Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Technische vragen

TV 26.056 ML RV Bindend advies BOPA Waterstoffabriek

ID
1542
Datum vraag
15-01-2026
Onderwerp
TV 26.056 ML RV Bindend advies BOPA Waterstoffabriek
Agendapunt
Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 2026 (7.a.i. 26.056 Bindend advies realisatie van een waterstoffabriek aan de Edelhertweg voor het transporteren van waterstof naar externe gebruikers)
dinsdag 10 februari 19:30 tot 22:30
Raadzaal
Raadsleden
  • Marianne van de Watering
Fractie
  • Fractie Mooi Lelystad
Fractieassistent
Vraag
A. Reikwijdte: waarover gaat het bindend advies precies? 1. Kan het college bevestigen dat het bindend advies van de raad uitsluitend ziet op het planologisch strijdige deel: het transport/leveren van waterstof naar externe gebruikers en niet op de gehele waterstoffabriek of de milieubelastende activiteit (MBA)? 2. Welke onderdelen van de aanvraag vallen concreet onder de BOPA en welke onder de MBA (met korte opsomming)? (i.v.m. rol raad/college/GS) B. Logistiek/verkeer: wat betekent “externe gebruikers” in de praktijk? 3. In de stukken wordt uitgegaan van 30 vrachtwagens per werkdag voor afvoer waterstof en 5 vrachtwagens per werkdag voor aanvoer demiwater. Zijn dit maxima die als harde begrenzing in de vergunning worden vastgelegd of slechts een verwachting? 4. Welke aan- en afvoerroute wordt beoogd voor vrachtverkeer (tubetrailers/trekker-oplegger)? Wordt deze route ook juridisch/operationeel geborgd (bijv. via vergunningvoorschrift of convenant), zodat transport door woongebieden wordt voorkomen? C. Veiligheid: risicobeheersing en borging 5. In het raadsvoorstel staat dat sprake is van een magneetactiviteit/IPPC-installatie en dat GS bevoegd gezag is. Wat zijn de relevante veiligheidscontouren (PR/GR) en liggen er kwetsbare of beperkt kwetsbare functies binnen die contouren? 6. Is de Veiligheidsregio formeel geconsulteerd en kan het college aangeven welke concrete voorwaarden of aandachtspunten zijn meegegeven (bereikbaarheid, calamiteitenplan, bluswatervoorziening)? D. Borging uitvoering: wat wordt echt afdwingbaar? 7. In de onderbouwing staat dat de landschappelijke inpassing een voorwaardelijke verplichting is. Op welke wijze wordt dit juridisch geborgd (welk voorschrift/voorwaarde) en wie handhaaft hierop? E. Toekomst/uitbreiding: voorkomen dat het ‘stapelt’ 8. De onderbouwing noemt dat levering “eerst per as en later ook via waterstofleidingen” kan plaatsvinden. Wordt een toekomstige leiding/uitbreiding (richting externe afnemers) opnieuw vergunningplichtig en komt dit dan opnieuw langs de raad voor bindend advies?
Antwoord
A. Reikwijdte: waarover gaat het bindend advies precies? 1.Kan het college bevestigen dat het bindend advies van de raad uitsluitend ziet op het planologisch strijdige deel: het transport/leveren van waterstof naar externe gebruikers en niet op de gehele waterstoffabriek of de milieubelastende activiteit (MBA)? Het college kan bevestigen dat de afwijking van het omgevingsplan die op dit moment voorlicht enkel het transport/leveren van waterstof naar externe gebruikers betreft. 2.Welke onderdelen van de aanvraag vallen concreet onder de BOPA en welke onder de MBA (met korte opsomming)? (i.v.m. rol raad/college/GS) BOPA De BOPA heeft betrekking op het afwijken van het (toegestane) gebruik. De strijdigheid met het Omgevingsplan betreft het onderdeel van het plan dat voorziet in het transport van waterstof naar externe afnemers. Om in deze ontwikkeling te voorzien moet dan ook van het omgevingsplan worden afgeweken. Dat kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA). In dit geval is het ook vereist dat de gemeenteraad in de gelegenheid wordt gesteld om een bindend advies over het de afwijking van het gebruik af te geven. MBA Het adviesverzoek voor de milieubelastende activiteit ziet op het oprichten van een bedrijf (waterstoffabriek) dat de betreffende milieubelastende activiteit zal uitvoeren. Voor deze milieubelastende activiteit is een omgevingsvergunning vereist, die wordt verleend door het bevoegde gezag GS. Het college B&W heeft een adviesrecht met betrekking tot de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de MBA. B. Logistiek/verkeer: wat betekent “externe gebruikers” in de praktijk? 3.In de stukken wordt uitgegaan van 30 vrachtwagens per werkdag voor afvoer waterstof en 5 vrachtwagens per werkdag voor aanvoer demiwater. Zijn dit maxima die als harde begrenzing in de vergunning worden vastgelegd of slechts een verwachting? In de vergunning zal een voorschrift worden opgenomen waarin wordt bepaald dat de aanvraag onderdeel wordt van de vergunning. Dit betekent dat de aanvrager dient te voldoen aan het aantal vrachtwagenbewegingen zoals opgenomen in de aanvraag. 4.Welke aan- en afvoerroute wordt beoogd voor vrachtverkeer (tubetrailers/trekker-oplegger)? Wordt deze route ook juridisch/operationeel geborgd (bijv. via vergunningvoorschrift of convenant), zodat transport door woongebieden wordt voorkomen? De aanvrager heeft aangegeven dat de afvoerroute via industrieterrein Oostervaart richting de N307 loopt en derhalve niet door woongebieden voert. Zie hiervoor tevens de onderstaande tekening. Indien de gemeente het wenselijk acht dat deze afvoerroute in de vergunning wordt vastgelegd, kan dit in het gemeentelijk advies worden opgenomen. De Omgevingsdienst zal vervolgens beoordelen of dit als voorschrift aan de vergunning kan worden verbonden en dit zo nodig opnemen. C. Veiligheid: risicobeheersing en borging 5.In het raadsvoorstel staat dat sprake is van een magneetactiviteit/IPPC-installatie en dat GS bevoegd gezag is. Wat zijn de relevante veiligheidscontouren (PR/GR) en liggen er kwetsbare of beperkt kwetsbare functies binnen die contouren? Voorliggend plan: Het ontwerp incl. de verschillende installatie onderdelen zijn getoetst op de aspecten maximale effectafstand, plaatsgebonden risico en groepsrisico. Indicatief is in de toetsing ook de waterstofleiding meegenomen. Aangezien deze leiding het perceel verlaat is het niet te voorkomen dat de effectafstanden gedeeltelijk buiten de kavel vallen. De contouren van de installatie zelf blijven vrijwel binnen het perceel. Er zijn geen kwetsbare functies aanwezig of geprojecteerd binnen de contouren. Maximale effectafstand: De effectafstanden blijven binnen de grenzen van de inrichting. Conform de definitie van het groepsrisico, de kans op 10 of meer slachtoffers, is er daarmee geen groepsrisico. Hierdoor is er geen verantwoording van het GR nodig. Plaatsgebonden risicocontouren: De contour voor de grenswaarde van het plaatsgebonden risico PR 10-6 ligt nagenoeg geheel binnen de inrichting. Binnen deze contour liggen geen geprojecteerde objecten van derden. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het aspect externe veiligheid vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van onderhavig plan. 6.Is de Veiligheidsregio formeel geconsulteerd en kan het college aangeven welke concrete voorwaarden of aandachtspunten zijn meegegeven (bereikbaarheid, calamiteitenplan, bluswatervoorziening)? De Veiligheidsregio Flevoland is betrokken als wettelijk adviseur en heeft een advies uitgebracht. Hieronder wordt een selectie van de door de Veiligheidsregio geadviseerde veiligheidsmaatregelen toegelicht, die door de Omgevingsdienst in de vergunningvoorschriften zullen worden opgenomen. Adviezen van de Veiligheidsregio Flevoland en brandweer met betrekking tot veiligheidsmaatregelen: 1. Ondergrondse afvoerleiding • Opnemen van een voorschrift dat de leiding is voorzien van automatische lekdetectie. • Bij een breuk of lekkage moet de leiding automatisch worden ingeblokt middels afsluiters. 2. Trailerbays – waterstofdetectie • Verplichting om in elke trailerbay waterstofdetectie te installeren vanwege:  Grote hoeveelheid aanwezige waterstof.  Handmatige handelingen zoals het aansluiten van installaties op trailers. • Het hebben van waterstofdetectie in de trailerbays kan een lekkage van een aangesloten trailer vroegtijdig gedetecteerd worden en op geacteerd worden. Bij het afgaan van de detectie:  Automatisch en direct stoppen van het vullen van de trailers en in veilige stand zetten.  Alarm naar de controlekamer/calamiteitenorganisatie.  Visueel en geluidsalarm bij de trailerbays om aanwezige personen (zoals chauffeurs) te waarschuwen.  Deze maatregelen worden opgenomen in de voorschriften van de omgevingsvergunning. 3. Procescontrolesysteem bij trailerbays • Verificatie dat trailers correct zijn aangesloten, de aardkabel correct is aangesloten en de installaties in de juiste standen staan voordat het vullen kan starten. • Cruciaal omdat het aankoppelen door de chauffeur gebeurt zonder aanwezigheid van een operator. 4. Beveiligingsmechanisme bij trailerbays (brandweeradvies) • Voorkomen dat trailers onbedoeld van de laadplek kunnen rijden. De Veiligheidsregio heeft verder geen concrete opmerkingen/aandachtspunten meegegeven ten aanzien van bereikbaarheid, calamiteitenplan en bluswatervoorziening. D. Borging uitvoering: wat wordt echt afdwingbaar? 7.In de onderbouwing staat dat de landschappelijke inpassing een voorwaardelijke verplichting is. Op welke wijze wordt dit juridisch geborgd (welk voorschrift/voorwaarde) en wie handhaaft hierop? Landschappelijke inpassing is niet afdwingbaar, toch is de initiatiefnemer bereid om mee te denken voor een goede landschappelijke inpassing. E. Toekomst/uitbreiding: voorkomen dat het ‘stapelt’ 8.De onderbouwing noemt dat levering “eerst per as en later ook via waterstofleidingen” kan plaatsvinden. Wordt een toekomstige leiding/uitbreiding (richting externe afnemers) opnieuw vergunningplichtig en komt dit dan opnieuw langs de raad voor bindend advies? Of een toekomstige leiding of uitbreiding vergunningplichtig is, hangt af van de ligging van de buisleiding en de specifieke situatie. Uitbreidingen van de waterstofproductiecapaciteit zijn in ieder geval vergunningplichtig, omdat hierdoor de onderliggende milieuvergunning (MBA) wordt gewijzigd. De raad heeft geen bindend advies voor aanlegvergunningen (vergunningen voor werkzaamheden die niet betrekking hebben op bouwwerken, zoals het aanleggen van een pad of het ophogen van grond) of voor de activiteit “werk, niet zijnde bouwwerk” of “werkzaamheid”. Uit het uiteindelijke, concrete plan moet daarom blijken of de activiteit mogelijk onder een andere categorie valt en of opnieuw advies van de raad nodig is.
Toelichting
Mooi Lelystad staat positief tegenover waterstof als nieuwe energiebron. Omdat de raad in dit dossier een bindend advies geeft over het planologisch strijdige onderdeel (het transport van waterstof naar externe gebruikers) stellen wij deze technische vragen om onze besluitvorming zorgvuldig en toetsbaar te kunnen doen. Wij verzoeken u de beantwoording van deze technische vragen tijdig te verstrekken, zodat wij de antwoorden inhoudelijk kunnen betrekken bij onze voorbereiding (en indien nodig een amendement en/of motie kunnen opstellen), en we dit in het fractieoverleg op de donderdag voorafgaand aan de commissievergadering intern kunnen bespreken.
Datum antwoord
10-02-2026
Bijlage(s)