
    6. De volgende hoofdlijnen vast te stellen ten aanzien van het thema Duurzaam en gezond:
      a. We geven een impuls aan het fietsgebruik door in te zetten op de volgende kwaliteitsfactoren: samenhang en continuïteit, directheid, een aantrekkelijke omgeving, comfort, veiligheid en stallingsvoorzieningen.
      b. Op wijkniveau zetten wij in op directe en veilige looproutes naar de voorzieningen, zoals winkels, zorg, onderwijs en openbaar vervoer.
      c. In de stad zetten we een aantrekkelijk netwerk op van wandelroutes die de stad, de publiekstrekkers, de toeristische knooppunten en de natuurgebieden aaneen schakelen.
      d. We zetten zo veel mogelijk in op toegankelijkheid en obstakelvrije looproutes en openbare ruimte voor personen met een beperking.
      e. We faciliteren een elektrische toekomst: we zetten in op een toename van het gebruik en bezit van de e-fiets, de e- auto en zero-emissie openbaar vervoer.
    7. De volgende hoofdlijnen vast te stellen ten aanzien van verkeersveiligheid:
      We zetten in op de volgende speerpunten en doelgroepen:
      a. Verkeerseducatie: verkeersvoorlichting op scholen en aan kwetsbare doelgroepen, verkeersexamen in basisonderwijs.
      b. Verkeershandhaving: handhaving op snelheid, rood licht, alcohol, autogordel, smartphonegebruik.
      c. Risicovolle situaties: gerichte aanpassingen van locaties waar regelmatig (ernstige) ongevallen plaatsvinden.
      d. Veiligheid op de hoofdwegen: risico’s en ernst van ongevallen verminderen.
      e. Veiligheid in de verblijfsgebieden: directe en veilige looproutes, geen doorgaand gemotoriseerd verkeer
      f. Kwetsbare verkeerdeelnemers: schoolroutes, oversteekvoorzieningen, personen met een beperking, ouderen.
    8. Bij alle ontwikkelingen en projecten beoordelen we de mogelijkheden van innovatieve toepassingen en zetten die in waar dat zinvol is.
    9. In de uitwerking te streven naar voldoen aan Agenda 22.
  15. 11

    Besluit

    1. het verstrekken van leningen aan particuliere woningbezitters voor (a) opwekking van duurzame energie dan wel (b) energiebesparing te laten lopen via de bestaande Verordening SVn duurzaamheidsleningen particuliere eigenaar gemeente Lelystad 2016;
    2. het plafond voor de duurzaamheidsleningen aan particuliere woningbezitters te verhogen met € 1 miljoen;
    3. het verstrekken van leningen voor grootschalige initiatieven voor (a) opwekking van duurzame energie dan wel (b) energiebesparing, te faciliteren in het op te richten Lelystads Energiefonds (LEF);
    4. Voor het onderbrengen van de activiteiten van het LEF een stichting op te richten die aansluiting zoekt bij een onafhankelijke organisatie die naast het verstrekken van de financiering van energieprojecten ook de ontwikkeling van energieprojecten begeleidt en daarvoor de benodigde adviezen kan verstrekken en hiervoor als kaders voor het functioneren mee te geven:

    4.1. dat het LEF als doelstellingen c.q. uitgangspunten heeft:
    a. het terugdringen van de CO2-uitstoot: met het uit te zetten fondsbedrag wordt beoogd de uitstoot van 25.000 ton CO2/jaar te voorkomen (dit staat gelijk aan 0,17 PJ gecompenseerde grijze stroom);
    b. het werken als financiële hefboom: met het investeringsbedrag wordt beoogd een beweging van de markt teweeg te brengen van € 65 miljoen (multiplier van bijna 5 op de investeringsmiddelen);
    c. een revolverende werkwijze: het uitgezette fondsbedrag is na 20 jaar geïndexeerd weer op oorspronkelijke hoogte, dan wel nog steeds voor dit beoogde doel werkzaam.
    d. een flexibele inzet van het financieringsinstrumentarium: per project beoordelen welke financieringsvorm(en) de meeste toegevoegde waarde biedt;
    e. het nemen van verantwoorde risico’s: er wordt maximaal 60% van de benodigde projectfinanciering beschikbaar gesteld en het totale fondsbedrag wordt gefaseerd in 7 jaar uitgezet (maximaal € 2 miljoen per jaar). LEF kan nooit verplichtingen aangaan die het niveau van beschikbare middelen overstijgen;
    f. Jaarlijks wordt gemonitord of onverkorte handhaving van deze kaders tot de beoogde doelstelling zal leiden;
    g. Na vijf jaar wordt besloten of terugontvangen leninggelden opnieuw kunnen worden uitgezet;
    h. Besluiten op basis van de punten f en g worden aan de raad voorgelegd voor het uiten van wensen en bedenkingen.


    4.2. dat het LEF in ieder geval de volgende criteria hanteert bij financieringen uit het fonds:
    a. het minimum te financieren bedrag bedraagt € 100.000,-; maar er kan hiervan beargumenteerd worden afgeweken;
    b. het maximum financieringspercentage bedraagt 60%;
    c. de maximale looptijd van een financiering wordt vooraf per technologie bepaald aan de hand van de risico’s; uitgangspunt is maximaal 10 jaar, na het in gebruik nemen van de energie besparende of producerende installatie, maar er kan hiervan beargumenteerd worden afgeweken;
    d. de financiering wordt marktconform, in de zin van het staatssteunrecht, verstrekt;
    e. voor financiering in aanmerking komend zijn projecten en special-purpose companies met alleen installaties op de balans gericht op bewezen technologieën voor energiebesparing en duurzame opwekking; het is aan het LEF om dit criterium nader in te vullen en te beoordelen of in voorkomend geval aan het criterium wordt voldaan;
    f. het financieringsinstrumentarium is beschikbaar voor in Lelystad werkzame bedrijven en maatschappelijke organisaties;
    g. projecten van ondernemingen in moeilijkheden worden niet gefinancierd; de kredietwaardigheid van een initiatiefnemer wordt onderzocht voorafgaand aan het uitzetten van de financiering en wordt gemonitord gedurende de gehele looptijd van een financiering;
    h. Projecten van recent gestarte ondernemingen op Lelystads grondgebied kunnen in aanmerking komen indien op basis van de bedrijfsplannen een winstgevende exploitatie realistisch is te verwachten;
    i. Projecten die beogen energie op te wekken op basis van voedselgewassen op landbouwgrond komen niet voor financiering in aanmerking.
    5. Van het college de informatie omtrent de uitwerking van het onder 4 genoemde besluit tegemoet te zien ( onder andere de oprichtingsakte van de organisatie en de uitgewerkte overeenkomst met de onafhankelijke organisatie) voor het uiten van wensen en bedenkingen.

  16. 13
    Gelegenheid tot stellen van mondelinge vragen (art. 38 RvO)