Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Technische vragen

TV 26.535 VVD Programmabegroting 2027-2030

ID
1689
Datum vraag
09-10-2026
Onderwerp
TV 26.535 VVD Programmabegroting 2027-2030
Agendapunt
Commissie Bestuur, Middelen en Economie 2026 (5. 26.535 Ontwerp programmabegroting 2027 - 2030)
dinsdag 20 oktober 19:30 tot 22:30
Raadzaal
Raadsleden
  • Annette van West
  • Eelco Schrijver
  • Marten Tilstra
Fractie
  • Fractie VVD
Fractieassistent
  • Fenna Grimbergen
Vraag
A Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie Vraag 1: pagina 125-127 - Onderwerp Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie: Kan het college één integraal en sluitend financieel overzicht verstrekken voor 2027, 2028, 2029 en 2030 waarin alle 102 in de ontwerp-begroting voorgestelde mutaties, alle reservemutaties en de reservering voor het College Uitvoeringsprogramma volledig zijn verwerkt, met per jaar afzonderlijk: het saldo vóór reservemutaties, het saldo na reservemutaties, het incidentele saldo, het structurele saldo en de structurele exploitatieruimte? In de begroting staat immers dat het centrale financiële overzicht nog exclusief de voorgestelde begrotingsbijstellingen is opgesteld en na besluitvorming zal worden geactualiseerd. Vraag 2: alle beslispunten in het raadsvoorstel - Onderwerp Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie: Acht het college het verenigbaar met de informatie-eis van artikel 3 BBV dat de raad wordt gevraagd de begroting vast te stellen terwijl het definitieve geconsolideerde overzicht waarin alle te autoriseren mutaties zijn verwerkt nog niet in de aan de raad aangeboden financiële hoofdtabel staat? Zo ja, op welke concrete BBV-bepaling, notitie van de Commissie BBV of andere juridische grondslag baseert het college dat oordeel? Vraag 3: pagina 127 - Onderwerp Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie: De begroting eindigt inclusief de CUP-reservering op circa +€339.000 in 2027, -€5,718 miljoen in 2028, -€10,387 miljoen in 2029 en -€4,529 miljoen in 2030. Kan het college per jaar exact aangeven welk deel daarvan structureel en welk deel incidenteel is en voor ieder structureel tekort aangeven met welke reeds concreet benoemde, becijferde en bestuurlijk realiseerbare maatregel dit wordt opgelost? Vraag 4: pagina 127 - Onderwerp Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie: Kan het college bevestigen dat zonder de CUP-reservering 2029 nog circa €6,737 miljoen negatief is en 2030 circa €879.000 negatief? Zo ja, waarom wordt in de bestuurlijke boodschap nadrukkelijk gewezen op de CUP-reservering als verklaring voor de tekorten terwijl daarzonder eveneens geen volledig sluitend meerjarenbeeld bestaat? Vraag 5: pagina 127 - Onderwerp Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie: Artikel 189 Gemeentewet staat een niet-structureel en reëel sluitend begrotingsjaar alleen toe wanneer aannemelijk is dat structureel en reëel evenwicht in de eerstvolgende jaren ontstaat. Indien het college zich op deze herstelmogelijkheid beroept: welke reeds beschikbare objectieve onderbouwing maakt volgens het college aannemelijk dat het structurele tekort uiterlijk in 2030 daadwerkelijk wordt opgeheven, anders dan het voornemen om bij een toekomstige kadernota nog ombuigingsmaatregelen te inventariseren? Vraag 6: pagina 125-127 - Onderwerp Structureel begrotingsevenwicht en de werkelijke financiële positie: Welke financiële maatregelen zijn op dit moment daadwerkelijk door het college doorgerekend voor de benodigde ombuigingen? Graag per maatregel het structurele bedrag, eerste jaar van realisatie, besluitvormingsmoment, uitvoeringsrisico en verantwoordelijke portefeuillehouder vermelden. Indien zulke maatregelen nog niet bestaan, kan het college dat expliciet bevestigen? B Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s Vraag 7: pagina 79, 134-135 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: De begroting vermeldt dat in alle drie de scenario’s voor Jeugdzorg structurele tekorten bestaan, terwijl voor het kostenniveau het neutrale scenario en voor de rijkscompensatie het meest gunstige scenario wordt gebruikt. Kan het college kwantitatief aantonen waarom deze asymmetrische scenariokeuze volgens het college voldoet aan het criterium reëel ramen? Vraag 8: pagina 79, 134-135 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: Wat zijn voor 2027–2030 de exacte begrotingssaldi wanneer zowel voor kosten als voor rijkscompensatie: a. het gunstige scenario; b. het neutrale scenario; en c. het ongunstige scenario wordt toegepast? Graag de uitkomsten per jaar en het cumulatieve verschil ten opzichte van de nu aangeboden begroting weergeven. Vraag 9: pagina 79, 134-135 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: Kan het college aangeven welk schriftelijk extern of intern advies ten grondslag ligt aan de kwalificatie dat de meest gunstige rijkscompensatie op dit moment voldoende realistisch is om begrotingstechnisch als bate te verwerken? Graag het advies, de datum, opsteller en gehanteerde aannames aan de raad verstrekken. Vraag 10: pagina 79, 134-135 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: In de toelichting wordt voor 2027 gerekend met een verwacht Jeugdzorgtekort van circa €12 miljoen, waarvan €3,75 miljoen uit de egalisatiereserve wordt gedekt en €8,25 miljoen ten laste van het begrotingssaldo komt. Kan het college een volledige aansluiting verstrekken tussen deze berekening en het meerjarige verloop van de egalisatiereserve Jeugdzorg? Vraag 11: pagina 181 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: Op grond van welk raadsbesluit is de reserve structureel verhoogd van het initiële bedrag van € 13,5 miljoen naar € 23,020 miljoen? Waarom laat het meerjarige reserveoverzicht de egalisatiereserve Jeugdzorg vanaf 2027 tot en met 2030 op €23,020 miljoen staan, terwijl elders wordt gerekend met onttrekkingen uit diezelfde reserve? Is hier sprake van een presentatieverschil, nog niet verwerkte besluitvorming of een feitelijke inconsistentie? Graag een gecorrigeerde, volledig aansluitende reservestaat verstrekken. Vraag 12: pagina 79, 134-135 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: Welke bedragen aan Jeugdzorguitgaven zijn naar oordeel van het college inmiddels zó waarschijnlijk geworden dat zij niet langer uitsluitend als risico mogen worden beschouwd maar op grond van het realiteitsbeginsel rechtstreeks in de exploitatie moeten worden geraamd? Vraag 13: pagina 79, 134-135 - Onderwerp Jeugdzorg en de ramingen scenario’s en risico’s: ieder jaar opnieuw blijkt dat na afloop van het boekjaar nog veel declaraties voor jeugdzorg worden ingediend t.l.v. dat boekjaar. We ontvangen graag een overzicht van de totaalbedragen aan nagekomen declaraties jeugdzorg voor de jaren 2023-2025 en een reële inschatting van de te verwachten nagekomen declaraties over 2026 en 2027. Heeft het college dit risico meegenomen bij de keuze voor het gemiddelde scenario voor de jeugdzorgkosten? Zo nee, waarom niet? Waarom is dit risico niet benoemd op p. 79 bij het onderwerp jeugdzorg? En wat is het effect op de financiële cijfers in alle jaarschijven van de begroting 2027-2030 als wél rekening wordt gehouden met dit risico? C Reserve Ontwikkeling Stad en de inzet van vrije ruimte Vraag 14, pagina 165 - Onderwerp Reserve Ontwikkeling Stad en de inzet van vrije ruimte: met de voorgestelde mutaties in hoofdstuk 4.3 Incidentele middelen wordt ongeveer 94% van de bestaande onbeklemde ruimte in de Reserve Ontwikkeling Stad (ROS) bestemd. De reserve daalt bij aanname van alle voorstellen van € 24,027 miljoen naar € 1,452 miljoen. Welke bestuurlijke norm hanteert het college voor het minimaal aan te houden niveau van vrije incidentele beleidsruimte? En wat zijn de gevolgen hiervan voor de beleidsambities in het coalitieakkoord? Vraag 15, pagina 165 - Onderwerp Reserve Ontwikkeling Stad en de inzet van vrije ruimte: Waarom acht het college het financieel verantwoord om vrijwel alle beschikbare onbeklemde ruimte te bestemmen op hetzelfde moment dat de structurele exploitatieruimte verslechtert, de schuldfinanciering naar verwachting toeneemt en belangrijke risico’s rond Jeugdzorg en andere domeinen blijven bestaan? Vraag 16, pagina 165 - Onderwerp Reserve Ontwikkeling Stad en de inzet van vrije ruimte: In de onderbouwing wordt rekening gehouden met een verwacht positief jaarrekeningresultaat 2026 van circa €21,5 miljoen dat later aan de reserve zou kunnen worden toegevoegd. Kan het college bevestigen dat dit bedrag op het moment van vaststelling van deze begroting nog geen vastgesteld rekeningresultaat en geen door de raad bestemde reserve is? Vraag 17, pagina 165 - Onderwerp Reserve Ontwikkeling Stad en de inzet van vrije ruimte: Welke gevolgen heeft het voor de financiële positie en voor de dekking van toekomstige incidentele voorstellen wanneer dat verwachte resultaat geen €21,5 miljoen maar respectievelijk €15 miljoen, €10 miljoen, €5 miljoen of nihil bedraagt? D Incidentele lasten die vier jaar doorlopen Vraag 18, pagina 165 – Onderwerp Incidentele lasten die vier jaar doorlopen: De begroting classificeert €22,575 miljoen aan voorstellen als incidenteel. Hieronder bevinden zich onder meer IV/dienstverlening en organisatieontwikkeling die in alle vier begrotingsjaren middelen vragen. Kan het college per afzonderlijke post aantonen waarom sprake is van een incidentele last naar aard en niet slechts van een tijdelijk incidenteel gefinancierde structurele behoefte? Vraag 19, pagina 165 – Onderwerp Incidentele lasten die vier jaar doorlopen: Kan het college voor iedere incidentele post boven €100.000 vermelden: de startdatum, einddatum, juridische of beleidsmatige eindgrond, totale verplichting, verwachte structurele vervolgkosten en de reden waarom na afloop geen vergelijkbare last meer bestaat? Vraag 20, pagina 165 – Onderwerp Incidentele lasten die vier jaar doorlopen: Voor IV en dienstverlening vermeldt het college zelf dat incidentele investeringen tot aanvullende structurele beheer- of uitvoeringskosten kunnen leiden. Welke maximale structurele lasten kunnen daaruit voortvloeien en waarom zijn deze niet als financiële risico’s of scenario’s gekwantificeerd in de meerjarenraming? Vraag 21, pagina 165 – Onderwerp Incidentele lasten die vier jaar doorlopen: Het Generiek Toezichtskader (GTK) 2026 gaat bij reservemutaties en de beoordeling van structureel evenwicht expliciet uit van het onderscheid tussen incidentele en structurele lasten en baten. Heeft de provincie Flevoland de door Lelystad gehanteerde classificatie van deze meerjarige incidentele lasten al getoetst? Zo ja, dan ontvangen wij graag de appreciatie van het provinciebestuur. E De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen Vraag 22, pagina 131 – Onderwerp De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen: Door de gewijzigde systematiek rond vervangingsinvesteringen verbetert het begrotingssaldo in 2027 met circa €3,875 miljoen. Kan het college een specificatie verstrekken van alle afzonderlijke activa/maatregelen waaruit dit bedrag bestaat? Vraag 23, pagina 131 – Onderwerp De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen: Kan per onderdeel worden vermeld: de investering, de huidige technische staat, het onderscheid tussen onderhoud en vervanging, het activeringsbedrag, de economische of maatschappelijke levensduur, de afschrijvingstermijn, de rente, de jaarlijkse kapitaallast en de totale kapitaallast gedurende de gehele looptijd? Vraag 24, pagina 131 – Onderwerp De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen: Welke posten werden onder de oude systematiek als groot onderhoud uit een voorziening betaald maar worden vanaf 2027 als investering geactiveerd? Graag per post de BBV-motivering waarom activering verplicht dan wel toegestaan is. Vraag 25, pagina 131 – Onderwerp De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen: Kan het college exact aangeven hoeveel van de €3,875 miljoen in 2027 een werkelijke verlaging van de kasuitgaven betreft en hoeveel uitsluitend ontstaat doordat de lasten boekhoudkundig over toekomstige jaren worden verdeeld? Vraag 26, pagina 131 – Onderwerp De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen: De begroting vermeldt zelf dat deze systeemwijziging tot 2067 een begrotingstechnisch voordelig effect heeft omdat lasten later zichtbaar worden. Wat bedraagt de cumulatieve extra afschrijvings- en rentelast die daardoor van 2027 tot 2067 op toekomstige begrotingen terechtkomt? Vraag 27, pagina 131 – Onderwerp De systeemwijziging bij groot onderhoud en vervangingsinvesteringen: Is over deze systeemwijziging vooraf inhoudelijk overleg gevoerd met de Commissie BBV, accountant en/of provincie Flevoland? Graag alle schriftelijke adviezen, berekeningen en correspondentie hierover beschikbaar stellen. F Weerstandsvermogen en risico-inventarisatie Vraag 28, pagina 181 – Onderwerp Weerstansvermogen en risico-inventarisatie: Waarom wordt voor het weerstandsvermogen voor 2028, 2029 en 2030 in de financiële kengetallen NNB vermeld, terwijl dezelfde begroting wel besluiten bevat die reserves, solvabiliteit en financiële risico’s voor deze jaren rechtstreeks beïnvloeden? Vraag 29, pagina 181 – Onderwerp Weerstansvermogen en risico-inventarisatie: Kan het college vóór de begrotingsbehandeling alsnog het weerstandsvermogen voor alle vier jaren volledig doorrekenen, inclusief gewijzigde risico’s, reserveposities en financiële verplichtingen? Vraag 30, pagina 181 – Onderwerp Weerstansvermogen en risico-inventarisatie: Het GTK 2026 bepaalt dat GS het door de gemeente gepresenteerde risicobeeld kunnen bijstellen indien zij twijfelen aan de realiteit of volledigheid ervan. Welke risico’s uit de onderhavige begroting zijn niet gekwantificeerd, terwijl zij mogelijk een materiële financiële impact hebben? Vraag 31, pagina 181 – Onderwerp Weerstansvermogen en risico-inventarisatie: Waarom wordt bij enkele financieel relevante ontwikkelingen wel uitvoerig beschreven dat substantiële onzekerheid bestaat, maar ontbreekt vervolgens een gekwantificeerd worstcasescenario in de totale financiële positie? G Schuldpositie, solvabiliteit en financieringsbehoefte Vraag 32, pagina 181 – Onderwerp Schuldpositie, solvabiliteit en financieringsbehoefte: De solvabiliteit daalt volgens de begroting van 34% in 2025 naar circa 23% in 2030, terwijl de gecorrigeerde netto-schuldquote stijgt naar circa 44%. Welke grenswaarden hanteert het college zelf waarbij het financiële beleid moet worden aangepast? Vraag 33, pagina 181 – Onderwerp Schuldpositie, solvabiliteit en financieringsbehoefte: De enkele constatering dat deze kengetallen nog binnen normen blijven, beantwoordt niet hoeveel financiële wendbaarheid verloren gaat. Kan het college daarom per jaar aangeven hoeveel: a. structurele begrotingsruimte; b. vrij besteedbare reserve; c. onbenutte belastingcapaciteit; en d. financieringsruimte feitelijk resteert? Vraag 34, pagina 181 – Onderwerp Schuldpositie, solvabiliteit en financieringsbehoefte: Welke rentepercentages zijn gehanteerd voor de toekomstige externe financieringsbehoefte en wat is het jaarlijkse effect op de begroting wanneer de werkelijke rente 1, 2 respectievelijk 3 procentpunt hoger ligt dan geraamd? H Provinciaal toezicht Vraag 35, gehele programmabegroting – Onderwerp Provinciaal toezicht: Heeft het college de volledige ontwerp-programmabegroting, inclusief Jeugdzorgscenario, incidentele classificaties, systeemwijziging groot onderhoud, CUP-reservering en het negatieve meerjarenperspectief, vóór aanbieding aan de raad inhoudelijk besproken met de financieel toezichthouder van de provincie Flevoland? Zo ja, op welke data, met welke functionarissen en welke concrete aandachtspunten, waarschuwingen of voorwaarden heeft de provincie daarbij geformuleerd? Graag alle relevante schriftelijke correspondentie en gespreksverslagen aan de raad beschikbaar stellen. Vraag 36, gehele programmabegroting – Onderwerp Provinciaal toezicht: Heeft de provincie expliciet aangegeven dat zij de gehanteerde begrotingsramingen als structureel en reëel beschouwt, of is een dergelijke conclusie nog niet getrokken? Het GTK 2026 maakt immers duidelijk dat GS zelfstandig de realiteit van de ramingen beoordelen. Vraag 37, gehele programmabegroting – Onderwerp Provinciaal toezicht: Heeft het college onderzocht wat het effect op het structurele saldo is wanneer GS één of meer van de volgende onderdelen niet volledig als reëel of structureel aanvaarden: de raming van de rijkscompensatie Jeugdzorg, de incidentele kwalificatie van meerjarige lasten, de systeemwijziging bij vervangingsinvesteringen of toekomstige nog niet geconcretiseerde ombuigingen? Vraag 38, gehele programmabegroting – Onderwerp Provinciaal toezicht: Kan het college aan de raad een zogenoemde toezichthoudersvariant presenteren waarin uitsluitend baten en besparingen zijn opgenomen die reeds juridisch, financieel en uitvoeringsmatig hard zijn? I Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid Vraag 39, gehele programmabegroting – Onderwerp Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid: Kan het college bevestigen dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid, volledigheid en realiteit van de door het college aangeboden begrotingsramingen bestuurlijk bij het college ligt en niet kan worden afgeschoven op individuele ambtenaren, externe adviseurs of de provincie, onverminderd de eigen begrotingsbevoegdheid en verantwoordelijkheid van de raad? Artikel 169 Gemeentewet legt de verantwoordingsplicht immers bij het college en de collegeleden. Vraag 40, gehele programmabegroting – Onderwerp Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid: Kan het college aangeven wie bestuurlijk eindverantwoordelijk is voor: de financiële ramingen, de Jeugdzorgscenario’s, de BBV-classificatie incidenteel/structureel, de reservestaten en de systeemwijziging rond vervangingsinvesteringen? Vraag 41, gehele programmabegroting – Onderwerp Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid Welke interne controles hebben vóór aanbieding van deze begroting plaatsgevonden op: rekenkundige aansluiting, BBV-rechtmatigheid, juistheid van reservemutaties, consistentie tussen hoofdstukken en de realiteit van financiële aannames? Zijn bij die interne controles afwijkingen, fouten, onzekerheden of discussiepunten vastgesteld die niet expliciet aan de raad zijn gemeld? Zo ja, welke? Vraag 42, gehele programmabegroting – Onderwerp Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid: Kan het college bij iedere beantwoording waarbij wordt gesteld dat iets “conform BBV”, “onontkoombaar”, “wettelijk verplicht”, “incidenteel” of “reëel” is, de concrete wettelijke bepaling, BBV-notitie, beschikking, contractuele verplichting of berekening noemen waarop die kwalificatie is gebaseerd? Vraag 43, gehele programmabegroting – Onderwerp Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid: Is het college bereid alle voor de beoordeling van bovenstaande punten noodzakelijke onderliggende financiële berekeningen, ambtelijke beslisnota’s, accountantsadviezen en correspondentie met de financieel toezichthouder aan de raad beschikbaar te stellen op grond van artikel 169 lid 2 en 3 Gemeentewet? Indien stukken niet worden verstrekt, kan het college dan per afzonderlijk document motiveren waarom verstrekking aan de raad in strijd zou zijn met het openbaar belang? Vraag 44, gehele programmabegroting – Onderwerp Informatiepositie van de raad en bestuurlijke verantwoordelijkheid: na aanbieding van de Programmabegroting aan de Raad heeft het college de aangeboden versie verwijderd uit iBabs en vervangen door een nieuwe versie. Wij constateren dat het verschil tussen beide versies uitsluitend een uitbreiding van circa 282 regels in het BBV-indicatorengedeelte betreft, met bijbehorende opmaak- en toelichtingselementen. Toch leidt dit tot de vraag: is het rechtmatig om zonder nieuw besluit van het college van B&W dit belangrijke document te vervangen? En kan het college exact aangeven welke wijzigingen zijn doorgevoerd tussen beide versies? J Overige vragen Vraag 45, p. 128 – Onderwerp bijstelling 2 Actualisatie investeringskredieten ICT: wij ontvangen graag een onderbouwing van de genoemde bijstelling, inclusief doorkijk van de verwachte financiële ontwikkeling in de jaren na 2030. Vraag 46, p. 128 Bijstelling 2, p. 130 Bijstelling 7, p. 133 Bijstelling 13, p. 140 Bijstelling 23: hoe ziet de sourcingstrategie van de gemeente voor hard- en software eruit en welke afwegingen liggen ten grondslag aan de keuze om deze zaken intern te beleggen of extern in te kopen? Zijn alternatieven overwogen, en zo ja, hoe? Welke waarborgen treft het college om de exploitatielasten voor software beter te beheersen? Is bij de inkoop aansluiting gezocht of samengewerkt met het Rijk of andere medeoverheden? Vraag 47, p. 128 Bijstelling 3: Graag ontvangen wij de financiële onderbouwing van dit bedrag, inclusief een toelichting op de marktconformiteit van de gevraagde huurprijs. Overweegt het college om deze ruimten beschikbaar te stellen aan een maatschappelijke organisatie of verbonden partij en zo ja, welke? Vraag 48, p. 142 Bijstelling 27 leerplicht en p. 144 Bijstelling structurele uitvoering Inburgeringswet: welke werkzaamheden worden beoogd bij de aangevraagde extra structurele fte’s, en wat gaat er mis als de raad de uitbreiding beperkt tot uitsluitend wettelijke taken? Welke aanvullende middelen worden voor deze taken verwacht vanuit het Rijk? Vraag 49, p. 151 Bijstelling 44 Verwerving Meerkoetenweg 9: is het college bereid te onderzoeken of de leegstaande vierkante meters beschikbaar kunnen worden gesteld aan de stichting achter de Lichtjesparade, zodat de wagens daar kunnen worden opgeslagen om kosten te besparen? Vraag 50, p. 176 Bijstelling 95 Gebiedsproces Defensie/Luchthaven: waarom zijn deze aanvullende middelen nodig, terwijl de gemeente al jaren lobbyt voor de opening van Lelystad Airport? Hoe werd dit voorheen georganiseerd, en wat is de beoogde nieuwe invulling?
Antwoord
Toelichting
De raad wordt verzocht de Programmabegroting 2027–2030 vast te stellen. Artikel 189 lid 2 Gemeentewet bepaalt dat de raad erop toeziet dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Afwijking daarvan is slechts mogelijk indien aannemelijk is dat structureel en reëel evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht. Het BBV verlangt daarnaast dat de begroting en meerjarenraming zodanig inzicht bieden dat de raad een verantwoord oordeel kan vormen over de financiële positie en de baten en lasten. Het Generiek Toezichtskader (GTK) 2026, dat in de Provincie Flevoland vanaf de begroting 2027 geldt, bepaalt bovendien dat GS niet alleen beoordelen of de structurele baten de structurele lasten dekken, maar ook of de ramingen realistisch zijn. Wanneer het begrotingsjaar én herstel in de meerjarenraming onvoldoende aannemelijk zijn, kan preventief toezicht volgen. Onze fractie verzoekt het college de hierboven genoemde vragen afzonderlijk, volledig en cijfermatig te beantwoorden. Waar om bedragen wordt gevraagd, wordt verzocht deze per jaarschijf 2027–2030 te verstrekken en rekenkundig te laten aansluiten op de begroting. Verwijzingen naar toekomstige kadernota’s, nog uit te voeren onderzoeken of algemene beleidsvoornemens gelden niet als beantwoording van vragen naar de huidige financiële onderbouwing. Indien een bedrag, berekening, besluit, advies of document op dit moment niet beschikbaar is, wordt verzocht dat expliciet te vermelden.
Datum antwoord
Bijlage(s)