Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Technische vragen

TV 26.265 ML Aanvullende vragen verwerving Kofschip 14-15 (Party Players)

ID
1599
Datum vraag
07-05-2026
Onderwerp
TV 26.265 ML Aanvullende vragen verwerving Kofschip 14-15 (Party Players)
Agendapunt
Commissie Bestuur, Middelen en Economie 2026 (6.a. 26.265 Agendaverzoek Verwerving Kofschip 14-15)
dinsdag 12 mei 19:30 tot 20:30
Raadzaal
Raadsleden
  • Marianne van de Watering
  • Roel Velstra
  • Rogier Stam
Fractie
  • Fractie Mooi Lelystad
Fractieassistent
Vraag
Aanvullende Technische vragen – Verwerving Kofschip 14-15 1. Is het college bekend met de publieke communicatie van Party Players van 25 maart 2026, waarin wordt aangegeven dat de onderneming per 1 juni 2026 de deuren sluit en mogelijk kijkt naar een doorstart op een andere locatie? 2. Sinds wanneer was het college op de hoogte van het voornemen van de huidige exploitant om te stoppen met de exploitatie op Kofschip 14-15? 3. Kan het college aangeven op welk moment de eerste gesprekken tussen de gemeente en de exploitant over beëindiging, verkoop of verwerving van de locatie hebben plaatsgevonden? 4. Klopt het dat bij verkoop van de onderneming aan een nieuwe exploitant opnieuw een exploitatievergunning voor een seksinrichting moet worden aangevraagd? 5. Indien vraag 4 bevestigend wordt beantwoord: Op basis van welke ruimtelijke, bestuurlijke en juridische overwegingen acht het college het aannemelijk dat een nieuwe vergunning op deze locatie opnieuw verleend zou moeten worden? 6. Heeft het college onderzocht of beëindiging van de exploitatie ook mogelijk was zonder aankoop van het pand en zonder schadeloosstelling van bijna €4 miljoen, bijvoorbeeld via: * wijziging van het omgevingsplan; * toekomstige vergunningverlening; * natuurlijk verloop door beëindiging van de huidige exploitatie; * of andere bestuursrechtelijke instrumenten? 7. Zo ja, kan het college toelichten welke alternatieven zijn onderzocht, waarom deze onvoldoende werden geacht en welke afweging daarbij is gemaakt ten opzichte van de voorgenomen aankoop? 8. In hoeverre heeft het college bij de beoordeling van de noodzaak van aankoop meegewogen dat: * de huidige exploitant zelf heeft aangegeven te willen stoppen; * de onderneming publiekelijk heeft aangekondigd te sluiten; * en een eventuele nieuwe exploitant mogelijk opnieuw vergunningplichtig is? 9. Kan het college bevestigen dat de voorgenomen aankoop mede is gebaseerd op het voorkomen van mogelijke toekomstige exploitatie door een andere ondernemer? Zo ja, op welke concrete risicoanalyse of juridische beoordeling is deze inschatting gebaseerd? 10. Is juridisch onderzocht of toekomstige woningbouwontwikkelingen en de wijziging van de ruimtelijke situatie aanleiding zouden kunnen vormen om een nieuwe vergunningaanvraag voor een seksinrichting op deze locatie geheel of gedeeltelijk te weigeren?
Antwoord
1. Is het college bekend met de publieke communicatie van Party Players van 25 maart 2026, waarin wordt aangegeven dat de onderneming per 1 juni 2026 de deuren sluit en mogelijk kijkt naar een doorstart op een andere locatie? Nee. Het college is niet op de hoogte van die specifieke publieke communicatie. Het college is wel op de hoogte dat Party Players contractueel heeft afgesproken de exploitatie per 1 juni 2026 te beëindigen. Publieke uitingen en een eventuele doorstart buiten Lelystad zijn aan Party Players zelf. 2. Sinds wanneer was het college op de hoogte van het voornemen van de huidige exploitant om te stoppen met de exploitatie op Kofschip 14-15? Het college is geïnformeerd over de beëindiging op basis van de met de exploitant gesloten koopovereenkomst. Zie antwoord 1. 3. Kan het college aangeven op welk moment de eerste gesprekken tussen de gemeente en de exploitant over beëindiging, verkoop of verwerving van de locatie hebben plaatsgevonden? Meerdere gesprekken vonden plaats in de afgelopen twee jaar. Eerste kennismaking: 2 april 2025; vervolggesprekken: 23 mei 2025, 17 juli 2025, 28 november 2025, 19 december 2025, 10 maart 2026. Op 17 juli 2025 gaf de exploitant aan dat verplaatsing binnen Lelystad voor hen geen optie was en dat uitkoop verder onderzocht moest worden. 4. Klopt het dat bij verkoop van de onderneming aan een nieuwe exploitant opnieuw een exploitatievergunning voor een seksinrichting moet worden aangevraagd? Ja, de exploitatievergunning voor een seksinrichting is persoons- en locatiegebonden. Bij overdracht van de onderneming moet de nieuwe exploitant een nieuwe exploitatievergunning aanvragen. Die aanvraag wordt getoetst aan de APV criteria en aan integriteitsvereisten, waaronder een Bibob onderzoek. De huidige vergunning voor Party Players is voor onbepaalde tijd verleend. De APV wijziging van 2021 heeft de eerdere beperkte geldigheidsduur van twee jaar afgeschaft. 5. Indien vraag 4 bevestigend wordt beantwoord: Op basis van welke ruimtelijke, bestuurlijke en juridische overwegingen acht het college het aannemelijk dat een nieuwe vergunning op deze locatie opnieuw verleend zou moeten worden? Het college acht het aannemelijk dat op deze locatie opnieuw een vergunning kan worden verleend, maar benadrukt dat verlening niet automatisch plaatsvindt en afhankelijk is van de uitkomst van de reguliere toetsingsprocedure. Relevante overwegingen: • Ruimtelijk: de locatie is juridisch planologisch geschikt. Een seksinrichting is toegestaan binnen het geldende omgevingsplan. • Bestuurlijk: toetsing en besluitvorming vinden plaats op basis van de APV criteria en overige wettelijke weigeringsgronden. Het college kan bij verlening bindende voorwaarden opleggen en handhavingsinstrumenten inzetten. • Juridisch: elke nieuwe aanvraag wordt zelfstandig getoetst aan de APV criteria en overige wettelijke weigeringsgronden (o.a. Bibob, openbare orde, veiligheid). Als een aanvrager daadwerkelijk aan álle toepasselijke APV criteria en integriteitsvereisten voldoet en er geen andere wettelijke weigeringsgronden of concrete feiten zijn, is weigering in de regel niet houdbaar. 6. Heeft het college onderzocht of beëindiging van de exploitatie ook mogelijk was zonder aankoop van het pand en zonder schadeloosstelling van bijna €4 miljoen, bijvoorbeeld via: * wijziging van het omgevingsplan; * toekomstige vergunningverlening; * natuurlijk verloop door beëindiging van de huidige exploitatie; * of andere bestuursrechtelijke instrumenten? Ja. Juridisch advies is ingewonnen en de volgende conclusies zijn getrokken: • Planologische wijziging: het onttrekken van de gebruiksmogelijkheid via planologische maatregelen (o.a. omgevingsplan) leidt tot planschadevergoedingen en langdurige procedures. Financieel en procedureel doorgaans ongunstiger dan minnelijke beëindiging. • De exploitatievergunning is voor onbepaalde tijd verleend. Er zijn op dit moment geen concrete feiten of juridische gronden aanwezig om de vergunning in te trekken. • Natuurlijk verloop is hier niet van toepassing. De beëindiging van de exploitatie volgt uit de met de exploitant gesloten koopovereenkomst. • Andere bestuursrechtelijke instrumenten (handhaving, dwangmiddelen). Er zijn geen concrete feiten of juridische weigerings of handhavingsgronden aanwezig. Handhavings en dwanginstrumenten vereisen een wettelijke basis. Gelet op snelheid, financiële en juridische risico’s en afhankelijkheid van medewerking van de exploitant heeft het college gekozen voor minnelijke uitkoop als meest doelmatige en bestuurlijk zorgvuldige route. 7. Zo ja, kan het college toelichten welke alternatieven zijn onderzocht, waarom deze onvoldoende werden geacht en welke afweging daarbij is gemaakt ten opzichte van de voorgenomen aankoop? Zie antwoord 6. Kort: planwijziging, handhaving/intrekking en afwachten bleken juridisch of financieel ongunstig, onvoldoende zeker/haalbaar (risico planschade, beperkte kans op afdwingbare intrekking, geen zekerheid over tijdige beëindiging). Daarom is uitkoop gekozen. 8. In hoeverre heeft het college bij de beoordeling van de noodzaak van aankoop meegewogen dat: * de huidige exploitant zelf heeft aangegeven te willen stoppen; * de onderneming publiekelijk heeft aangekondigd te sluiten; * en een eventuele nieuwe exploitant mogelijk opnieuw vergunningplichtig is? De genoemde elementen zijn meegewogen. De beëindiging vloeit voort uit de koopovereenkomst. De exploitant heeft niet zelfstandig publiekelijk aangekondigd te willen stoppen. Een mogelijke nieuwe exploitant is geen onderwerp van gesprekken geweest. De gemeente wordt eigenaar en verkrijgt daarmee regie over bestemming en vergunningverlening. 9. Kan het college bevestigen dat de voorgenomen aankoop mede is gebaseerd op het voorkomen van mogelijke toekomstige exploitatie door een andere ondernemer? Zo ja, op welke concrete risicoanalyse of juridische beoordeling is deze inschatting gebaseerd? Het college kan dat niet bevestigen. Het primaire doel van de aankoop was het wegnemen van het risico van voortgezette exploitatie door de huidige exploitant in relatie tot de woningbouwopgave. Inherent aan de verwerving is dat de gemeente toekomstige exploitatie door een andere ondernemer kan voorkomen, maar dit is niet het primaire doel geweest. 10. Is juridisch onderzocht of toekomstige woningbouwontwikkelingen en de wijziging van de ruimtelijke situatie aanleiding zouden kunnen vormen om een nieuwe vergunningaanvraag voor een seksinrichting op deze locatie geheel of gedeeltelijk te weigeren? Ja, dit is onderzocht. Er is sprake van een legale bedrijfsvoering op een locatie die een bestemming heeft die dat mogelijk maakt. Een overname van de exploitatie wijzigt niets aan de juridisch-planologische mogelijkheden in het omgevingsplan. Een nieuwe aanvraag voor een exploitatievergunning kan daarnaast niet zonder gegronde redenen worden geweigerd. Zie ook de beantwoording van vraag 5.
Toelichting
Deze vragen worden gesteld om beter inzicht te krijgen in de noodzaak, proportionaliteit en juridische onderbouwing van de voorgenomen aankoop van Kofschip 14-15. Daarbij is met name van belang in hoeverre alternatieven zijn onderzocht, welke rol toekomstige vergunningverlening speelt en hoe de aangekondigde beëindiging van de huidige exploitatie is meegewogen in de afweging van het college.
Datum antwoord
18-05-2026
Bijlage(s)