1. Het nieuwere deel van basisschool De Boeier is pas in 2002 aangebouwd. Waarom kiest het college desondanks voor volledige nieuwbouw en welke lessen trekt het college hieruit voor toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting?
2. Wordt bij de nieuwbouw van De Boeier ruimte voorzien voor kinderopvang en zo ja, om welke vorm gaat het (huidige opvang of uitbreiding) en op basis van welke behoefte-inschatting?
3. Blijft het schoolplein in de huidige vorm en omvang behouden bij de nieuwbouw, of zijn aanpassingen voorzien? Zo ja, welke en waarom?
4. Op welke wijze wordt verkeersveiligheid rond De Boeier meegenomen in het plan, gezien de huidige ervaren overlast, en wordt de aanleg van een Kiss & Ride-voorziening expliciet overwogen?
5. Kan het bestaande trapveldje behouden blijven en, indien dat niet mogelijk is, wordt dit elders gelijkwaardig en openbaar opnieuw gerealiseerd?
Antwoord
1. Deze keuze maakt het college omdat vanuit het schoolbestuur is aangegeven dat dit inhoudelijk het meest wenselijke scenario is. Op het moment dat alleen het oude deel wordt vervangen, heeft dit een negatief effect op de inhoudelijke samenwerking, onderwijslogistiek en flexibiliteit binnen het gebouw. Het gebouw laten aansluiten bij de onderwijsvisie zal hiermee een stuk complexer worden en zal inhouden dat het suboptimaal is.
Daarnaast houdt behouden van het schooldeel uit 2002 in dat er een gebouwdeel blijft staan dat niet voldoet aan de laatste eisen met betrekking tot bij voorbeeld duurzaamheid. Ook zorgt dit ervoor dat er geen stedenbouwkundige ruimte is om een gymzaal aan het gebouw toe te voegen. Hierdoor blijven de gymzaal Karveel 1 en Karveel 2 noodzakelijk en zullen die op den duur verduurzaamd moeten worden. Ook is het verbeteren van de verkeersveiligheid rondom de school is een belangrijke reden om te kiezen voor volledige nieuwbouw. (Zie beantwoording vraag 4)
Deze argumenten hebben ervoor gezorgd dat het college heeft gekozen voor dit scenario. Ondanks dat deze aan de kostenkant het duurst is, levert dit scenario naar oordeel van het college wel het meeste op.
Als les voor de toekomst kijkt het college ook terug. Hoewel er in 2002 formeel een IHP bestond, was dit nog niet het strategisch instrument zoals we dat sinds latere actualisaties kennen. In de huidige werkwijze sluiten we afschrijvingen van uitbreidingen expliciet aan op de resterende levensduur van het bestaande gebouw. Dat betekent dat wanneer een school wordt uitgebreid, het nieuwe bouwdeel niet langer een eigen, volledige afschrijvingstermijn krijgt, maar wordt gekoppeld aan het oorspronkelijke gebouw. Met die systematiek voorkomen we juist dat relatief jonge delen in een later stadium moeten worden afgeschreven wanneer een school wordt vervangen of integraal vernieuwd.
2. In de nieuwbouw wordt ruimte opgenomen voor zowel kinderopvang als buitenschoolse opvang (BSO). Deze keuze sluit aan bij de wensen om onderwijs, opvang en BSO dichter bij elkaar te brengen van de school en GO! Kinderopvang. Door de opvangvoorzieningen in hetzelfde gebouw te huisvesten, ontstaat een logische en praktische verbinding tussen school en opvang.
De behoefte inschatting wordt gemaakt door marktpartij die hierin risicodragend is, en wordt zowel gemaakt op basis van de huidige opvangactiviteiten als op basis van de verwachte toekomstige behoefte.
3. In de verschillende scenario's zal opnieuw naar het schoolplein gekeken worden. Een nieuw gebouw houdt ook in dat dit een kans is om het stedenbouwkundig te optimaliseren. Dit ontwerpproces wordt gezamenlijk met de gebruikers gedaan. Naast de gebruikers worden omwonenden hierbij betrokken door middel van participatie avonden. Door de bouwactiviteiten lukt het niet om het schoolplein in de huidige staat te houden. De ruimte rondom het gebouw zal nodig zijn voor o.a. de bouwlogistiek.
4.Het verbeteren van de verkeersveiligheid rondom de school is een belangrijke reden om te kiezen voor volledige nieuwbouw. De huidige verkeerssituatie wordt door omwonenden en gebruikers als belastend ervaren, met name tijdens de breng- en haalmomenten. Nieuwbouw biedt de mogelijkheid om de verkeersstructuur opnieuw en integraal te ontwerpen, waarbij veilige fiets- en wandelroutes en een logischere verkeersafwikkeling kunnen worden gerealiseerd, ondersteund door het uitgevoerde parkeeronderzoek.
Hoewel nog geen definitieve keuze is gemaakt voor een Kiss & Ride, maakt de beschikbare ruimte in scenario 3 het wel mogelijk om dergelijke maatregelen binnen de ontwerpfase verder te onderzoeken en waar passend te integreren in de definitieve inrichting van het terrein.
5. In scenario 2 is geen gymzaal op het terrein opgenomen, omdat dit zou betekenen dat het trapveldje moet verdwijnen. Het behoud van het trapveldje is daarmee nadrukkelijk meegewogen in de beoordeling van de verschillende scenario’s. In het voorkeurscenario is daar geen sprake van. Op voorhand lijkt het dus niet noodzakelijk dat het trapveldje komt te vervallen, mocht dit onverhoopt toch noodzakelijk zijn dan zal dit onderdeel zijn van ontwerpproces. Binnen dit proces vindt er participatie plaats met omwonenden en de gebruikers, met hen zal er dan gezocht worden naar een passend oplossing.