Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Technische vragen

TV 25.109 PVV AV Grondstoffen- afvalbeleid

ID
1316
Datum vraag
28-3-2025
Onderwerp
TV 25.109 PVV AV Grondstoffen- afvalbeleid
Agendapunt
Commissie Ruimte Beheer, Energie en Duurzaamheid 2025 (6.b. 25.109 AV Grondstoffen- afvalbeleid )
dinsdag 1 april 19:30 tot 22:30
Raadzaal
Raadsleden
  • Ashwin van Stormbroek
Fractie
  • Fractie PVV
Fractieassistent
Vraag
1. Op welke manier wordt vooraf getoetst of voorgestelde maatregelen in de praktijk uitvoerbaar zijn voor zowel inwoners als de inzamelorganisatie? 2. Welke scenario’s leiden tot een stijging van de afvalstoffenheffing voor inwoners en welke juist tot verlaging, en wanneer wordt dat concreet per scenario in beeld gebracht? 3. Wat is de verwachte impact van elk scenario op het aantal meldingen van bijplaatsingen, dumpingen en klachten over afval? 4. Is het college bereid om bij nieuwe maatregelen eerst een kleinschalige proef te doen in één wijk voordat het stadsbreed wordt ingevoerd? 5. Op welke manier worden kwetsbare inwoners (bijvoorbeeld zonder auto, met kinderen in luiers of in hoogbouw) beschermd tegen hogere kosten of verminderde service? 6. Worden inwoners ook actief betrokken bij het kiezen tussen scenario’s, en zo ja: hoe en wanneer wordt dat georganiseerd?
Antwoord
1. Voor de inwoners wordt een participatietraject georganiseerd, waarbij zij actief betrokken worden om te zorgen dat de maatregelen praktisch uitvoerbaar zijn. HVC wordt betrokken bij het proces van herijking en denkt mee als inzamelorganisatie. 2. Vrijwel alle scenario’s leiden tot een stijging van de afvalstoffenheffing, voornamelijk door hogere inzamel- en verwerkingskosten, waar gemeenten weinig invloed op hebben. De stijgende verbrandingsbelasting en toekomstige CO2-heffing dragen hier significant aan bij. Daarnaast spelen nieuwe verwerkingscontracten, hogere kosten voor milieustraatstromen, uitputting van reserves en toenemende kwijtscheldingen een rol. Gemeenten kunnen wel invloed uitoefenen op de keuze voor inzamelsystemen en indirecte kosten. Scenario’s die leiden tot minder restafval zijn interessant vanwege de grote invloed van de verbrandingsbelasting en aankomende CO2-heffing. Hoewel optimalisatie van afvalbeheer op lange termijn tot kostenverlaging kan leiden, vergt dit op korte termijn investeringen. Momenteel wordt gewerkt aan de financiële onderbouwing per scenario, wat tijd en uitzoekwerk vraagt vanwege de uiteenlopende kosten per scenario. 3. Het is niet mogelijk om de impact per scenario exact te voorspellen, aangezien deze afhankelijk is van beslissingen op andere gebieden. Bij de invoering van Diftar is de landelijke trend dat het aantal bijplaatsingen, dumpingen en klachten in de eerste twee jaar toeneemt. Door extra inzet op communicatie, handhaving en regelmatige controle en schoonmaak van specifieke locaties blijft dit beheersbaar. In de notitie wordt een verwachting van bijplaatsingen, dumpingen of klachten per scenario opgenomen wanneer een significante toename wordt verwacht. 4. Het college is uiteraard bereid om kleinschalige proeven te doen, maar dit heeft niet altijd het beoogde effect. 5. In het participatietraject wordt rekening gehouden met de behoeften van kwetsbare inwoners en is het specifiek de bedoeling om deze behoeften boven tafel te krijgen. Daarnaast willen we specifieke aandacht besteden aan minderbedeelden. Mensen met een beperkt budget hebben vaak een lagere ecologische voetafdruk, maar kunnen te maken krijgen met hogere kosten door de noodzaak om oudere of minder duurzame spullen te vervangen. 6. Een participatietraject maakt onderdeel uit van de herijking van het huidige afvalbeleid tot het nieuwe grondstoffenbeleid. De planning hiervan moet nog worden bepaald.
Toelichting
Datum antwoord
1-4-2025
Bijlage(s)