Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Technische vragen

TV 26.549 ML Onderwijsachterstandenbeleid 2027-2030

ID
1707
Datum vraag
22-10-2026
Onderwerp
TV 26.549 ML Onderwijsachterstandenbeleid 2027-2030
Agendapunt
Commissie Maatschappij 2026 (3.c. 26.549 Onderwijsachterstandenbeleid 2027-2030)
dinsdag 3 november 19:30 tot 21:00
Raadzaal
Raadsleden
  • Marianne van de Watering
Fractie
  • Fractie Mooi Lelystad
Fractieassistent
Vraag
1. De stukken noemen zowel 200–230 als circa 320 VVE-indicaties per jaar. Welk aantal is juist en op welke periode zijn deze cijfers gebaseerd? 2. Hoe is de raming van circa €3 miljoen per jaar voor indicering, toeleiding en voorschoolse plekken berekend? 3. Hoe worden “significante achterstand” bij de start van groep 3 en “passend schooladvies” in groep 8 bepaald? 4. In welke vorm en met welke informatie wordt de raad jaarlijks geïnformeerd over het bereik, de resultaten en de besteding van de middelen?
Antwoord
1.De stukken noemen zowel 200–230 als circa 320 VVE-indicaties per jaar. Welk aantal is juist en op welke periode zijn deze cijfers gebaseerd? De aantallen zijn in de loop der jaren opgelopen. De verwachting is dat deze groei door zal zetten, want als we naar landelijke cijfers kijken dan zal gemeente Lelystad een grotere populatie hebben die in aanmerking komt voor een VVE-indicatie. In het stuk spreken we van 200-230; dit zijn de kinderen die daadwerkelijk op de VE-peuterspeelzaal zitten en geïndiceerd zijn. De 320 kinderen vormen het aantal kinderen dat geïndiceerd is. De cijfers zijn gebaseerd op het jaar 2025. 2.Hoe is de raming van circa €3 miljoen per jaar voor indicering, toeleiding en voorschoolse plekken berekend? Voor de raming is gekeken naar voorgaande jaren en de subsidiëring van deze wettelijke taken. - Indicering / toeleiding: +/- €100.000 - Voorschoolse plekken: +/- €2,5 miljoen. Voorschoolse plekken: in Lelystad volgt het geld het kind. Per peuterplek wordt €13,04 per uur, per kind voor 16 uur, voor 40 weken gesubsidieerd. Daarbij wordt echter het bedrag van kinderopvangtoeslag verminderd. Dit betekent dat er de afgelopen jaren (2021-2026) voor ongeveer 250 kinderen €1,35 miljoen nodig was. Voor de totale populatie, als we meer kinderen bereiken, is dit €2,7 miljoen (+/- 500 plekken). - Overige wettelijke taken: +/- €200.000 Voor de overige wettelijke taken (toelating tot VE, scholing, inzet HBO-coach en materialen) is de raming gebaseerd op basis van eerdere subsidiëring. 3.Hoe worden “significante achterstand” bij de start van groep 3 en “passend schooladvies” in groep 8 bepaald? De significante achterstand in groep 3 wordt bepaald op basis van de referentiescores van de groep in combinatie met de logopedische screening op woordbegrip en zinsopbouw. Deze vergelijking vindt plaats op landelijk niveau, door bijvoorbeeld de schoolweging. De schoolweging en referentiescores zijn terug te vinden in de onderwijsmonitor. Het passende schooladvies wordt landelijk gemonitord door de inspectie van het onderwijs, middels het ‘gelijke kansen dashboard’ van het ministerie OCW. Hier wordt op- en afschaling van onderwijsniveau gemonitord bij de start van het voortgezet onderwijs, tussentijds en na diploma-uitreiking. (zie https://informatieproducten.duo.rijkscloud.nl/public/Kansengelijkheid/). Hier wordt jaarlijks een doorvertaling op stadsniveau gemaakt, waar ook vergelijkingen te vinden zijn op provinciaal en landelijk niveau. Daarnaast wordt binnen het project ‘Visie jonge kind, doorgaande lijn’ gezocht naar manieren om de sociaal-emotionele ontwikkeling stadsbreed te kunnen volgen. 4.In welke vorm en met welke informatie wordt de raad jaarlijks geïnformeerd over het bereik, de resultaten en de besteding van de middelen? De raad krijgt jaarlijks via de onderwijsmonitor informatie over het totale aantal kleuters (in de leeftijd van 2,5-4 jaar), het aantal VVE-indicaties in die leeftijdscategorie, het aantal VE-geïndiceerde kinderen dat deelneemt aan VE-peuterspeelzalen (bereik), het aantal kinderen dat niet deelneemt (non-bereik) en de reden van dit non-bereik. Daarbij worden de onderdelen, zoals beschreven in bijlage 3, meegenomen met informatie over (bij)sturing. De besteding van de middelen wordt ieder jaar vastgelegd in de vaststelling van het subsidieplafond en daarnaast in de uitvoeringsregeling, die naar aanleiding van het beleid wordt vastgesteld door het college.
Toelichting
Voor een zorgvuldige beoordeling ontvangen wij graag duidelijkheid over de genoemde aantallen VVE-indicaties, de financiële raming, de meetwijze van de doelen en de jaarlijkse informatievoorziening aan de raad.
Datum antwoord
02-11-2026