Vraag 1: Geotechnische onderbouwing en sonderingen
a. Is de wethouder bereid om de volledige geotechnische rapportage, inclusief de uitgevoerde sonderingen en boringen ter plaatse van de beoogde herdenkingsplek, binnen 2 weken aan de raad over te leggen?
b. Kan de wethouder specifiek aangeven op welke diepte de draagkrachtige zandlaag is vastgesteld en wat de berekende conusweerstand is op de beoogde funderingsdiepte?
c. Hoe verhoudt de vastgestelde bodemgesteldheid (slappe klei-/veenlagen) zich tot de keuze voor een niet-geheide fundering, en welke zettingsberekeningen (in centimeters over een periode van 30 jaar) liggen hieraan ten grondslag?
Vraag 2: Verticale draagkracht en constructieve veiligheid
a. Kan de wethouder middels een onafhankelijk constructief advies aantonen hoe de verticale krachten van het monument (eigen gewicht plus variabele belasting) worden overgedragen op de ondergrond indien er géén gebruik wordt gemaakt van funderingspalen die rusten op de draagkrachtige laag?
b. Indien er wordt gekozen voor een fundering op damwanden: hoe wordt de verticale draagkracht van deze wanden gegarandeerd in een bodem met een lage schuifweerstand, en is er rekening gehouden met het risico op 'negatieve kleef' en het bezwijken van de wanden onder verticale druk?
c. Is er een vigerend constructief ontwerp dat door een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een extern ingenieursbureau) is getoetst op stabiliteit, kantelgevaar en differentiële zettingen?
Vraag 3: Ambtelijke adviezen en risicobeheersing
a. Kan de wethouder bevestigen of ontkennen dat er vanuit de ambtelijke organisatie of externe adviseurs schriftelijke of mondelinge waarschuwingen zijn afgegeven over de ontoereikendheid van een niet-geheide fundering voor dit specifieke project?
b. Indien dergelijke waarschuwingen of adviezen bestaan: op welke datum zijn deze ter kennis gekomen van het college en waarom is de raad hierover niet proactief geïnformeerd, mede in het licht van de budgettaire risico's?
c. Welke financiële reservering is opgenomen voor onvoorziene funderingskosten (faalkosten) en hoe verhoudt dit zich tot de huidige raming van €1,5 miljoen?
Antwoord
zie bijlage
Toelichting
De herdenkingsplek in het Zilverpark wordt gebouwd op een locatie met aanzienlijke technische uitdagingen. De ondergrond bestaat uit slappe, samendrukbare kleilagen op de voormalige zeebodem. Zonder diepe fundering biedt deze bodem vrijwel geen betrouwbare verticale draagkracht. Volgens geldende normen, waaronder Eurocode 7, vraagt een constructie van deze omvang daarom om volledig inzicht in de geotechnische parameters, zettingsgedrag en waterhuishouding.
Tot op heden is voor de raad echter onvoldoende duidelijk welke onderzoeken exact zijn uitgevoerd, welke funderingsprincipes worden overwogen en welke berekeningen daaraan ten grondslag liggen. Het gebruik van alternatieve methoden, zoals damwanden, roept vragen op omdat damwanden primair zijn ontworpen voor horizontale grondkering en doorgaans niet bedoeld zijn als verticale draagconstructie in slappe bodem. Zonder inzicht in de onderliggende berekeningen kan de raad niet beoordelen of dit een duurzame en veilige keuze is.
Daarnaast is niet helder welke waterstaatkundige voorwaarden gelden voor werkzaamheden in het water, zoals beperkingen bij het doorbreken van bodemlagen of andere randvoorwaarden die het funderingsontwerp kunnen beïnvloeden. Het is daarom noodzakelijk om volledig inzicht te krijgen in de afstemming met het waterschap en de effecten daarvan op de funderingskeuze.
De gestelde technische vragen zijn bedoeld om helder te krijgen welke geotechnische onderzoeken zijn uitgevoerd, welke constructieve uitgangspunten zijn toegepast en op welke wijze risico’s op zetting en instabiliteit zijn beoordeeld. Een monument van deze betekenis verdient een fundament dat technisch onbetwist is. WIJ verlangen daarom volledige transparantie voordat onomkeerbare stappen worden gezet.