1.A. Het voorstel noemt vier moskeeën die in 2023 een verzoek hebben ingediend. Heeft het college ook geïnventariseerd of andere kerkgenootschappen in Lelystad behoefte hebben aan een bijzondere begraafplaats? Zo ja, welke zijn betrokken? Zo nee, waarom niet?
1.B. Op welke wijze worden alle potentiële gegadigden, waaronder de Joodse gemeenschap, geïnformeerd en betrokken om gelijke kansen bij de gronduitgifte te waarborgen? Overweegt het college hiervoor een openbare oproep of informatiebijeenkomst? Zo nee, waarom niet?
2.A. Houdt het college bij de verdere uitwerking rekening met de wens van sommige geloofsgemeenschappen tot eeuwigdurende of zeer langdurige grafrust?
2.B. Welke juridische, ruimtelijke en financiële gevolgen heeft het faciliteren van eeuwigdurende grafrust en wordt dit meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek?
2.C. Kan het college inzichtelijk maken wat de verwachte kosten van eeuwigdurende grafrust zijn, afgezet tegen de huidige tarieven voor reguliere gemeentelijke grafrechten, inclusief de kosten voor beheer en onderhoud? Zo nee, waarom niet?
3.A. Welke kosten voor aanleg, inrichting, ontsluiting, beheer en onderhoud komen voor rekening van de gemeente en welke voor rekening van de initiatiefnemende kerkgenootschappen?
3.B. In hoeverre worden de voorbereidingskosten, infrastructurele aanpassingen en overige ontwikkelkosten verhaald via de grondprijs? Heeft het college al een indicatie van de te verwachten grondprijs en de financiële bijdrage van initiatiefnemers?
3.C. Op welke wijze wordt voorkomen dat de financiële lasten een belemmering vormen voor kleinere kerkgenootschappen om gebruik te maken van hun wettelijke aanspraken?
4.A. Welke objectieve criteria en termijnen worden gehanteerd om aanvragen van kerkgenootschappen te beoordelen en de beschikbare grond te verdelen, rekening houdend met zowel de huidige als toekomstige ruimtebehoefte?
4.B. Is het college bereid de raad vooraf te informeren over de voorgenomen inventarisatie, beoordelingscriteria en uitgifteprocedure, voordat tot daadwerkelijke gronduitgifte wordt overgegaan?
Antwoord
1.A. Het voorstel noemt vier moskeeën die in 2023 een verzoek hebben ingediend. Heeft het college ook geïnventariseerd of andere kerkgenootschappen in Lelystad behoefte hebben aan een bijzondere begraafplaats? Zo ja, welke zijn betrokken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Het college heeft hiernaar geen actieve inventarisatie uitgevoerd omdat de algemene begraafplaats ruimte en mogelijkheden biedt voor alle geloofsgemeenschappen om daar begraven te worden.
Daarnaast is het landelijke beeld dat er hoegenaamd bij gemeentes, met uitzondering van moskeeën, geen aanvragen binnenkomen voor het realiseren van een eigen bijzondere begraafplaats.
De afgelopen periode is dit onderwerp in Flevoland verschillende malen in het nieuws geweest en ook naar aanleiding daarvan hebben zich nog geen andere kerkgenootschappen gemeld voor het realiseren van een eigen bijzondere begraafplaats.
1.B. Op welke wijze worden alle potentiële gegadigden, waaronder de Joodse gemeenschap, geïnformeerd en betrokken om gelijke kansen bij de gronduitgifte te waarborgen? Overweegt het college hiervoor een openbare oproep of informatiebijeenkomst? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Het nu voorliggende voorstel betreft een voorbereidingskrediet, mede om te komen tot heldere uitgangspunten voor een objectieve beoordeling van de ontvangen aanvragen. Onderdeel van het vervolgproces, bij een voornemen tot verkoop, is een Didam-procedure. Deze procedure kan gezien worden als een openbare kennisgeving waarin serieuze gegadigde zich kunnen melden en aangeven dat zij hier ook voor in aanmerking willen komen. Hun aanvragen zullen vervolgens op een zelfde wijze worden beoordeeld als de reeds ontvangen aanvragen.
2.A. Houdt het college bij de verdere uitwerking rekening met de wens van sommige geloofsgemeenschappen tot eeuwigdurende of zeer langdurige grafrust?
Antwoord:
Het college houdt hier geen rekening mee.
In deze is de gemeente de verkopende partij. Het is aan het kerkgenootschap zelf om de regels voor begraven op hun bijzondere begraafplaats vast te stellen.
2.B. Welke juridische, ruimtelijke en financiële gevolgen heeft het faciliteren van eeuwigdurende grafrust en wordt dit meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek?
Antwoord:
De gemeente faciliteert op basis van de Wet op de lijkbezorging het mogelijk oprichten van een eigen bijzondere begraafplaats. Na verkoop van de grond, specifiek bedoeld voor dit doel, ligt de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering bij het kerkgenootschap.
2.C. Kan het college inzichtelijk maken wat de verwachte kosten van eeuwigdurende grafrust zijn, afgezet tegen de huidige tarieven voor reguliere gemeentelijke grafrechten, inclusief de kosten voor beheer en onderhoud? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Dit kan het college niet omdat iedere begraafplaats andere tarieven hanteert. Daarnaast is dit een mogelijkheid die wij als gemeente niet aanbieden.
De gemeente kan wel inzicht geven in de verschillende tarieven voor de algemene begraafplaats.
Deze tarieven maken onderdeel uit van de tarievennota en zijn openbaar.
In algemene zin kost het begraven van een overledenen, in een eigen graf in aanvang €3.852 voor een periode van 20 jaar.
Als de rechthebbende van het graf besluit het recht te verlengen voor 10 of 20 jaar wordt een tarief voor dit recht gehanteerd van €908 voor een periode van 10 jaar en voor 20 jaar het dubbele.
Aan het eind iedere looptijd heeft de rechthebbende de mogelijkheid te besluiten het recht opnieuw te verlengen.
3.A. Welke kosten voor aanleg, inrichting, ontsluiting, beheer en onderhoud komen voor rekening van de gemeente en welke voor rekening van de initiatiefnemende kerkgenootschappen?
Antwoord:
Dit maakt onderdeel uit van het haalbaarheidsonderzoek.
3.B. In hoeverre worden de voorbereidingskosten, infrastructurele aanpassingen en overige ontwikkelkosten verhaald via de grondprijs? Heeft het college al een indicatie van de te verwachten grondprijs en de financiële bijdrage van initiatiefnemers?
Antwoord:
Dit maakt onderdeel uit van het haalbaarheidsonderzoek.
3.C. Op welke wijze wordt voorkomen dat de financiële lasten een belemmering vormen voor kleinere kerkgenootschappen om gebruik te maken van hun wettelijke aanspraken?
Antwoord:
De gemeente heeft geen invloed op de financiële situatie van een kerkgenootschap. Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is om te komen tot een transparante en eenduidige beoordeling van aanvragen. Het is uiteindelijk aan het kerkgenootschap of ze gebruik maken van de door de gemeente geboden mogelijkheid.
4.A.Welke objectieve criteria en termijnen worden gehanteerd om aanvragen van kerkgenootschappen te beoordelen en de beschikbare grond te verdelen, rekening houdend met zowel de huidige als toekomstige ruimtebehoefte?
Antwoord:
De objectieve criteria maken onderdeel uit van dit onderzoek. Voor de lange termijn zal er begraafplaatsenbeleid moeten worden opgesteld om deze criteria te borgen en te voorzien in de eigen behoefte op de algemene begraafplaats en mogelijke nieuwe aanvragen voor het realiseren van een bijzondere begraafplaats af te kunnen handelen.
4.B. Is het college bereid de raad vooraf te informeren over de voorgenomen inventarisatie, beoordelingscriteria en uitgifteprocedure, voordat tot daadwerkelijke gronduitgifte wordt overgegaan?
Dit maakt onderdeel uit van het besluitvormingsproces om te komen tot een Grondexploitatie.
Toelichting
Het raadsvoorstel voorziet in het beschikbaar houden van grond voor bijzondere begraafplaatsen en in een voorbereidingskrediet voor het haalbaarheidsonderzoek. De wettelijke aanspraken gelden voor kerkgenootschappen in bredere zin dan alleen de vier huidige aanvragers. Daarom is inzicht nodig in de wijze waarop gelijke kansen, transparante gronduitgifte en toekomstige ruimtebehoefte worden gewaarborgd. Daarnaast vragen de financiële gevolgen, de kostenverdeling en de mogelijkheden voor langdurige grafrust om nadere duidelijkheid.
Wij verzoeken het college de beantwoording tijdig beschikbaar te stellen, zodat de antwoorden nog kunnen worden betrokken bij de voorbereiding en bespreking binnen de fracties voorafgaand aan de commissiebehandeling.