Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Technische vragen

TV 26.346 ML Definitief warmteprogramma: intrekken Transitievisie Warmte

ID
1634
Datum vraag
02-08-2026
Onderwerp
TV 26.346 ML Definitief warmteprogramma: intrekken Transitievisie Warmte
Agendapunt
Commissie Ruimte Beheer, Energie en Duurzaamheid 2026 (7.a. 26.346 RV Definitief warmteprogramma: Intrekken Transitievisie Warmte)
dinsdag 25 augustus 21:00 tot 22:30
Presentatiezaal
Raadsleden
  • Marianne van de Watering
Fractie
  • Fractie Mooi Lelystad
Fractieassistent
Vraag
1. Welke concrete gevolgen heeft het intrekken van de Transitievisie Warmte en de Volgorde der Wijken voor lopende afspraken, trajecten en communicatie richting inwoners? 2. Welke inhoudelijke actualisaties zijn in het nieuwe Warmteprogramma doorgevoerd ten opzichte van de Transitievisie Warmte en de Volgorde der Wijken en wat verandert daardoor concreet voor inwoners en uitvoering? 3. Zijn er financiële risico’s of extra kosten verbonden aan het vervangen van de oude kaders door het nieuwe Warmteprogramma? Zo ja, welke? 4. Welke gevolgen heeft dit voorstel voor inwoners, in het bijzonder voor huishoudens met een kleine portemonnee, als het gaat om betaalbaarheid van maatregelen en eventuele aansluiting op alternatieven? 5. Hoe wordt in de uitvoering geborgd dat betaalbaarheid niet alleen een ambitie is, maar een toetsbaar uitgangspunt wordt? 6. Op welke wijze zijn de vastgestelde criteria vertaald naar de nieuwe wijkvolgorde en wat betekent dat concreet voor de eerstvolgende wijken in de uitvoering? 7. Welke planning geldt voor de uitvoering van het nieuwe Warmteprogramma en wanneer kan de raad de eerste concrete resultaten of bijsturing verwachten? 8. Hoe verhoudt de aanwijsbevoegdheid zich tot het warmteprogramma en de wijkuitvoeringsplannen, via welk besluitvormingspad wordt die bevoegdheid concreet ingezet en welke rol heeft de raad daarbij? 9. Hoe wordt gemeten of de warmtetransitie uitvoerbaar blijft, zonder dat beleid telkens wordt aangepast voordat bewoners er houvast aan hebben?
Antwoord
1. Welke concrete gevolgen heeft het intrekken van de Transitievisie Warmte en de Volgorde der Wijken voor lopende afspraken, trajecten en communicatie richting inwoners? Het intrekken van de Transitievisie Warmte en de Volgorde der Wijken heeft geen concrete gevolgen. Alles wat al in gang is gezet, gaat door. Het warmteprogramma is, nadat de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking is getreden (nu voorzien op 1 januari 2027), verplicht als opvolger van de Transitievisie Warmte. Het warmteprogramma is dus een actualisatie van de Transitievisie Warmte en bouwt daar op voort. De Volgorde der Wijken is als het ware geïncorporeerd in het warmteprogramma. Voor zover nodig merken wij nogmaals op dat het intrekken van de Transitievisie Warmte als doel heeft om te voorkomen dat er formeel twee beleidskaders naast elkaar blijven bestaan. 2. Welke inhoudelijke actualisaties zijn in het nieuwe Warmteprogramma doorgevoerd ten opzichte van de Transitievisie Warmte en de Volgorde der Wijken en wat verandert daardoor concreet voor inwoners en uitvoering? Er zijn twee inhoudelijke actualisaties gedaan in het warmteprogramma ten opzichte van de Transitie Warmte en de Volgorde der Wijken: 1. Een aantal wijken is veranderd van fase en dus van voorkeursoplossing (warmtepomp of warmtenet). In september 2025 is uw raad hierover geïnformeerd via informatienota 25.375. Inwoners zijn hierover in november 2025 geïnformeerd via een brief, een aantal informatiebijeenkomsten en de Warmtegids. 2. Een aantal kaders en uitgangspunten is aangepast naar aanleiding van ontwikkelingen in de wetgeving en praktijkervaring. Wat er is gewijzigd, kunt u lezen in deze bijlage bij het collegebesluit over het ontwerp warmteprogramma. 3. Zijn er financiële risico’s of extra kosten verbonden aan het vervangen van de oude kaders door het nieuwe Warmteprogramma? Zo ja, welke? Nee, het warmteprogramma verandert niets aan de al bestaande financiële risico’s of kosten van de gemeente. Het warmteprogramma is een strategisch beleidsdocument dat op zichzelf “kostenneutraal” is. De eventuele risico's en (extra) kosten volgen veelal uit de opvolgende plannen en projecten die de komende jaren hun beslag gaan krijgen. Denk daarbij aan de wijkuitvoeringsplannen of het “inregelen” van een warmtebedrijf. 4. Welke gevolgen heeft dit voorstel voor inwoners, in het bijzonder voor huishoudens met een kleine portemonnee, als het gaat om betaalbaarheid van maatregelen en eventuele aansluiting op alternatieven? Op zichzelf heeft het warmteprogramma geen financiële gevolgen voor inwoners. De uitwerking van het warmteprogramma volgt in onder meer de wijkuitvoeringsplannen. Bij die plannen zullen bewoners “pas” met kosten te maken krijgen op het moment dat de gaskraan dichtgaat en ze moeten overstappen op een gasloos alternatief (warmtepomp of warmtenet). Daarbij zal worden gehandeld volgens de uitgangspunten die uw raad heeft meegegeven. Uiteraard voor zover deze passen binnen de wet- en regelgeving vanuit het Rijk. Vanuit het Rijk geldt dat haal- en betaalbaarheid voor inwoners met een krappe beurs van groot belang is. Zij stelt daar ook middelen voor beschikbaar, die we tot nu toe al ingezet hebben voor bijvoorbeeld energiecoaches, isolatiesubsidie en een witgoedregeling. 5. Hoe wordt in de uitvoering geborgd dat betaalbaarheid niet alleen een ambitie is, maar een toetsbaar uitgangspunt wordt? Het uitgangspunt dat de energietransitie voor iedereen “haalbaar en betaalbaar” moet zijn, wordt door de wetgever verwerkt in rekenregels die volgen uit het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) en de Regeling gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Rgiw). Dit betekent dat haal- en betaalbaarheid in de Lelystadse situatie aan die rekenregels worden getoetst. 6. Op welke wijze zijn de vastgestelde criteria vertaald naar de nieuwe wijkvolgorde en wat betekent dat concreet voor de eerstvolgende wijken in de uitvoering? Zie hiervoor het antwoord op vraag 2. De wijkvolgorde is geïncorporeerd in het warmteprogramma. Daarbij heeft een modelmatige actualisatie plaatsgevonden waarover uw raad al is geïnformeerd. Dat heeft geleid tot enkele wijzingen qua volgorde en voorkeursalternatief. Deze hebben echter geen betrekking op de wijken in fase 1, met uitzondering van De Landerijen Noord/Oost en De Landerijen Zuid/Oost. Deze twee buurten gaan van fase 1 naar fase 3 en krijgen daardoor meer tijd voor de overstap naar een aardgasvrij alternatief. Ten slotte is het zo dat ook de wijken in fase 1 later dan in de Transitievisie Warmte werd voorzien overstappen op nieuwe energie, omdat het wetgevingsproces de afgelopen jaren meermaals vertraging heeft opgelopen. 7. Welke planning geldt voor de uitvoering van het nieuwe Warmteprogramma en wanneer kan de raad de eerste concrete resultaten of bijsturing verwachten? Het warmteprogramma moet eens in de 5 jaar geactualiseerd worden (dus uiterlijk in 2031). Of zoveel eerder als nodig is. Vooralsnog is dat echter niet aan de orde. Het warmteprogramma is een strategisch beleidsdocument. Dat betekent dat uitvoering veelal via andere instrumenten zal plaatsvinden, zoals de wijkuitvoeringsplannen (naar verwachting vanaf 2027) en het aanwijzen van een warmtekavel en warmtebedrijf. Uw raad wordt al nauw betrokken bij laatstgenoemde actie. Zodra het warmtebedrijf is aangewezen (naar verwachting vanaf 2027), kan het starten met het aanleggen, beheren en exploiteren van warmtenetten. We verwachten dat bewoners in fase 1 tussen 2028 en 2030 een aanbod krijgen voor een aansluiting op het warmtenet. Vanaf dat moment kunnen inwoners gaan overstappen op nieuwe energie. 8. Hoe verhoudt de aanwijsbevoegdheid zich tot het warmteprogramma en de wijkuitvoeringsplannen, via welk besluitvormingspad wordt die bevoegdheid concreet ingezet en welke rol heeft de raad daarbij? Om de aanwijsbevoegdheid in te mogen zetten, moet het voornemen daartoe nu opgenomen worden in het warmteprogramma. Het betreft daarmee een collegebevoegdheid. De effectuering ervan – dus het daadwerkelijk inzetten van de aanwijsbevoegdheid – gaat via het wijzigen van het omgevingsplan (op grond van de Wgiw). Het wijzigen van het omgevingsplan zal via de gebruikelijke lijnen en bevoegdheden verlopen. 9. Hoe wordt gemeten of de warmtetransitie uitvoerbaar blijft, zonder dat beleid telkens wordt aangepast voordat bewoners er houvast aan hebben? Zie hiervoor het antwoord op vraag 7. Er is sprake van verplichte periodieke actualisatie. Daarbij zal er voortdurend gemonitord worden (zie hoofdstuk 6 van het warmteprogramma). We hebben als programmateam continu contact met bedrijven, maatschappelijke partners en vooral ook inwoners. Bijvoorbeeld via het Warmteloket en de meedenkgroep. Hierdoor is het mogelijk om eerstelijns informatie te vergaren over de mate van houvast die inwoners ervaren.
Toelichting
Deze vragen zijn bedoeld om scherp te krijgen wat het intrekken van de oude kaders en de invoering van het nieuwe Warmteprogramma concreet betekent voor inwoners, uitvoering, betaalbaarheid, sturing en bestuurlijke duidelijkheid. De raad moet kunnen beoordelen of dit meer is dan een beleidswissel op papier en of de warmtetransitie met dit voorstel stabiel, uitlegbaar en haalbaar blijft.
Datum antwoord
20-08-2026
Bijlage(s)