1. Wanneer en op welke locaties worden de in het IHP Sport vastgestelde drie nieuwe kunstgrasvelden en één natuurgrasveld gerealiseerd, en welke planning hoort daarbij?
2. Waar is bestuurlijk vastgelegd dat de aanleg van nieuwe voetbalvelden afhankelijk is gemaakt van een nog op te stellen Voetbalvisie, terwijl deze voorwaarde niet voorkomt in het IHP Sport of de Sport- en Beweegvisie?
3. Wie heeft deze aanvullende voorwaarde vastgesteld en wanneer is de raad hierover geïnformeerd?
4. Hoe verhoudt deze werkwijze zich tot het raadsbesluit waarin staat dat de bestaande knelpunten in 2025–2026 moeten worden opgelost?
5. Welke actuele gegevens over ledenaantallen, teams, trainingen en veldbelasting van de Lelystadse voetbalverenigingen gebruikt het college bij de prioritering van nieuwe velden?
6. Hoe voorkomt het college dat snel groeiende verenigingen, waaronder SV Lelystad, door uitstel structureel onvoldoende capaciteit krijgen?
7. Waarom wordt bij nieuwe velden uitgegaan van combinatiegebruik met andere sporten, terwijl het IHP Sport spreekt over een tijdelijke inpassing en herstructurering van sportparken?
8. Wanneer verwacht het college de Voetbalvisie vast te stellen, en hoe sluit die planning aan op de uitvoeringsperiode van het IHP Sport?
9. Is het college bereid om tot die tijd gewoon uitvoering te geven aan de bestaande IHP-besluiten en de aanleg van nieuwe voetbalvelden niet verder te vertragen?