Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Raadssessies (Trouwzaal)

1. Amendementen en moties RES 1.0, Beleidskader Zonneparken, Inhuur LNL en Omgevingsvisie

dinsdag 22 juni 2021

19:00 - 19:50
Locatie

Digitaal

Voorzitter
De Wilde –Schoone – V.d. Bergh
Toelichting

Sessie 1 - Amendementen en moties RES 1.0, Beleidskader Zonneparken, Inhuur LNL en Omgevingsvisie

Agenda documenten

Uitzending

Agendapunten

  1. 0

    Besluitenlijsten en conclusieformulieren raadsbijeenkomsten

    Titel
    Conclusies en besluiten BOB-sessies 22 juni 2021
  2. 1

    Voorgesteld besluit

    1. De Regionale Energiestrategie Flevoland 1.0 (RES 1.0) vast te stellen, met daarin als belangrijkste onderdelen;
      1.1 Het bod betreffende het realiseren van staand beleid, wat neerkomt op 5,81 TWh aan hernieuwbare energie in 2030 bestaande uit wind (4,64 TWh) en zon (1,17 TWh);
      1.2 Als regio verder in te zetten op energiebesparing bij woningen en bedrijven;
      1.3 Inwoners en ondernemers actief te betrekken bij het opstellen van toekomstig ruimtelijk energiebeleid en projecten door middel van proces-, project- en financiële participatie;
      1.4 Als regio verder te onderzoeken wat eventuele nieuwe locaties en technieken zijn voor alternatieve duurzame opwekking;
      1.5 De RES de volgende kaders voor de warmtetransitie mee te geven via de Regionale Structuurvisie Warmte;
      1.5.1. In Flevoland is het uitgangspunt dat hernieuwbare warmte lokaal benut wordt waar ze beschikbaar is;
      1.5.2. Transport van hernieuwbare warmte wordt tot een minimum beperkt;
      1.5.3. Er wordt geen nadere verdeling van warmte(bronnen) gemaakt tussen gemeenten onderling in de regio;
      1.5.4. Er komen aandachtspunten voor warmtenetten, onder andere over toegang, eigenaarschap, financiering en afname. Deze punten zijn in ontwikkeling en krijgen een plek in een latere RES
  3. 2.a

    Bijlagen

    Voorgesteld besluit

    1. Kennis te nemen van het “Beleidskader zonneparken Gemeente Lelystad” met beleid voor grootschalige zonneparken in het buitengebied, maar ook voor zonneparken in het stedelijk gebied en de volgende kaderstellende uitgangspunten inclusief het in bijlage 1 opgenomen werkingsgebied met de onderscheiden deelgebieden 1 tot en met 8, vast te stellen:

    1.1 Behoud van de beleving van het open landschap te bereiken door het hanteren van de landschappelijke inpassingsprincipes:
    1.1.1 minimum afstanden tot de weg (gebieden 1 tot en met 4):
    o 350 meter vanaf de wegen in het landelijk gebied (met uitzondering van erftoegangswegen);


    1.1.2 beperking in hoogte van de constructies (gebieden 1 tot en met 4):
    o In alle gebieden een maximum bouwhoogte voor te schrijven van 3 meter;


    1.1.3 minimale onderlinge afstanden tussen de zonneparken;
    o Gebied 1: 350 meter;
    o Gebied 2: 350 meter;
    o Gebied 3: 400 meter;
    o Gebied 4: 600 meter;


    1.1.4 maximum grootte van een zonnepark:
    o Gebied 1: 10 hectare;
    o Gebied 2: 30 hectare;
    o Gebied 3: 20 hectare;
    o Gebied 4: 30 hectare.


    1.1.5 In principe is er geen omheining van het zonnepark, tenzij dat bijvoorbeeld door een verzekering vereist wordt. In dat geval mag het toegepaste hekwerk maximaal 2 meter hoog zijn, met een transparante verschijningsvorm.


    1.1.6 In gebied 5 is het ontwikkelen van iedere vorm van zonneparken uitgesloten, waarbij als uitzondering uitsluitend zon op daken wordt toegestaan;


    1.1.7 In gebied 6 wordt vanwege de landschappelijke karakteristiek van het gebeid terughoudend omgegaan met het toestaan van grond gebonden zonnepanelen. Er wordt beoordeeld op basis van maatwerk waarbij onder meer maximum elektriciteitsproductie, maximum oppervlak en het voldoen aan redelijke eisen van Welstand criteria zijn.


    1.1.8 Gebied 6b valt onder stedelijk gebied en transformeert naar bedrijventerrein. Hier is al eerder een zonnepark ontwikkeld. Zonneparken zijn binnen de transformatie goed voorstelbaar en kunnen passen bij het toekomstige karakter van het gebied.


    1.1.9 Gebied 7 valt buiten dit beleidskader. Initiatieven zijn mogelijk maar worden beoordeeld op basis van maatwerk


    1.1.10 In gebied 8 worden zonneparken alleen toegestaan op daken van woningen, op of bij bedrijven en op of bij andere gebouwen.


    1.2 Alleen initiatieven te honoreren met een natuur inclusief ontwerp.


    1.3 Participatie te verplichten voor initiatiefnemers door:
    1.3.1 Het vereisen van een afstemmingsverslag met omwonenden;


    1.3.2 Toepassen van procesparticipatie;


    1.3.2.1 Bieden van financiële participatie door een financiële afdracht aan het op te richten Duurzaamheidsfonds. Deze afdracht bedraag €500/MWp.


    1.4 De initiatiefnemer bij het indienen van de aanvraag aan te laten tonen dat het park aangesloten kan worden op het elektriciteitsnet, hetzij bij een netbeheerder, hetzij via een windpark.


    1.5 Initiatiefnemers uit te nodigen om hun project voor te leggen op basis van de reguliere aanvraag- en besluitprocedures.


    1.6 Initiatieven die anders zijn dan een grondgebonden opstelling worden door het college beoordeeld op basis van maatwerk en worden voorgelegd aan de gemeenteraad voor wensen en bedenkingen.


    2 Het beleidskader zes weken na vaststelling in werking te laten treden.

    Amendementen

    Titel
    Amendement Zonneparken Groen ipv open landschap - VVD
    Amendement - Beleidskader zonneparken - Groene omheining voor zonneparken - JL
    Amendement Beleidskader zonneparken - IP
    Amendement Besluit Zonneparken - gebruik landbouwgrond maximeren CDA
    Amendement Besluit Zonneparken - Maximaal 25 jaar CDA
    Amendement Besluit Zonneparken - splitsing gebied 4 - CDA
    Amendement Besluit Zonneparken - Voorkomen van verwaarlozing CDA
    Amendement Geen Zonneparken in bepaalde deelgebieden - PVV
    Amendement Zonneparken 1 - GL
    Amendement Zonneparken 2 - GL
    Amendement Zonneparken 3 - GL
    Amendement Zonneparken Capaciteit leidend - VVD
    Amendement Zonneparken Fasering - VVD
    Amendement Zonneparken Groen ipv open landschap - VVD
    Amendement Zonneparken Kaders fin participatie - VVD
    Amendement Zonneparken Mimimale afstand tot weg - VVD
    Amendement Zonneparken Minimale groottes zonneweides - VVD
    Amendement Zonneparken V6 - SP
    Amendement Zonneparken vergoeding per Mwp - VVD
    Amendement Zonneparken VVD
    Amendement Zonneparken Windsingels - VVD

    Moties

    Titel
    Motie - Beleidskader zonneparken - Aanvullende participatie bij zonneparken - JL
    Motie zonnepanelen op industriele daken - GL

    Technische vragen

    Onderwerp
    Technische vervolgvraag 112. Beleidskader zonneparken gemeente Lelystad - CDA
    Technische vragen 112 Beleidskader zonneparken Gemeente Lelystad - CDA
    Technische vragen 112 Beleidskader zonneparken Gemeente Lelystad - D66
    Technische vragen 112. Beleidskader Zonneparken gemeente Lelystad - PVV
    Technische vragen 112. Beleidskader zonneparken - SP
    Technische vragen 112. Beleidskaders zonneparken gemeente Lelystad - CDA
  4. 2.b

  5. 4

    Bijlagen

    Voorgesteld besluit

    1. De nota zienswijze en wijzigingen “omgevingsvisie Lelystad 2040’ vast te stellen met daarin de volgende wijzigingen ten opzichte van de ter visie gelegde omgevingsvisie:

    a. In hoofdstuk 4.4.2 en 4.4.3 worden korte alinea’s toegevoegd over trillingen;
    b. Op enkele plekken in de omgevingsvisie wordt daar waar gesproken wordt over fietsvoorzieningen wandel- of voetgangersmogelijkheden toegevoegd;
    c. Op de kaarten en in hoofdstuk 4.4.3 worden het Knarbos, Larserbos en Rivierduingebied beschreven;
    d. In hoofdstuk Visie pagina 40 wordt bij ‘Bestaande stad’ toegevoegd: Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken ;
    e. In hoofdstuk 4 Strategie onder Lucht- en geluidskwaliteit op pagina 69 toevoegen: Lelystad wil de luchtkwaliteit op het huidige niveau handhaven.;
    f. In hoofdstuk 4 Strategie op pagina 44 in de alinea over energietransitie wordt toegevoegd: Hiervoor zullen er de komende jaren diverse netuitbreidingen/wijzigingen plaatsvinden om de klimaatdoelstellingen te kunnen nakomen;
    g. In paragraaf 1.3 wordt een alinea toegevoegd waarin een vermelding wordt gemaakt van het amendement over de ambitie van 40.000 extra te bouwen woningen. In de alinea wordt uitgelegd dat de ambities verder worden uitgewerkt, keuzes worden voorgelegd aan de raad en daaruit volgende besluiten op visieniveau worden toegevoegd aan de omgevingsvisie;
    h. Op pagina 53 een kleine tekstuele wijziging waarbij ‘transformatie’ vervangen wordt door ‘herinrichting’;
    i. In hoofdstuk Strategie op pagina 60 een toevoeging van een alinea over Gastheerschap;
    j. In hoofdstuk Strategie op pagina 68 een toevoeging van ruimtelijke kwaliteit aan de Kustzone.
    2. De omgevingsvisie Lelystad 2040, met inachtneming van de nota “Zienswijze en wijzigingen omgevingsvisie Lelystad 2040” vast te stellen, met daarin opgenomen:
    a. als ruimtelijke hoofdprincipes:
    a 1. Stad en Landschap zijn verweven
    a 2. Functies zijn gescheiden
    a 3. Wijken zijn herkenbaar
    b. als hoofdpunten voor de visie Lelystad in 2040:
    b 1. Sterke stad in de regio met een gespecialiseerde economie
    b 2. Hoofdstad van de Nieuwe Natuur met aantrekkelijke woonbuurten en vitale bewoners.
    c. per gebied de volgende uitgangspunten:
    c 1. Stationsgebied-Stadshart
    a. Prioritair gebied (Stationsgebied-Stadshart)
    b. Stedelijk woon-werkmilieu met kantoren en dienstverlening
    c. Voorzieningencentrum met stedelijke aantrekkingskracht:
    detailhandel en dienstverlening
    d. Cultureel hart van de stad
    e. Klimaatadaptief mogelijkerwijs door groene daken, gevels en klimaatrobuuste openbare ruimte
    f. Focus op fiets, OV en lopen
    c 2. Kustzone
    a. Prioritair gebied (Bataviakwartier, Verlengde Suyderseeboulevard/Meerdijkhaven)
    b. Stedelijk woon-werkmilieu
    c. Voorzieningencentrum met regionale en (inter)nationale aantrekkingskracht: leisure (strand, jachthaven, outlet), musea
    d. Klimaatadaptief mogelijkerwijs door nieuwe natuur, strand, eilanden
    e. Verbonden met stadshart door HOV en fietsen voetpadverbindingen
    f. Veerdienst naar Marker Wadden
    c 3. Bestaande wijken
    a. Prioritaire gebieden: Wijken (‘70-’85) met vernieuwingsopgave en verduurzaming van de woningvoorraad en openbare ruimte
    b. Menselijke maat centraal, elkaar ontmoeten en elkaar kennen, herwaardering van de hoven
    c. Fiets- en voetpadstructuur staan centraal
    d. Hoven en buurtgroen nieuwe collectieve plekken met ruimte voor sport en spel, stadslandbouw en waarin nieuwe opgaven landen zoals klimaatrobuuste stad
    e. Dreven behouden structuur, maar kunnen van functie veranderen, huisvesten nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste stad
    f. Bestaande kracht, identiteit van wijken behouden en versterken
    c 4. Groene rand
    a. Prioritair gebied: Warande
    b. Groene rand is samenhangend gebied,
    een groene buffer en recreatieve zone van Lelystad
    c. Unieke ontspannen woonmilieus
    d. Wonen in clusters, met voldoende ruimte tussen de clusters om de samenhang van de groene rand te waarborgen
    e. Nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste openbare ruimte en duurzaamheid worden meteen meegenomen in het ontwerp
    f. Geleidelijke overgang tussen stad en bos/buitengebied
    g. Focus op wandelen en fietsen
    c 5. Werkgebieden
    a. Ruim baan voor werk
    b. Hoogwaardige werkomgeving
    c. Nieuwe opgaven zoals klimaatrobuuste openbare ruimte en duurzaamheid worden meteen meegenomen in het ontwerp
    Eveneens integrale opgaven voor (bestaande) bedrijventerreinen en industriegebieden. Hier liggen uitdagingen m.b.t . biodiversiteit, hittestress en wateroverlast.
    d. Ook bedrijventerreinen moeten straks aardgasvrij zijn
    c 6. Buitengebied
    a. Energielandschap: plek voor energieopwekking
    b. Ruimte voor toekomstbestendige landbouw
    c. Behoud van het open landschap en verkavelingsstructuur
    d. als hoofdpunten van de strategie:
    d.1 Algemene strategie: groene verstedelijking
    a. Natuurinclusief
    b. Energieneutraal
    c. Klimaat adaptief
    d. Circulair
    d.2 Wonen en voorzieningen
    a. Lelystad ontwikkelt zich naar zelfstandige stad met unieke woonmilieus binnen de MRA;
    b. De stad gaat groeien naar 100.000 inwoners met meer en sterke schouders;
    c. Ontwikkelen en bouwen gaan in Lelystad samen met ontwikkeling natuur;
    d. Lelystad zet in op een hiërarchische (gerangschikte) voorzieningenstructuur;
    e. Wij helpen mensen langer gezond thuis te blijven door het maken van een gezonde woonomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten;
    f. Cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden door ontwikkeling.
    d 3. Werken en leren:
    a. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau;
    b. De A6 zone wordt de economische as met de belangrijkste werkgebieden LAB, Lelystad Airport en Flevokust Haven;
    c. De vrijetijdseconomie wordt verder uitgebouwd door o.a. ontwikkeling Kustzone
    d. Stadshart en Bataviakwartier genereren werkgelegenheid in de detailhandel, horeca en leisure/(water)recreatie;
    e. Lelystad gaat de innovatieve duurzame landbouw faciliteren om zo mogelijkheden te bieden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector;
    f. De Campuszone wordt doorontwikkeld voor o.a. onderwijs – en sportvoorzieningen.
    d 4. Groen en omgevingskwaliteit:
    a. De Marker Wadden, het Schiereiland en de toekomstig tussengelegen eilanden met voor- en achteroevers in de Kustzone versterken in de toekomst als netwerk de ecologische functie;
    b. De Kustzone met het Schiereiland, Bataviakwartier en het Werkeiland wordt ontwikkeld om van Lelystad een aantrekkelijke toeristische bestemming te maken.
    c. Bataviakwartier en Poort Lelystad zijn de toegangspoorten tot Nationaal Park Nieuwland met het stationsgebied en Stadshart als entree voor de OV-reizigers.
    d. Het groen van de dreven zal een rol gaan spelen voor klimaatadaptatie
    e. De provincie heeft ‘Landbouw: meerdere smaken’ als strategische opgave benoemd. Lelystad heeft hierin een verbindende en faciliterende rol.
    d 5. Mobiliteit en bereikbaarheid
    a. Lelystad zet in op een duurzaam mobiliteitssysteem en gebruik van duurzame vervoermiddelen (lopen, fietsen en OV);
    b. Het openbaar vervoer ondergaat een schaal- en kwaliteitssprong met o.a. een HOV-verbidinding tussen Bataviakwartier, Stadshart en Lelystad Airport;
    c. Lelystad groeit uit tot een regionale netwerkstad met o.a. inzet op de Lelylijn, spooraansluiting Flevokust Haven, bochtafsnijding N23-A23 en fietsnelwegen;
    d. Lelystad Airport ontwikkelt zich tot een regionale luchthaven;
    e. Het grid van dreven blijft de basis voor het interne autonetwerk. De structuur blijft in tact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van een hiërarchie.