1. Is het college bekend met de plannen van de Albert Heijn Voorhof om uit te breiden in een groenstrook?
Zo ja, wanneer wordt de raad hier hierover nader geïnformeerd?
2. De mogelijke uitbreiding zal ten koste gaan van meer dan 1.200 m² groen.
Is het college het met de SP eens dat het onwenselijk is om gemeenschapsgroen op te offeren voor het commerciële belang van één grote franchiseondernemer?
Hoe verhoudt het college deze plannen tot de visie en ambities van de Agenda Natuur?
3. In het verleden was sprake van de mogelijkheid om een tweede verdieping te realiseren voor aanvullende winkelruimte.
Bestaat deze mogelijkheid nog steeds?
Zo ja, waarom wordt dan toch gekozen voor uitbreiding in een aangrenzende groenstrook in plaats van het benutten van deze uitbreidingsmogelijkheid?
4. In een bewonersbrief staat het volgende: ‘Albert Heijn geeft aan dat er meer winkelruimte in de wijk nodig is.’
Op basis van welke gegevens stelt Albert Heijn dat er meer winkelruimte in de wijk nodig is?
Is het college het met de SP eens dat het beoordelen van de behoefte aan winkelruimte primair een publieke taak is, en niet van commerciële partijen zoals Albert Heijn?
Op welke wijze beoordeelt het college op dit moment objectief of er in de wijk daadwerkelijk behoefte bestaat aan extra winkelruimte?
5. Niet alle omwonenden hebben de bewonersbrief ontvangen.
Op basis van welke criteria is bepaald welke omwonenden deze brief hebben ontvangen?
Worden dezelfde criteria gebruikt om te bepalen welke omwonenden worden uitgenodigd voor de aangekondigde informatieavond?
6. Hoe worden de reacties van omwonenden over dit voorstel concreet meegenomen bij de afweging die gemaakt zal moeten worden?
7. Wat is de huidige bestemming van de groenstrook in het geldende bestemmingsplan?
Antwoord
1 . Is het college bekend met de plannen van de Albert Heijn Voorhof om uit te breiden in een groenstrook?
Zo ja, wanneer wordt de raad hier hierover nader geïnformeerd?
Ja, het college is geïnformeerd over de plannen. Het betreft hier een reguliere aanvraag van een ondernemer tot uitbreiding van haar vestiging. De initiatiefnemer betrekt de omgeving conform de Omgevingswet en levert hiervan een verslag aan.
2 De mogelijke uitbreiding zal ten koste gaan van meer dan 1.200 m² groen.
Is het college het met de SP eens dat het onwenselijk is om gemeenschapsgroen op te offeren voor het commerciële belang van één grote franchiseondernemer?
Hoe verhoudt het college deze plannen tot de visie en ambities van de Agenda Natuur?
Het college realiseert zich dat er spanning bestaat tussen diverse belangen. Zo erkent het college dat een groenstructuur waardevol is voor de omgeving. Anderzijds onderkent het college dat in onze groeiende stad een goed voorzieningen niveau ook een zwaarwegend publiek belang vormt. Het college maakt geen willekeurige afweging, het gaat hier om een beperkte ingreep (van ca. 1.200 m²) in een groenstrook van aanzienlijke omvang. In het vergunningentraject vindt nog nadere uitwerking plaats met betrekking tot mogelijk compenserende maatregelen, onder andere vanwege de geplande bomenkap of andere ingrepen in het groen.
Verder is de verwachting dat de laad- en loswerkzaamheden in een nieuwe situatie binnen het gebouw plaatsvinden, zodat er geen sprake meer is van rollende containers op straat, stilstaande vrachtwagens met draaiende motoren en dat in een nieuwe situatie sprake is van een vermindering van opslag buiten het pand.
Samenvattend ziet het college voorzieningen én leefomgeving beide als publieke belangen en kiest dus niet voor ‘Albert Heijn boven groen’, maar voor ‘voorzieningen’ in balans met ‘leefkwaliteit’.
De agenda Agenda Natuur streeft naar hogere natuurwaarden, meer verwevenheid van stad en omliggend landschap en een gezond en prettig leefklimaat voor mens en dier. Parken spelen hierin een grote rol, zoals ook is omschreven in het ontwerp omgevingsvisie. Vanuit die gedachte wordt er binnen het ‘programma van groen dromen naar groen doen’ gewerkt aan een actualisatie van het groenbeheerplan parken, zijnde ‘het parkenplan’. Hierover bent u in november 2023 geïnformeerd. De parken hebben in meer of mindere mate een belangrijke functie in het stedelijk natuurlijk raamwerk. Hoe het Voorhofpark hier in de toekomstige situatie in past, wordt uitgewerkt in het ‘Parkenplan’.
3 In het verleden was sprake van de mogelijkheid om een tweede verdieping te realiseren voor aanvullende winkelruimte.
Bestaat deze mogelijkheid nog steeds?
Zo ja, waarom wordt dan toch gekozen voor uitbreiding in een aangrenzende groenstrook in plaats van het benutten van deze uitbreidingsmogelijkheid?
Het college is van mening dat hoe een ondernemer uitbreidt primair bij deze ondernemer ligt, mits binnen de kaders. Wel dient te worden gerealiseerd dat een eventuele extra verdieping - overigens iedere soortige uitbreiding - zal leiden tot extra parkeerbehoefte waardoor op één of andere wijze toch behoefte is aan uitbreiding van het perceel waarvoor een grondverkoop nodig is.
4 In een bewonersbrief staat het volgende: ‘Albert Heijn geeft aan dat er meer winkelruimte in de wijk nodig is.’
Op basis van welke gegevens stelt Albert Heijn dat er meer winkelruimte in de wijk nodig is?
Is het college het met de SP eens dat het beoordelen van de behoefte aan winkelruimte primair een publieke taak is, en niet van commerciële partijen zoals Albert Heijn?
Op welke wijze beoordeelt het college op dit moment objectief of er in de wijk daadwerkelijk behoefte bestaat aan extra winkelruimte?
De ondernemer heeft aangegeven dat er meer ruimte noodzakelijk is, gebaseerd op eigen analyses van bezoekersaantallen en omzetten.
De behoefte aan winkelruimte wordt door de markt opgemerkt en opgepakt, daar zijn ondernemers voor. Bij plannen voor nieuwe vestigingen wordt er behoefteonderzoek gedaan.
5 Niet alle omwonenden hebben de bewonersbrief ontvangen.
Op basis van welke criteria is bepaald welke omwonenden deze brief hebben ontvangen?
Worden dezelfde criteria gebruikt om te bepalen welke omwonenden worden uitgenodigd voor de aangekondigde informatieavond?
Er is een hoofdcriterium vastgesteld, zijnde de bewoners die direct geraakt kunnen worden door deze mogelijke ontwikkeling. Dit heeft geleid tot de volgende selectiecriteria:
• Direct omwonenden/nabijheid: woningen direct grenzend aan de locatie.
• Zicht op de locatie: woningen waarvan de bewoners direct zicht hebben op de ontwikkeling.
• Langs de verkeersroute: woningen langs wegen met extra verkeersbewegingen.
• Hinder tijdens de bouw: bewoners die mogelijk geluidsoverlast of andere bouwhinder ondervinden.
Op basis van deze criteria is de bijgevoegde adressenlijst opgesteld. Ook is een overzichtskaartje bijgevoegd. Al deze bewoners krijgen van Albert Heijn een uitnodiging voor deelname aan het participatietraject.
6 Hoe worden de reacties van omwonenden over dit voorstel concreet meegenomen bij de afweging die gemaakt zal moeten worden?
De reacties van omwonenden worden op de gebruikelijke wijze meegenomen in het proces. Dit betekent dat de initiatiefnemer, conform de vereisten van de Omgevingswet, een participatieverslag aanlevert. Dit verslag dient als basis voor de principe uitspraak inzake een mogelijke verkoop van de strook gemeentegrond. Bij een positief besluit tot verkoop, zal het verslag als bijlage worden opgenomen bij de aanvraag omgevingsvergunning.
Het doel van participatie is om belangen, aandachtspunten en zorgen uit de omgeving te inventariseren en deze te betrekken bij de integrale belangenafweging die plaatsvindt bij de beoordeling van de grondverkoop en mogelijk de vergunningverlening. Ter ondersteuning heeft het college een leidraad voor participatie opgesteld die initiatiefnemers houvast biedt bij de uitvoering van dit proces.
Gezien de voorgeschiedenis van plannen van deze ondernemer, de omvang van de beoogde ontwikkeling en het feit dat een groenstrook onderdeel uitmaakt van het plan, heeft het college besloten een meer faciliterende rol te vervullen. Dit houdt onder meer in dat de gemeente de eerste communicatie richting de omgeving organiseert en erop toeziet dat de belangen die door omwonenden worden ingebracht, een herkenbare plek krijgen in de verdere planuitwerking door de initiatiefnemer als onderdeel van een zorgvuldig participatieproces.
Daarnaast ziet het college erop toe dat er, waar nodig, duidelijke afspraken worden gemaakt om zorgen of knelpunten vanuit de omgeving te adresseren. Het uiteindelijke doel is om in samenspraak te komen tot werkbare oplossingen, waarbij alle belangen op een evenwichtige manier worden meegenomen.
7 Wat is de huidige bestemming van de groenstrook in het geldende bestemmingsplan?
Deze gemeentelijke groenstrook is opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Lelystad (vanaf 9 juli 2025). Onder de omgevingswet wordt gesproken over functies die zijn toegedeeld aan locaties. In dit geval gaat het om de functies dienstverlening, kantoor en maatschappelijk. De voorgenomen activiteit vereist dat een BOPA (Buitenplanse Omgevingsactiviteit) procedure moet worden doorlopen.
Toelichting
Volgens een bewonersbrief van 2 september jl., zie foto in de bijlage, is de Albert Heijn Voorhof voornemens om uit te breiden. Naar aanleiding van deze brief heeft onze fractie enkele vragen.